|
De regio Lorraine (Lotharingen) bestaat uit 4 departementen en
heeft als hoofdstad Metz. Geografisch gezien is het licht heuvelachtig, met
enkele valleien en hoogvlaktes. Het klimaat in de regio is wisselvallig, en
heeft invloeden van zowel een zeeklimaat als een landklimaat. Er zijn vrij veel
meren (veel ervan kunstmatig), zoals het Lac de Gérardmer en het Lac de Madine.
De cultuur van de regio heeft zowel invloeden van Frankrijk als van België en
Duitsland. Er is karakteristieke architectuur, zoals van de rijtjeshuizen, en
ook zijn er veel gotische kerken en kathedralen te vinden. De geschiedenis van
het gebied wordt bepaald door enkele grote oorlogen. Er is nog veel terug te
vinden van de Frans-Duitse oorlog, de 1e wereldoorlog en de 2e wereldoorlog.
Verscheidene forten, versterkingen, loopgraven, monumenten en gedenkstenen staan
overal door het landschap. Vooral rond de stad Verdun zijn er veel herinneringen
aan de 1e wereldoorlog.
Voor het toerisme zijn er veel mogelijkheden. In de grotere steden zoals Metz,
Nancy, Verdun en Epinal is veel te beleven. Ook is er veel op het gebied van het
watertoerisme. Vele kilometers aan bevaarbare kanalen en rivieren. Verschillende
botenverhuurbedrijven zijn hier dan ook op ingesprongen en bieden boten voor
langere tijd te huur aan voor voordelige tarieven.
Asymmetrische harmonie
Evenals in de rest van Oost - Frankrijk is het bosachtige landschap
van Lorraine
zuidwaarts georiënteerd.
Het gebied van Lorraine, tussen Champagne, Elzas, Henegouwen en Bourgondië
gelegen, is met uitzondering van de Vogezen verbonden met het Parijse bekken.
Van het oosten uit zijn de geologische formaties van steeds meer recente datum,
met een afwisselend harde en zachte bodem van kalksteen, mergel of klei. Het
hydrografische netwerk heeft een noordoostelijke en noordwestelijke oriëntatie.
Bij de opstuwing van de Vogezen in het Tertiair werd het plateau van Lorraine
naar het westen afgeschoven, waardoor een golvend reliëf ontstond met zogenaamde
cuestaheuvels. Tussen deze cuesta's liggen met klei bedekte depressies, die een
uitstekend landbouwgebied vormen.
Onder de bosrand van het hogere gedeelte liggen de dorpjes, en aan de voet van
de hellingen zoeken beken en rivieren moeizaam hun weg naar de noordelijke
laagvlakte. De Moezel wedijvert hier met de Maas, waarvan de Moezel in de loop
der tijden enkele zijstromen annexeerde, om tenslotte de Rijn en niet de Maas
als uitmondingsrivier te kiezen. In de richting van Elzas vindt men een meer
golvend heuvelland, waar het gres door de mergel heen komt. Tussen de hoge
reliëfvormen en de depressies liggen meertjes uit de gletsjertijd. Naar het
oosten gaat het landschap geleidelijk over in de keten van de Vogezen.
WETENSWAARDIGHEDEN
Hoofdplaats: Metz (124.00 inwoners)
Belangrijkste steden: Nancy, Thionville, Sarrebourg, Épinal, Bar-le-Duc,
Lunéville, Verdun, Pont-à-Mousson
Rivieren en waterwegen: Meuse (Maas), Moselle (Moezel), Meurthe / Meer:
Gérardmer
Wisselende bestemmingen
Lorraine is rijk aan bodemschatten en was lange tijd een door Frankrijk
en Duitsland betwist gebied.
Het eigenlijke Lotharingen werd pas in de 8e eeuw gegrondvest, maar in vroeger
eeuwen was deze landstreek al bevolkt door Keltische stammen. Tijdens de Pax
Romana kwamen handel en nijverheid van de grond en begon ook de verstedelijking
(Metz en Toul). Bij het verdrag van Verdun in 843 werd het Karolingische rijk
verdeeld en verwierf Lotharius het gebied tussen Rijn en Maas als zijn
koninkrijk. Zijn Lotharingen werd een Duitse onderhorigheid en viel in 959
uiteen in twee hertogdommen.
Na een lange periode van politieke intriges werd Hoog - Lotharingen bij het
verdrag van Wenen in 1735 toegewezen aan de uit Polen stammende Stanislas
Leszczynski, de schoonvader van Lodewijk XV. Het was een voorbode van de latere
inlijving bij Frankrijk onder de naam Lorraine. Na de Frans - Duitse oorlog viel
het gebied van 1871 tot 1918 weer aan Duitsland toe, als deel van Elzas -
Lotharingen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het betwiste gebied door Hitler
tijdelijk opnieuw met Duitsland verenigd. Na economische tegenslagen door de
staalcrisis van 1960 zoekt Lorraine tegenwoordig zijn heil in de Europese Unie.
CIJFERS
Oppervlakte: 23.547 km2 / Bevolking: 2,3 miljoen inwoners
Bevolkingsdichtheid: 98 inwoners per km2 / Hoogste punt: 1247 m (Ballon d’
Alsace)


 |