|
SMALLE STRAATJES / MOOIE PLEINEN
Kopenhagen is gesticht in de twaalfde eeuw en daarmee een van de
oudste hoofdsteden ter wereld. In het centrum vindt u
indrukwekkende pleinen, smalle winkelstraatjes, gekleurde
achttiende-eeuwse huizen, gezellige markten en een van de
leukste (dus ook: drukste) plekken in de stad: de Nyhavn. Overal op straat zie je
bloemenstalletjes en er wordt net als in Nederland veel
gefietst. Handig is dat in het centrum zo'n beetje alles op
loopafstand van elkaar ligt.
WISSELING VAN DE WACHT
In de achttiende-eeuwse Amaliënborg woont de Deense koningin
Margrethe II met haar familie. De koninklijke residentie bestaat
uit vier precies, dezelfde rococopaleizen die rond een
achthoekig plein staan. Iedere dag om twaalf uur is er op het
plein een wisseling van de wacht door de koninklijke
lijfwachten.
ALGEMEEN
Is København een aangename stad voor de toerist? Daarover
verschillen de meningen nauwelijks. København is een stad voor
winkelaars, uitgaantypes, museumbezoekers (van kunst tot
curiosa) - niet zozeer voor liefhebbers van stedenschoon en
bouwkunst. Branden en oorlogsgeweld hebben te veel schade
aangericht. Verwacht hier dus geen stad met een oud, wat
romantisch centrum (dat vindt u wel in Dragør, hier vlakbij).
Maar in die andere opzichten steekt de Deense hoofdstad ver uit
boven zijn uiterst oninteressante voorsteden die we dan ook
voorlopig nog even buiten beschouwing laten.
København is een verbastering van het Deens voor
'koopmanshaven'. En al is die haven voor de handel dan steeds
minder belangrijk geworden, kooplui zijn de Kopenhagenaars nog
altijd. Hier vindt u een van 's werelds beroemdste
winkelstraten, de Strøget, die dwars door het centrum loopt.
Het staat ook buiten kijf dat København de beste
uitgaansmogelijkheden biedt in heel Scandinavië. Niet voor niets
steken heel wat Zweden de Øresund over voor een avondje uit.
Jazz, folk, pop, klassiek - het aanbod is rijk, al is København
natuurlijk geen Londen of Parijs. De musea van de stad zijn
doorgaans niet zo bekend en het zal u duidelijk worden dat dit
niet terecht is. De Ny Carlsberg Glyptotek, het Nationalmuseum
en Statens Museum for Kunst verdienen beter. Vergeet ook de
kleintjes niet, de kleine musea waar de kleine bezoeker zijn
ogen uitkijkt bij het zien van historisch speelgoed,
poppentheaters, pijpen, postzegels, rijtuigen en wat al niet
meer. Leuk voor jong en oud en dat geldt vooral voor het
overbekende Tivoli, een pretpark (en eetpark!) van
internationale allure.
GEEN HAVENSTAD
København is daarentegen geen havenstad (de naam ten spijt),
geen industriestad (afgezien van die grote brouwerij). De
koopvaardij wijkt uit naar andere havens met diepere vaargeulen
en betere aan- en afvoerwegen. De industrie koos voor Jylland,
waar meer ruimte is en de grondprijzen lager liggen. In
København maakt de dienstverlenende sector de dienst uit. Het is
ook een stad die recent een flinke crisis heeft doorgemaakt. In
de jaren zeventig en tachtig daalde het aantal inwoners
spectaculair: de hoofdstad en Frederiksborg zagen 135.000 mensen
naar elders trekken, voornamelijk naar de voorsteden. Die
leegloop is tot staan gebracht, het inwonertal stijgt gestaag
tot de circa 485.000 van nu.
