INTERVIEW
ELIO DI RUPO:
(uit 2004?)
TALENKENNIS IN HET
MARSHALLPLAN
door: FILIP DEVOS
De zoon van een eenvoudige Italiaanse
immigrant die volksvertegenwoordiger, burgemeester, minister van Staat,
voorzitter van de grootste Belgische politieke partij en Waals
minister-president wordt.
De carrière van Elio Di Rupo, eerst
wetenschappelijk en pas vanaf 1982 politiek, heeft alles van een klassiek
filmscenario. Di Rupo, geboren in 1951 in Morlanwelz, was nauwelijks één
jaar oud toen hij zijn vader verloor en zijn moeder er op slag alleen voor
stond met haar zeven kinderen. Vorig jaar lanceerde de PS - voorzitter en
minister-president met zijn Marshallplan een sociaaleconomisch hulpplan
voor Wallonië. Over taal had een gesprek met wat wel eens ‘de machtigste man
van het land’ wordt genoemd.
WAAR, WANNEER EN HOE HEBT U NEDERLANDS GELEERD?
Pas toen u in 1982 in de politiek ging? Of veel later nog?
Ik ben in wezen een wetenschapper. Wie in de jaren ‘70 wetenschappen studeerde
aan de universiteit, kreeg geen lessen Nederlands. Louis Michel heeft een
opleiding Nederlands genoten, maar ik niet, ik was een positieve wetenschapper.
Bovendien ben ik al vlug naar Engeland gegaan om verder te studeren, aan de
universiteit van Leeds. Vandaar mijn gebrek aan kennis van het Nederlands.
Ik ben pas Nederlands beginnen te leren toen ik federaal
minister geworden was. In de federale regering ben je namelijk iedere dag in
contact met Vlaamse collega’s. Dus leer je automatisch veel meer en vooral oefen
je veel meer… Ik ben wel een paar keer naar een speciale taalschool geweest en
in mijn kabinet had ik ook Vlaamse medewerkers met wie ik uitsluitend Nederlands
moest spreken! Dat was verre van gemakkelijk. Je moet weten dat Nederlands een
heel moeilijke taal is voor de ‘Latijnen’!
Maar ik durf ook. Ik denk dat mijn Waalse collega’s over
het algemeen veel minder durven. Vlaamse politici maken natuurlijk ook veel
fouten als ze Frans spreken, maar ze durven die taal tenminste te spreken. De
vragen van het publiek beter kan beantwoorden en dus betere informatie kan
geven. Jammer genoeg spreek ik nog niet genoeg Nederlands om me altijd op mijn
gemak te voelen. Ik heb ook weinig tijd om al de aanvragen van de pers te
beantwoorden. Ik kan niet alles doen. Ik heb veel werk. Maar in ieder geval wil
ik voortgaan mij in te spannen om Nederlands te praten. Eerlijk gezegd zijn mijn
Vlaamse collega’s heel vriendelijk: ze proberen langzamer te spreken opdat ik
alles goed zou begrijpen!
WAT IS ER MOEILIJK EN GEMAKKELIJK AAN HET
NEDERLANDS?
De ‘g’ is moeilijk! Ook de zinsbouw is voor mij moeilijk:
die specifieke plaats van de woorden en de werkwoorden in de zin. Je moet anders
denken dan in het Frans om je zinnen in het Nederlands te formuleren! Ik zou ook
graag een meer precieze woordenschat hebben. En wat er gemakkelijk is in het
Nederlands? Tja, er is weinig gemakkelijk in jullie taal. Was dat wel zo, dan
zou ik een betere leerling zijn natuurlijk! Ik vind het heel plezant dat jullie
zo probleemloos woorden kunnen ‘fabriceren’. Vanaf twee woorden creëren jullie
een nieuw woord. Het Nederlands is een taal die heel rijk is.
MERKT U EEN VERSCHIL TUSSEN HET NEDERLANDS DAT IN
VLAANDEREN GESPROKEN WORDT EN HET NEDERLANDS IN NEDERLAND?
Ja, natuurlijk. Ik heb ook af en toe moeite met die
verschillende accenten. Het is een rijkdom van Vlaanderen, maar voor een
Franstalige is het niet altijd gemakkelijk! Alhoewel, er zijn natuurlijk ook
dialecten in Brussel en Wallonië. Er wordt anders gesproken in Luik dan in
Bergen, moet u weten! Franstalige politici zijn in dat opzicht veel banger. De
taal van de andere gemeenschap kennen is voor mij vooral gewoon een kwestie van
respect, van elkaar respecteren. Daar hebben we in dit land behoefte aan:
respect en wederzijdse kennis.
HEEFT UW KENNIS VAN HET NEDERLANDS DE
(COMMUNAUTAIRE) VERSTANDHOUDING VERBETERD? WAT IS HET BELANG VAN TALENKENNIS
VOOR EEN POLITICUS IN BELGIË?
Het is mijns inziens uiterst belangrijk dat Franstaligen
zich inspannen om verstaanbaar te zijn. Weet u, in dit land is er een soort
‘mediagrens’. Wie nooit in de Vlaamse media komt om zijn positie of zijn
standpunt rechtstreeks uit te leggen, wordt altijd misverstaan. De tegenstanders
gebruiken immers af en toe clichés om je positie karikaturaal te maken. Dat is
een heel gemakkelijk spelletje! Vooral omdat Vlaamse politici nooit verkozen
worden door Franstalige burgers en een Franstalige volksvertegenwoordiger nooit
verkozen wordt door een Vlaming. Daarbij: in dit land is de eerste minister maar
de kandidaat van maximaal de helft van de bevolking… Een eerste minister in ons
land wordt nooit verkozen door de drie gemeenschappen van het land. Dat heeft
soms veel invloed op het gedrag van politici.
