|
We nemen opnieuw de metro, nu naar de basiliek van Koekelberg die in het
westen van deze miljoenenstad ligt. We moeten eerst een breed, langwerpig park
door voor we het enorme bouwwerk bereiken. Het ligt op een heuvel en is omgeven
door gazons en bloemperken, waardoor het als het ware los komt van de stedelijke
omgeving. Jos heeft de kerk al eens bezocht, samen met Jacques de Bock in 1969
toen men er de laatste hand aan legde. In 1951 is ze ingewijd, maar pas in 1971
is ze in de huidige staat opgeleverd, nadat de bouw lange tijd vanwege
geldgebrek en oorlog stilgelegen heeft. Aan de zuidkant staat een beeld van de
nationale held van België (van de Vlamingen tenminste, de Walen hebben gekozen
voor Jacques Brel), pater Damiaan, die op Hawaï melaatsen heeft verzorgd. We
moeten entree betalen om de kerk te mogen bezichtigen. Van de oorspronkelijke
neogotiek is niet veel meer te zien, wel van de vele opvallende art
deco-elementen die haar vervangen hebben. Dat bevalt ons wel, zo vaak zie je dat
niet in een kerk. Het is in grootte de vierde christelijke kerk van de wereld,
na de Sint Pieter in Rome, de kathedraal van Sevilla en de Saint Paul van
Londen.

|
|
DE KOEKELBERG - BASILIEK
De eerste steen werd gelegd op 12 oktober 1905 door koning
Leopold II ter gelegenheid van de 75-jarige onafhankelijkheid
van België. Deze koning had beloofd na een aanslag op zijn leven
in 1902, een kerk te laten bouwen die tevens een nationaal
monument moest worden. Gedurende de oorlogen is het werk
gestopt. Hij werd gebouwd voor massale bijeenkomsten in de
periode dat de verering van het Heilige Hart van Jezus op haar
hoogtepunt was. Het is de grootste kerk die in de eerste helft
van de 20de eeuw werd gebouwd, zij is zelfs groter dan de
beroemde Sacré Coeur van Parijs.
De kerk is 167 meter lang, de koepel heeft een doorsnede van 33
meter en een hoogte van bijna 90 meter. Aan de kerk is gebouwd
van 1926 tot 1969 en in 1951 werd zij gewijd. Het is ook een van
de kerken waar het langst aan gewerkt is, door onderbrekingen
van verschillende oorlogen.
De aankleding van de kerk werd verzorgd door eigentijdse
kunstenaren, waaronder de beeldhouwer George Minne. Van zijn
hand is het enorme, 4,5 m hoge bronzen beeld van het H. Hart van
Jezus. Het is zijn laatste werk geweest, want hij stierf in
1941, terwijl hij bezig was met de voltooiing ervan. De Basiliek
ligt bijzonder mooi. Zij is omringd door een groot park en
bevindt zich in de as ven een brede laan die aansluit op de
Leopold II - laan en de boulevards rondom de stadskern. |
Ikzelf heb altijd gedacht dat de Dom van Keulen en de Duomo van Milaan groter
waren, maar dat blijkt niet zo te zijn. Met een trage en ietwat gevaarlijk
ogende lift begeven we ons naar de voet van de koepel, van waaruit we een 360
graden uitzicht over de stad hebben. De kerk is heel licht van binnen, met veel
ramen die gebrandschilderd en glas-in-lood zijn. De meeste ramen zijn door
burgers en geestelijken geschonken. De inrichting is uiterst sober voor een
rooms-katholieke kerk.
Na de bezichtiging drinken we koffie in een restaurantje dat pal onder het
heiligdom ligt; het heeft zelfs een podium voor uitvoeringen, het lijkt wel een
cabaretkelder / varieté-theater in het Londense Soho of St. Germain des Prés!
Zoiets kan alleen maar in België.
Te voet keren we naar het hotel terug, onderweg maakt Jos foto’s van art deco–achtige
panden langs de ring. We duiken nog een kroeg binnen om onze eerste pint van de
dag te pakken. Niks geen autochtonen in deze Brasserie van de Hertog van
Brabant, het zijn vooral Turken die er zitten. Die avond eten we bij een
nabijgelegen Chinees. We krijgen er een hele rijsttafel (of iets wat daar op
moet lijken) voorgeschoteld. In het begin zijn we er de enige klanten. Jos
krijgt na de soep, de kroepoek en de voorgerechten bijna niets meer van al de
hoofdgerechten op. Af en toe heeft hij nog last van spijsverteringsproblemen als
gevolg van de operatie aan zijn aneurysma.

|