RAADHUIS
Het (vijfde) raadhuis kwam in 1905 gereed naar een ontwerp van
Martin Nyrop, de winnaar van de architectuurprijsvraag. Voor
leken is dit bouwwerk, in de toen gangbare mengelmoes van
neostijlen, niet erg interessant. Let alleen maar op de reeks
beelden aan de gevel, waaronder dat van Absalon. Meer aandacht
krijgt bet fraaie astronomische uurwerk (Verdensur) van Jens
Olsen, dat u binnen aantreft. Pas jaren na zijn dood in 1945 kon
het worden voltooid, als eindproduct van 27 jaar rekenwerk, 20
jaar geld inzamelen en 30 jaar constructiewerk. Vanaf de 113 m
hoge toren (ruim 300 treden op) kijkt u uit over het grootste
deel van de binnenstad en de havens. U kunt nu het plein
oversteken in de richting van de Frederiksberggade (schuin
rechts aan de overzijde). Deze straat is de eerste van een hele
reeks winkelpromenades, de 'gågade' die hier begint en over een
afstand van 1,8 km rechtdoor naar de Kongens Nytorv leidt.
CHARLOTTENBORG
Evert Jansen, een Nederlandse architect uit de school van
Vingboons, bouwde tussen 1672 en 1683 een van Scandinavië’s
fraaiste barokpaleizen, bestemd voor Ulrik Gyldenløve, de
gouverneur van Noorwegen. Charlotte Amalie kocht het in 1700 en
schonk het later aan de Kunstacademie. In de verdwenen
botanische ruin erachter staat nu een tentoonstellingsgebouw
waar wisselende exposities worden gehouden; het hoofdgebouw is
in gebruik als bibliotheek.
HOLMENS KIRKE
Deze tot marinekerk verbouwde ankersmederij was het geschenk van
Christian IV aan de helden van zijn vloot (1619). Het resultaat
is een aardige renaissancekerk met een mooie gevel aan de
waterkant (deel van de smederij). Hier werden de zeehelden Juel
en Tordenskjold begraven en traden de latere koningin Margrethe
II en haar Franse prins in 1976 in het huwelijk. Het interieur
is deels van Thorvaldsen, deels (preekstoel en altaartafel) van
Abel Schrøder. Achter de kerk ligt de wijk van klinkende munt en
ritselend bankpapier. Zeer opvallend is de gevel van Danmarks
Nationalbank (1965-1976) die sterk contrasteert met de hier wat
beter passende façade van de Landmandsbank (v/h Peschierpaleis;
1795). Over de brug Holmens bro, stapt u het eiland Slotsholmen
op. Recht voor u ziet u de achtergevel van het regeringspaleis
Christiansborg.
BEURSGEBOUW
(Børsgade; niet toegankelijk) In 1619 liet Christian IV
tegenover en tegelijk met de Holmens Kirke een handelscentrum
bouwen waarvoor hij de Vlamingen Laurens en Hans van Steenwinkel
aantrok. Zij zetten dit opvallende, langwerpige gebouw neer dat
wordt bekroond door een toren die lijkt op de hoorn van de
mythologische eenhoorn, maar bij nadere beschouwing blijkt te
bestaan uit de ineengestrengelde staarten van vier draken.
Gemakkelijk was hun taak niet; in de drassige bodem van
Slotsholmen moest eerst een dam worden gelegd waarna het moeras
kon worden drooggemaakt. De kanalen aan weerszijden zijn later
gedempt. In de 19e eeuw betrok de Beurs de gebouwen; nu huizen
hier nog de administratieve secties en is het pand niet meer te
bezichtigen.
CHRISTIANSBORG
Wat u eerst ziet, is de Ridebane, het terrein voor exercities en
de plek waar rijtuigen af en aan reden. Rechts ruikt u de
koninklijke stallen, daarnaast staat het vroegere hoftheater. De
barokke gebouwen links hadden diverse functies. Het vierkante
gebouw voor u is het eigenlijke ontvangstpaleis. U kunt de
pronkzalen bezichtigen onder leiding van een gids. Geheel vrij
te bezichtigen zijn de ruïnes van de vroegere vestingen onder
het paleis. U bereikt deze via een deur aan het binnenplein van
het hoofdgebouw, een smalle gang en een trap (duidelijk
aangegeven).