U KRIJGT DE LAATSTE TIJD TOCH WEL VEEL AANDACHT
IN DE VLAAMSE MEDIA?
Ik denk dat ik door mijn aanwezigheid in de Vlaamse media
de vragen van het publiek beter kan beantwoorden en dus betere informatie kan
geven. Jammer genoeg spreek ik nog niet genoeg Nederlands om me altijd op mijn
gemak te voelen. Ik heb ook weinig tijd om al de aanvragen van de pers te
beantwoorden. Ik kan niet alles doen. Ik heb veel werk. Maar in ieder geval wil
ik voortgaan mij in te spannen om Nederlands te praten. Eerlijk gezegd zijn mijn
Vlaamse collega’s heel vriendelijk: ze proberen langzamer te spreken opdat ik
alles goed zou begrijpen!

U PLEIT ER AL LANGER VOOR DAT KINDEREN MEER
NEDERLANDS LEREN IN HET FRANSTALIGE ONDERWIJS. DAT IS GEEN EVIDENTIE IN EEN
WERELD DIE DOOR HET ENGELS BEHEERST WORDT.
Nee, ik vind het uiterst belangrijk dat Franstaligen op
school Nederlands leren. Ik ben er zeker van dat als wij in de jaren ’70 voor
meer bilinguïsme gekozen hadden, we nu veel minder communautaire
problemen zouden hebben. In het zogenaamde Marshallplan
staat een heel stuk over talenkennis. In Wallonië zullen we een grote inspanning
doen om de jongeren te helpen talen te leren. Niet alleen Nederlands, ook Engels
en Duits zijn belangrijk. Maar ik denk dat er ook en vooral een grote inspanning
geleverd moet worden in het onderwijs. Kijk, de studenten kunnen nu overal in
Europa studeren, onder andere door Europese uitwisselingsprogramma’s als Erasmus
of Socrates. Maar in België zelf kun je niet van een Vlaamse naar een Waalse
school gaan en daar uiteindelijk een diploma behalen. Dat is toch niet normaal,
zo’n toestand! Ik zou dus graag hebben dat de Franstalige minister en de Vlaamse
minister van Onderwijs samen gaan praten. Waarom bestaan er geen
uitwisselingsprogramma’s in België? Waarom is er geen ‘Belgische Erasmus’
tussen Vlaamse en Franstalige scholen? Dat kost weinig geld en het zou een echt
pluspunt zijn voor de leerlingen en studenten. Het zou ook veel wederzijdse
kennis bijbrengen over de cultuur en veel ‘clichés’ doorbreken.
BEDOELT U DAT MEN IN WALLONIË TE WEINIG
INITIATIEVEN ONTWIKKELD HEEFT OM NEDERLANDS TE LEREN? HOE KOMT DAT, DENKT U?
Absoluut. Zowel in Vlaanderen als in Wallonië was er niet
genoeg wil om de andere taal te leren. Dat komt door die regionalistische
strijd: men dacht op dat moment dat de overwinning van de eigen cultuur
belangrijker was dan de samenleving van de Franse en de Vlaamse cultuur. Dat is
jammer. Hadden wij op dat moment gekozen voor tweetalige scholen, tweetalige
culturele activiteiten en verenigingen enzovoort, dan waren de contacten tussen
de twee gemeenschappen heel anders geweest. Als u ziet hoe gemakkelijk kinderen
een andere taal leren, kunt u alleen maar vaststellen dat we niet genoeg
inspanningen hebben gedaan.
WELKE CONCRETE INITIATIEVEN ZULT U NEMEN OM DE
KENNIS VAN HET NEDERLANDS IN WALLONIË TE VERBETEREN? STAAN ER DAAROVER AL ZAKEN
OP PAPIER?
Ik wil dat de mogelijkheid bestaat om
een stage te volgen in een onderneming over de taalgrens heen. In sommige
beroepen of opleidingen moet je, om je diploma te halen, stage lopen in een
onderneming. Ik zou graag hebben dat wij onze jongeren aanmoedigen om die stage
in een Vlaams bedrijf te doen. Zo zouden de jongeren de Nederlandse taal leren.
Ook vind ik het belangrijk dat Vlamingen die graag Frans willen leren,
bijvoorbeeld met het oog op een internationale carrière, welkom zijn in
bedrijven in Brussel of Wallonië. Met het Marshallplan gaan we ook 8.000 beurzen
geven aan jongeren die een taal willen leren. We gaan die mensen helpen om op
het terrein – in Vlaanderen, in Duitsland of in Engeland – talen te gaan leren.
Bovendien zullen 12.000 nieuwe opleidingen gegeven worden voor mensen die geen
job hebben. Ik wil ook dat meer jonge Walen in het buitenland gaan studeren en
er gaan werken. De ‘Agence Wallonne à l’Exportation’ zal hierin een
belangrijke rol spelen. Ik heb al deze punten met de Vlaamse minister-president
besproken. We hebben daarover een eerste werkvergadering gehad op 18 oktober.
Dat was pas 10 dagen nadat ik minister-president ben geworden. We hebben nog
veel werk voor de boeg!


|