|
Ons tweede hotel is Hotel Saint Nicholas, een tweesterren - onderkomen met
een ietwat verwaarloosde art deco - gevel, maar wel met een geheel vernieuwd
interieur. Onze kamer is verder in orde, we hebben geen klachten of het moet de
lift zijn die nogal traag is en lang op zich laat wachten. Het hotel ligt verder
binnen de ring van boulevards die het centrum
van Brussel omsluiten. We gaan direct de
buurt verkennen. Dichtbij ligt de Grote Markt, die in potentie erg mooi moet
zijn, maar in onze ogen grauw en grijs overkomt. Er moet het nodige onderhoud
aan gepleegd worden. Het meest indrukwekkend zijn het
Broodhuis en het zwaar
bewerkte stadhuis. De panden in de zijstraten zijn allemaal in
patriciërstijl,
maar meestal zijn het gewoon nepgevels. Aan de zijkant kun je goed zien hoe
vervallen de panden eigenlijk zijn. We maken verder een ommetje door de buurt
rond de markt, waarbij we een kerk en
Manneken Pis (wat een afknapper) bekijken.
We eindigen bij het Beursgebouw dat gedeeltelijk in de steigers staat. Er
tegenover drinken we koffie en bier in een grand café, waar we de komende dagen
vaker terecht komen na onze uitstapjes in de stad.
Panorama Groote Markt
’s Avonds eten we een uitgebreide Noorse visschotel bij “Drug Opera”, een goed
restaurant om de hoek. Het smaakt ons opperbest en het is nog niet eens zo duur
ook: slechts € 34 voor twee personen incl. drank. Na het diner bekijken we
opnieuw de Grande Place, het zou ’s avonds
feeëriek verlicht zijn, maar dat valt
tegen. Alleen in de zomer schijnt alles in de schijnwerpers te komen staan. Dat
neemt niet weg dat er eigenlijk op elk tijdstip van de dag hele horden toeristen
op de been zijn. In het straatbeeld van het centrum vallen verder de vele
Afrikanen (waarschijnlijk vooral Zaïrezen / Kongolezen) en Arabisch uitziende
mannen op. (35% van de Brusselse bevolking is allochtoon!) Ze gedragen zich hier
veel ingetogener en minder provocerend dan veel (jonge) Marokkanen en
Antillianen
in de grote Nederlandse steden.
Bij de Beurs zoeken we voor koffie de art nouveau - brasserie Falstaff op,
het interieur daarvan is nog steeds in de oorspronkelijk stijl bewaard. Ook
lopen we nog even supermarkt Delhaize binnen om onze biervoorraad aan te vullen.
Jos koopt in onze straat een stel ansichtkaarten van bezienswaardigheden waarvan
hij denkt geen mooie foto’s gemaakt te hebben.

We eten in de Food Factory vlak bij ons hotel; Clim houdt het bij halve haan en
Jos bij Cordon Bleu. Het is een groot etablissement waar veel jeugd komt, ook om
er alleen iets te drinken. Wijzelf drinken nog iets in het Brouwershuis op de
Grote Markt. Daar is een heuse brouwerij gevestigd en nog goed onderhouden ook.
Clim drinkt er voor de afwisseling eens een amberkleurig biertje. Het schijnt
hem nog te smaken ook. De prijzen van de drankjes in deze toplocatie zijn
natuurlijk niet mals, begrijpelijk met zo veel toeristen die perse zelf het
“mooiste plein van de wereld” willen aanschouwen. De rest van de avond brengen
we voor de televisie door. We genieten er van een doorwrochte Duitse
documentaire over het onverwachte en bloedige bombardement op Dresden in
februari 1945. Veel verslagen van ooggetuigen van beide kanten. Voor vandaag
hebben we wel de nodige portie oorlog gehad, zowel in de musea als op de buis.
DE BOULEVARDS
Een ring van boulevards geeft de oude kern van Brussel de vorm van
een vijfhoek. Zes van de zeven poorten die toegang gaven tot de
stad, zijn reeds in de 18de eeuw gesloopt. Alleen de Hallepoort is
gespaard gebleven.
Deze zuidelijke toegang bleef gespaard omdat zij in deze periode
diende als gevangenis. Een ingrijpende restauratie gaf de Hallepoort
het aanzien van een middeleeuws verdedigingswerk. De namen van de
toegangswegen van de stad herinneren nog steeds aan de verdwenen
poorten. Op deze manier blijven ze toch aanwezig.
|
 |
| |
|
|