NYHAVN
In het kader van de uitbreiding van de haven werd na 1660 een
kort kanaal gegraven, dat de Kongens Nytorv verbond met de
vaargeul tussen de stad en Amager. Vanaf 1671 werden beide
oevers van de Nyhavn geleidelijk aan volgebouwd: de zuidzijde
met statige koopmanswoningen, de noordzijde met pakhuizen en
logementen. Andersen woonde er enige jaren, zowel aan de
'keurige' kant (op nr. 18) als aan de 'zondige' zijde (op nr.
67). Als haven is de Nyhavn van weinig betekenis meer. Hier
vertrekken nog wel schepen, maar hun bestemming ligt dichtbij: u
kunt er (aan het eind rechts om de hoek) aan boord gaan van de
draagvleugelboten naar Zweden en de rondvaartboten en de
voetveren naar de verlaten vestingeilandjes. Toch is de Nyhavn
een kleurrijke buurt gebleven.
De koopmanshuizen rechts zijn veelal verbouwd tot kantoor, maar
op de parterre of in het souterrain vindt u menig restaurant
(vaak wel prijzig). De panden aan de linkerzijde bieden niet
veel zeemansvertier meer; er zijn nog maar een paar kroegen en
restaurantjes over. Sinds deze zijde van de gracht voor het
verkeer is afgesloten, is er dankzij de terrasjes in ieder geval
's zomers flink wat leven in de brouwerij. U vindt hier ook
keldertjes waar tatoeëerders hun praktijk hebben en winkels met
scheepsbenodigdheden. Veel oude logementen zijn afgebroken om
plaats te maken voor herenhuizen die niet onderdoen voor de
panden aan de zonzijde. In de Nyhavn liggen enkele licht- en
zeilschepen die eigendom zijn van het Nationalmuseum.
AMALIENBORG
Aan dit plein, dat zo sterk doet denken aan de Parijse place
Vendôme, bouwde Eigtved vier kolossale rococopanden voor even
zovele puissant rijke burgers van de stad. Gerekend vanaf deze
ingang ziet u, met de wijzers van de klok mee, de paleizen van
graaf Levetzau, baron Brockdorff, raadsheer Løvenskjold (later
gravin Schack) en graaf Moltke. De gebouwen kwamen gereed tussen
1749 en 1760 en vertonen onderling een opvallende gelijkenis. Al
vrij snel kwamen zij in handen van de koning, die dringend
behoefte had aan woonruimte na de brand (1794) in de
Christiansborg. Geen van de vorsten die hier onderdak vonden,
heeft alle vier paleizen tegelijk gebruikt en ook nu nog heeft
elk gebouw een afzonderlijke functie. Het Levetzau Palæ werd
bewoond door Christian VIII en Christian X; nu is hier een deel
van De Danske Kongers Kronologiske Samlinger gevestigd (het
andere vindt u in slot Rosenborg). De collectie belicht de
geschiedenis van het vorstenhuis in de periode 1863-1947. Het
Brockdorff Palæ was de residentie van Frederik VIII en Frederik
IX; nu is het de stadswoning van de hoogbejaarde koningin-moeder
Ingrid. Het Løvenskjold Palæ gaf onderdak aan Frederik VI en
Christian IX; nu is het de residentie van de koninklijke
familie, bij wier aanwezigheid om 12 uur de feestelijke
aflossing van de wacht plaatsvindt (de koningin verblijft 's
zomers gewoonlijk op de Fredensborg). Het Moltke Palæ ten slotte
was het paleis van Christian VII; nu vinden hier ontvangsten en
banketten plaats.
