|
| |
UIT ONS VERSLAG
Tréguier, imposante kathedraal
We nemen opnieuw de autobaan, passeren de stad Saint Brieuc (die we in de diepte
van een soort fjord zien liggen) en rijden naar het stadje Tréguier dat aan een
estuarium gelegen is. Aan de rand van de stad vinden we een ruime parkeerplaats.
We lopen door de nauwe straatjes naar boven (al die stadjes hier zijn hoger
gelegen) langs de oeroude vakwerkhuizen en rusten even uit op het kerkhof, waar
ook bescheiden graven van gevallen Duitse soldaten liggen. Daarnaast treffen we
er ook graven van moslimsoldaten (uit de Magreb: Algerije, Marokko) aan en zelfs
nog enkele van Grieken, die niet voor het vaderland maar wel voor La France hun
leven geofferd hebben. De o zo bewierookte kerk Saint Tugdual met interessant
klooster is gesloten, we proberen er van alle kanten in te komen, maar vergeefs.
In het portiek heeft zich een groepje clochards / junks / vino’s met
herdershonden verschanst. Dat soort samenscholingen kon je vroeger ook in
Duitsland zien (met name rond de stations van de DB), maar aan die
overlastgevende landloperij heeft de Polizei abrupt een einde gemaakt.
|
 |
 |
Klooster
|
Treguier
|
Massaal lunchen
We lopen er rond tijdens het lunchuur, wat betekent dat alle restaurants vol
smikkelende Fransozen zitten en de winkels urenlang dicht zijn. Veel kappers in
dit stadje valt ons op. Op het plein voor de kerk staat een imposant standbeeld
van de filosoof Ernest Renan, zijn geboortehuis annex museum ligt ook vlakbij.
De plaatselijke bevolking in dit soort stadjes zegt steeds vriendelijk
goedendag, een teken dat zij hier niet echt veel vreemdelingenverkeer gewend
zijn. Misschien is dit wel een overhaaste conclusie en zit vriendelijkheid hun
gewoon in het bloed en is dit de ware volksaard….
TRÉGUIER
Le Trégor heeft meer dan rotsen en strand. Iets landinwaarts, maar door de
monding van de Jaudy met zee verbonden, ligt Tréguier (3.000 inw.). De straten
liggen achter lange muren, die naar het hart van de stad en de zeldzaam mooie
kathedraal leiden.
Cathédrale St- Tugdual.
De Côte de Granit - Rose heeft met rozegrijze steen
bijgedragen aan de gotische kathedraal. Het moeilijk hanteerbare graniet is hier
op onnavolgbare wijze omgezet tot een godshuis dat vele pelgrims trekt. De
cultusplaats van Saint Yves is door de heilige met andere ogen bekeken. Hij kon
namelijk de romaanse voorganger van het godshuis betreden; tegenwoordig rest
hiervan alleen nog de 12e-eeuwse Tour Hasting, de noordelijkste van de drie
torens op de dwarsbeuk. Vanaf het marktplein is de gehele gevel één stemmig
juweel. De Porche des Cloches is in haar flamboyante gotiek de belangrijkste
toegang. De Porche du Peuple gaat gracieus gebukt onder een rozet. Dat zelfs
zwaar graniet luchtig kan aandoen, laat het gotische schip zien. Moderne ramen
verlichten nu de pilaren die in diverse stijlen het 18 m hoge gewelf
ondersteunen. De meeste pilaren zijn achtzijdig. Daarboven loopt een fries met
bloemen, planten en figuren. Het eind-14e-eeuwse of vroeg-15e-eeuwse koor klimt
tot 40 m op en is onder meer gevuld met bijna vijftig koorstoelen (1509) die een
uitzicht bieden op 15e-eeuwse fresco's.
Op een van de stoelen staat Saint Tugdual afgebeeld, strijdend met een draak.
