|
’s Ochtends wandelen we ondanks het druilerige weer naar de Kunstberg niet
ver van ons hotel. Aan de voet ervan ligt het Centraal Station dat veel kleiner
is dan de beide andere grote stations, Nord en Midi. De Kunstberg is volgebouwd
met musea, congresgebouwen en paleizen. Hier en daar zijn ook nog wat
koopmanshuizen / gildenhuizen te ontdekken. In een daarvan is het Museum voor
Muziekinstrumenten (MIM) gevestigd, een meesterwerk in Jugendstil van de
architect Victor Horta. We bekijken er de hal, maar gaan niet verder naar
binnen.
We brengen wel een bezoek aan het Paleis voor Schone Kunsten. We hebben geluk,
op dinsdag is de toegang vrij. Het complex is veel groter dan je van buiten zou
verwachten. Tot diep in de berg zijn etages bijgebouwd, zo gaan ze door tot de
achtste min-verdieping, letterlijk dus. De bovenste etages zijn gewijd aan
traditionele kunsten, met name de Vlaamse primitieven zoals Brueghel en Jeroen
Bosch bevallen ons wel. Er hangt ook veel werk van Rubens.

De moderne kunst in
de benedenverdiepingen kan ons minder bekoren, hoewel er af en toe een creatie
tussenzit die in onze ogen de kritiek kan doorstaan, zoals bijv. een sculptuur
van Ossip Zadkine. Om 12 uur gaat een aantal zalen gewoon dicht en moet iedereen
naar een ander gedeelte van het museum verkassen. Het begin en eindpunt van onze
rondgang is een enorme hal met standbeelden, het Forum genaamd. Voor koffie
moeten we in de rij bij het art deco-café, daar hebben we geen zin in. Aan de
Ring vinden we een brasserie, waar de koffie wel schandalig duur is.
MUSEUM VOOR OUDE KUNST
In het Museum voor Oude Kunst wordt een uitgebreide collectie schilderijen,
beelden en tekeningen uit de 15de tot de 18de eeuw bewaard. De verzameling
groeide rond een oorspronkelijke kern van kunstwerken die de revolutionairen op
het einde van de 18de eeuw in beslag genomen hadden of die afkomstig waren uit
de depots van de Franse Staat. Door de jaren heen werd dit oorspronkelijke
bestand onophoudelijk aangevuld met aankopen, maar ook met schenkingen en
legaten van talloze mecenassen.
Het zwaartepunt wordt gevormd door de schilderkunst uit de voormalige Zuidelijke
Nederlanden. De werken worden in chronologische volgorde voorgesteld, zodat de
bezoeker een overzicht krijgt van de picturale ontwikkeling en evolutie in deze
gewesten ten tijde van het Ancien Régime.
Het parcours begint op meesterlijke wijze met de kostbare panelen van de Vlaamse
Primitieven, waaronder Rogier van der Weyden, Petrus Christus, Dirk Bouts, Hans
Memling en Hiëronymus Bosch. Daarna wordt een prachtig panorama getoond van de
talrijke stromingen die zich ontwikkelden in de 16de eeuw.
Het hoogtepunt is hier de Bruegelzaal, waar vier schitterende composities van de
meester zijn bijeengebracht. De 17de en 18de eeuw blinken uit met werken van het
hoogste niveau, zoals altaarstukken en schetsen van Pieter Paul Rubens, een
ensemble van schilderijen van Jacob Jordaens en schitterende portretten van
Antoon van Dyck. |
 |
| |
|
MUSEUM VOOR MODERNE KUNST
Het Museum voor Moderne Kunst omvat de periode in de kunst vanaf de geboorte van
Jacques - Louis David (Parijs, 1748) tot de kunst van onze tijd. De collecties
bestaan uit schilderijen, beelden en tekeningen. In dit museum ziet men de
artistieke ontwikkelingen in de kunst vanaf het neoclassicisme op het einde van
de 18de eeuw tot de videokunst van vandaag. In de Koninklijke Musea voor Schone
Kunsten van België zijn dus zowel de kunst van het Ancien Régime (in het Museum
voor Oude Kunst) als de kunst van de moderniteit (Museum voor Moderne Kunst)
vertegenwoordigd, met als scharnierwerk het schilderij “De dood van Marat” van
David uit 1793.
Slechts enkele musea in de wereld bieden de mogelijkheid om de
ontwikkelingen in de kunst van de laatste zes eeuwen in één instelling te kunnen
doorlopen. Wegens infrastructuurwerken is enkel een selectie kunstwerken uit de
verzamelingen 19de-eeuwse en 20ste-eeuwse kunst tentoongesteld op de
verdiepingen – 5 tot - 8 in de ondergrondse zalen die in 1984 de deuren openden.
Deze laatste zijn geordend rond een lichtput, die het geheel een eigen
identiteit geeft. |
 |

HET PLANTSOEN KLEINE ZAVEL
Is een aantrekkelijk plein, dat lijkt op een Londense "square". Het
werd in 1890 feestelijk ingewijd. De ontwerper was H.Beyart. In het
midden van het plein bevindt zich een klein park. Dit is omgeven
door 48 Gotische zuiltjes, die oude Brusselse ambachten voorstellen.
Midden in het park staan de standbeelden van de Graven van Egmont en
Hoorne, die in 1568 door Alva op de grote Markt werden onthoofd. De
teksten op de sokkel behoeven geen nadere toelichting:
"Onrechtvaardig veroordeeld door de Hertog van Alva en onthoofd te
Brussel op 5 juni 1568".
De plaats die Willem van Oranje inneemt in
de beeldengroep, midden in het park, is duidelijk ondergeschikt aan
die van de Graven van Egmont en Horne. In België geldt niet, zoals
in Nederland, Willem van Oranje als symbool van de vrijheidsstrijd
tegen Spanje, maar Egmont en Horne waren hier de helden. |

|
| |
|
DE KUNSTBERG
Het zogenoemde park, verbindt de bovenstad met de benedenstad.
Rechts staat de Koninklijke Bibliotheek. Het werd opgericht in 1801,
tijdens het bewind van Napoleon. Links het Paleis van de Dynastie,
en bovenaan de twee vleugels van het Congrespaleis. Al deze gebouwen
vormen samen de Albertina die werd opgericht ter nagedachtenis van
Koning Albert.
Op de arcade die ertegenover omhoog loopt, is een enorm uurwerk
aangebracht. Bovenop bevindt zich een klok,waarop een "Jacquemart"(een
soort soldaat) de uren slaat, een van de figuren in de nissen komt
dan in beweging, terwijl het carillon afwisselend een compositie van
een Vlaamstalige en een Franstalige componist laat horen. Zelfs tot
in zulke kleine details is de tweetaligheid van Brussel doorgevoerd. |
 |


|