MARMORKIRKE
Wandelend door de Bredgade hebt u waarschijnlijk alleen de hoge
koepel gezien, boven de herenhuizen uitstekend. De rest van de
kerk werd aan het gezicht onttrokken door de ligging aan een
pleintje tussen de huizenzee. Pas nu ziet u haar in haar volle
gedaante, een kil, niet meer aan onze smaak appellerend bouwwerk
(zegt men). Eigtved maakte er het ontwerp voor, maar aan bouwen
kwam hij nauwelijks toe. Jardin nam het werk over en wijzigde
het plan enigszins, zonder af te wijken van de gedachte aan een
immense barokke kerk op een veelhoekig grondplan, bekroond door
een machtige koepel. Ook Jardin kon het werk niet voltooien; pas
in 1894 werd, dankzij een financiële injectie door bankier
Tietgen, de laatste band gelegd aan de 'marmerkerk'.
ALEKSANDER NEVSKI KIRKE
Orthodoxe kerken zijn zeldzaam in Scandinavië, waar nooit grote
groepen Russische emigranten hebben gewoond. Deze kerk met zijn
drie uivormige, vergulde torentjes valt naast die pompeuze
Marmorkirke nauwelijks op. Voor een deel is hij een geschenk van
tsaar Alexander III; de bouwperiode liep van 1881 tot 1883. Meer
aandacht nu voor de rechterzijde van de straat met op nr. 60 de
Titkens Gård (1756), het museum voor de geneeskunde en de
patronaatskerk.
SINT ALBANS KIRKE
De eerste missionaris in Denemarken is de schutspatroon van de
moederkerk van de kleine rooms-katholieke gemeenschap in het
land. De neoromaanse, torenloze kerk werd in 1842 voltooid. Er
is aan de achterzijde een klein museum dat de geschiedenis van
het katholicisme na de Reformatie vertelt. Langs het voormalige
ziekenhuis waarin nu het museum voor kunstnijverheid is
gevestigd loopt u de Bredgade uit. U steekt de Esplanade over en
wandelt het schuin rechts aan de overzijde gelegen pad door het
Churchillpark op. Het pad loopt langs de vestinggracht en een
klein meertje waaraan de Sint Albans kirke staat. Links ligt de
hoofdingang van de vesting.
GREFION—FONTEIN
Net voor u via een brug de Forbindelsesvej oversteekt, ziet u
rechts op de achtergrond de grote
Grefionfontein. Volgens de
sage beloofde een Zweedse koningin aan de godin Grefion net zo
veel land als zij in een nacht kon omploegen. Daarop veranderde
deze haar vier zonen in ossen en ploegde een groot stuk grond in
Gotaland om. Het stuk land wierp zij in de 0ostzee; zo ontstond
Sjælland. Wat overbleef, was een groot gat vol water: het
Vanernmeer. Langelinien is de naam van de promenade langs de
vaargeul naar de binnenhavens. Aan de overzijde ligt
Christianshavn, met de grote scheepswerf van B & W Hier komen
niet alleen toeristen maar ook dagjesmensen en stedelingen om te
flaneren, aan een ijsje te likken of een kop koffie te drinken
in het drukbezochte paviljoen. Projectontwikkelaars hebben grote
plannen met de Langelinie (hotels, luxueuze flats en kantoren)
die vooralsnog stuiten op verzet van liefhebbers van
kleinschaligheid. Ongeveer halverwege de Langelinie ligt de
jachthaven. In een bocht voor die 'lystbådehavn' staat een van
's werelds beroemdste beeldjes, de Kleine Zeemeermin.
NYBODERS MINDESTUER
Zo'n 350 jaar geleden liet Christian IV voor zijn gepensioneerde
matrozen deze huisjes bouwen. Een paar ervan kunt u bezoeken; de
andere zijn meestal in gebruik bij jonge mensen die een vrij
beroep uitoefenen en kunstenaars. Een tijdlang was het wonen in
de Nyboder (nieuwe woningen) net zo 'in' als het hebben van een
onderdak in de `vrijstaat' Christiania. Nu is men in de wijk wat
minder trendbewust.