Beursgebouw |
DE BENEDENSTAD
De reeks brede lanen, zoals de Pachecolaan, Keizerinlaan en
Keizerlaan die het hart van Brussel van noord naar zuid doorsnijdt,
verdeeld de stad in een beneden en bovenstad. De benedenstad is het
meest Vlaamse deel van het Brusselse hart.
Het Vlaamse karakter komt tot uitdrukking in de aanleg van dit
stadsgedeelte, in de bouwwijze van de huizen en de gemoedelijkheid
is dat in beiden terug te vinden. Dit is niet toevallig zo. In de
benedenstad was het vroeger erg ongezond doordat de Zenne regelmatig
overstroomde. Pas met de overwelving van de rivier in het midden van
de 19de eeuw kwam hieraan een einde. De benedenstad vormde daarom
het domein van de arbeidersklasse, die meestal Vlaams waren,terwijl
de bovenstad was voorbehouden aan de edele en rijke,die dan ook
Franstalig waren.
Het middelpunt van de benedenstad is zoals bij elke Vlaamse stad
natuurlijk de Markt. |
| |
|
|
 |
DE MARKT
Dit enorme plein, dat een van de mooiste stadspleinen van de wereld
is, kreeg zijn aanzien na het bombardement door de Franse troepen
van de Zonnekoning dat op 13 en 14 aug. 1695 de stad teisterde. Oude
afbeeldingen tonen hoe de Grote Markt na het bombardement eruitzag.
Van het prachtige plein was niets meer over dan een vormeloze
puinhoop. De Brusselaars sloegen de handen ineen en vijf jaar later,
in 1700, was de Grote markt herrezen, nog schitterender dan
voorheen.
Links: zomers bloementapijt |
| |
|
|

Gildehuizen
 |
GILDENHUIZEN
Een reeks van indrukwekkende panden sluit de rechterkant van de
grote Markt af. Wanneer men met het gezicht naar het stadhuis
staat,ziet men van links naar rechts :De Vos (het huis van de
Kramers), De Hoorn (het huis van de schippers), De Wolvin (het huis
van de boogschutters), De Zak (het huis van de kuipers en de
schrijnwerkers), De Kruiwagen (het huis van de verkopers van "Vette
Waren" zoals olie) en De Koning van Spanje (het huis van de
bakkers). Dit laatste huis onderscheidt zich van zijn buren door
zijn brede platte gevel en sierlijke kleine koepel, elementen die
aan de Italiaanse barok zijn ontleend. Het complex dat de linkerkant
van de Markt afsluit, wordt het huis van de Hertogen van Brabant
genoemd, vanwege de borstbeelden, die de pilasters sieren. Het
complex bestaat uit zes afzonderlijke panden onder één dak, van
links naar rechts: De Beurs, De Heuvel, De Tinnen Pot, De Windmolen,
De Fortuin en De Kluis. Drie van deze panden waren Gildenhuizen.
Van de panden tussen de Hoedenmakersstraat en de Karel Bulsstraat,
moet de Gulden Boom worden genoemd, het huis van de Brouwers, dat nu
het Brouwerijmuseum herbergt. |
| |
|
MANNEKEN PIS
Het staat achter het stadhuis,in de stoofstraat. Het is een bronzen
beeldje van Jeroom Duquesnoy (1619) waarin de schalkse Brusselse
geest wordt gesymboliseerd. Op de plaats van het Bronzen beeldje
stond oorspronkelijk een stenen exemplaar. Het huidige Manneke Pis
is een afgietsel. Het stenen beeldje werd in 1817 gestolen door een
ex-gevangene. Na een intensieve zoekactie werd het beeldje in
stukken teruggevonden. Van die stukken maakte men de vorm voor het
nieuwe Manneke.
Ten noordoosten van de Grote Markt ligt het "Lot Sacré”,een van de
gezelligste buurten van Brussel. de zorgvuldig gerestaureerde voor
het merendeel 17de-eeuwse huizen zijn bijna allemaal een restaurant
of café. Op mooie dagen wordt er op straat gegeten en gedronken,
waarbij de tafels op de straatjes worden gezet, wat hier niet
storend is omdat het verkeer hier niet is toegestaan.
|
 |
|
Panorama Manneken Pis |
|
HET BROODHUIS
Het Broodhuis werd door verschillende architecten, onder wie de
leden van de familie Keldermans, in de 16de eeuw herbouwd. Toen het
gebouw in 1860 in het bezit kwam van de stad Brussel was het in zo'n
slechte staat, dat men besloot het af te breken en het opnieuw op te
bouwen naar voorbeelden van tekeningen van 1515. Het is dan ook een
volledige reconstructie van het origineel.
Op de tweede verdieping wordt de beroemde garderobe van Manneke Pis
bewaard, bestaande uit zowat 349 kostuums die vanaf het einde van de
17de eeuw werden geschonken door hoogwaardigheidsbekleders,
verenigingen en bevolkingsgroepen, waarvan de oudste uit de 18de
eeuw dateert. |
 |
| |
|
HET STADHUIS
Het is de grootste blikvanger en het mooiste gebouw van de stad
(1402-1455). De rijzige toren (97 m.) staat op de plaats van het
vroegere belfort. Het stadhuis werd na de bombardementen met grote
zorg gereconstrueerd. De achterzijde, die uit het begin van de 18de
eeuw dateert, staat op de plaats van de Lakenhal, die door het
verdwijnen van de Lakenhandel geen functie meer had. Tussen de
eerste en de tweede verdieping van de voorgevel is een reeks beelden
aangebracht, die de Hertogen en hertoginnen van Brabant voorstellen.
De beelden werden vervaardigd in de tweede helft van de 19de eeuw.
Voordien waren de gevelnissen leeg. Wie nog verder naar boven kijkt,
ziet het belfort bekroont met de beschermheilige van Brussel,
Sint-Michaël, met aan zijn voeten de overwonnen draak, een
meesterwerk van de kopergieter Maarten de Rode. |
 |

|