Aan hem wordt de bouw van het hier gelegen 6e-eeuwse klooster toegeschreven.
Tugdual heeft daarmee het startsein gegeven voor de religieuze uitstraling van
Tréguier. In de Chapelle de la Vierge staat een fraai altaarstuk. Vlakbij ligt
de gisant van Saint Yves in wit marmer. In de zuidelijke transeptarm staat de
heilige pleiter tussen rijk en arm in hout afgebeeld. In de sacristie wordt in
de schatkamer de schedel van de heilige Yves bewaard. Eenmaal per jaar in mei
gaat het hoofd op reis, in de 'Pardon des Pauvres'. Achter de kerk ligt een van
de best bewaarde kloosterhoven van Bretagne. Het gazon wordt omlijnd door
flamboyant - gotische, maar ook statige zuilenrijen. In de punten zijn
vierpassen uitgewerkt. De 18e-eeuwse calvarie komt oorspronkelijk uit Plouguiel.
De kloosterhof stamt uit 1461.
Maison de Renan
In een elleboogstraatje achter het koor van de kathedraal staat het geboortehuis
van Ernest Renan, het Maison de Renan. Zijn kinderkamer, de bibliotheek en zijn
werkkamer zijn te bezoeken.
|

Frans rijgedrag
Via Morlaix, waar een indrukwekkende brug ligt, bereiken we het dorpje Gouesnou
onder de rook van Brest waar ons volgende Campanile – hotel gelegen is. Het is
dan nog vroeg, nog geen half vier. Tegen vijf uur springen we weer in de Volvo
en gaan we richting kust. We raken in de spits, maar al gauw hebben we de
landelijke weggetjes bereikt. Onderweg zien we een auto die over de kop is
gegaan; of er mogelijk slachtoffers gevallen zijn kunnen we niet beoordelen, wel
is er politie en een ambulance bij. De Fransen rijden over het algemeen snel en
nemen zeker op de kleinere en smallere wegen veel risico’s. Zij noemen dat ‘een
sportieve rijstijl’, maar in onze ogen valt dat meer in de categorie “roekeloos
en riskant rijgedrag”. Op de autosnelwegen daarentegen wordt wel veel minder
hard gereden dan in Duitsland. Logisch, want de boetes voor
snelheidsovertredingen in Frankrijk zijn onlangs draconisch verhoogd, hetgeen
uiteraard tot felle protesten uit allerlei hoeken heeft geleid.
Saint Renan en Menhir de Kerloas
Het stadje Saint Renan heeft ons weinig te bieden. De kerk is niet de moeite
waard, evenmin als de lokale begraafplaats. We ontdekken er maar een echt goed
geconserveerd vakwerkhuis, nu een brasserie - restaurant annex winkel. Acht
kilometer buiten de stad vinden we dan toch iets interessants: de Menhir de
Kerloas. Hij ligt midden tussen de velden en is naar schatting meer dan
vierduizend jaar oud. Van de oorspronkelijk 12 meter zijn er 10 over, daar heeft
een blikseminslag voor gezorgd. Hij is niet van graniet (dus niet een monoliet),
maar van tamelijk brokkelige zandsteen. Het regent als we er rondlopen. In de
achttiende eeuw was hier een ware cultus van een soort zon- en maanaanbidders,
te vergelijken met de huidige New Age People. Pas gehuwden kwamen hier ook naar
toe om met hun onderbuik tegen de menhir te schuren, dat zou de vruchtbaarheid
bevorderen. Rondom de steen heeft men veel doornstruiken geplant, volgens Clim
om de graafmaniakken (goud, zilver, archeologische artefacten!) af te schrikken.
Hij kon wel eens gelijk hebben. We vinden het weer te slecht om door te rijden
naar Le Conquet, een kaap in zee met vuurtorens en vergezichten. Om half zeven
zijn we weer terug in het hotel.
 |
 |
Menhir de Kerloas
|
|


|