ROSENBORG SLOT
De grote uitbreiding van de stad waarmee in 1612 begonnen werd,
mocht uiteraard niet ten koste gaan van het net in
Kongens Have
gebouwde lustslot Rosenborg. Integendeel, Christian IV liet het
slot juist vergroten. Er werd aan de westzijde een stuk
toegevoegd en het slot werd van een tweede etage en drie torens
voorzien, waarschijnlijk naar ontwerp van Bertel Lange. Hans van
Steenwinkel de Jongere tekende ten slotte de achthoekige toren
die tegen de noordgevel werd aangebouwd. Het uiteindelijke
resultaat was een prachtig buitenverblijf in dezelfde stijl (Deens-Nederlandse
baksteenrenaissance) die u ook in de paleizen buiten de
hoofdstad aantreft. De slotgracht werd al vrij snel weer
gedempt. Tot 1801 werd de
Rosenborg als koninklijk
buitenverblijf gebruikt. Kort daarop werd het slot ingericht als
een van de twee musea voor de geschiedenis van het vorstenhuis
(De Danske Kongers Kronologiske Samlinger). In de zwaar
beveiligde kelder ziet u onder meer de kroonjuwelen en
verscheidene edelmetalen siervoorwerpen, waartoe een mooie
verguld zilveren drinkbeker en een astronomisch uurwerk behoren.
Op de eerste verdieping liggen de slaap- en werkvertrekken.
Helemaal boven ziet u de ontvangstzaal; van de gobelins is er
maar één bewaard gebleven, de overige zijn naar Helsingør
overgebracht. In de andere vertrekken is de verzameling
porselein en glaswerk uitgestald.
KONGENS HAVE
Het eerste stadspark van København, aangelegd in 1606 buiten de
toenmalige muren, is ruim 12 ha groot. U kunt er mooie
wandelingen maken langs de gesnoeide lindebomen en de rozentuin,
waar u uitzicht hebt op de Rosenborg. Onderweg komt u
ongetwijfeld het bekende standbeeld tegen van Hans Chr. Andersen
die zijn sprookjes vertelt aan de toegestroomde kinderen. In het
park bevindt zich de kazerne van de koninklijke lijfwacht; hier
vertrekt elke dag om 11.30 uur een eenheid voor de aflossing van
de wacht op de Amalienborg (mits de koningin aanwezig is). De
garde heeft een eigen museum.
TIVOLI
Een van 's werelds beroemdste pretparken is ongetwijfeld het in
1843 geopende Tivoli. 'Pretpark' is overigens een vlag die de
lading niet helemaal dekt. Er zijn wel veel kermisattracties,
maar beduidend minder dan in het 'volkse' pretpark Bakken in de
voorstad Klampenborg. Tivoli biedt meer: een hele reeks
horecabedrijven en een aantal vermaarde theaters. Onder de ruim
25 restaurants vindt u enkele van de beste (= duurste) van de
stad, zoals Belle Terrasse, Divan 1 en 2, Nimb en Perlen. De
theaters bieden zeer gevarieerd amusement: topartiesten
(dikwijls van wereldniveau) treden op in de grote concertzaal,
Deenstalig cabaret ziet u in het Tivolitheater, het ouderwetse
pantomimeprogramma is beroemd en verder is er een
variétéprogramma in het openluchttheater Plænen en voor de
kinderen is er Valmuen, het jeugdtheater. De jazzliefhebber kan
terecht in de bar TIV Orleans. De Kindergarde, een kopie van de
Koninklijke Lijfgarde met jongens van 10 tot 16 jaar, treedt er
dagelijks op en 's avonds gaan de 110.000 lampjes branden.
Kortom, er is meer te beleven dan in het gemiddelde pretpark en
dat blijkt nog eens temeer uit het programma.
|