|
| |

UIT ONS VERSLAG
Saint Malo
Het belooft een regenachtige dag te worden, dus steken we onze paraplu’s bij
ons. We rijden naar de ommuurde stad van Saint Malo, maar we gestuit worden door
een slagboom: de brug over een van de sluizen is open. Gelukkig vinden we nabij
een parkeerplaats. Te voet lopen we terug. De “ville close” is erg interessant
met zijn uniforme bouw uit de zeventiende eeuw. We maken er een wandeling van
een uur over de nog geheel intacte wallen, die hier en daar onderbroken worden
door fortificaties en torens. De bekende vestingbouwer Vauban heeft ook hier van
zich doen spreken, met name de eilandjes voor de kust zijn door hem versterkt.
Het is 1 mei en de Fransen hebben vandaag allemaal vrij vanwege die feestdag.
Veel winkels zijn dan ook gesloten, op de echte ‘tourist traps’ zoals
souvenirkraampjes en crêperieën (waar de plaatselijke lekkernij enorm populair
is) na dan. Kortom, het is tamelijk druk. In de bastions zijn nu musea
gevestigd.
Plaatselijke helden
We komen langs de standbeelden van plaatselijke helden zoals Surcouf (een
zeerover / boekanier, gewoon een boef dus) en Jacques Cartier (de ontdekker van
Canada). De kathedraal is bijzonder. Een hoger gedeelte is somber en duister,
terwijl het lagere gedeelte licht en vrolijk aandoet. Daar ligt ook Cartier
begraven. We drinken koffie in een typisch Engelse pub, althans wat sfeer
betreft. De koffie (café crème grand) is hier buitengewoon smakelijk, maar dat
mag ook wel voor € 2,70.


SAINT MALO
I
De 'citadel van graniet' (52.700 inw.) zoals de dichter en politicus
Chateaubriand zich over zijn geboorteplaats uitliet, is overweldigend in zijn
machtige omwalling, sereen en indrukwekkend in de gelijkgevormde rijen van
redershuizen en uniek door de granieten stadskop van de Ville Close die aan drie
zijden door de zee wordt omspoeld. St - Malo riekt nog naar het piratenleven,
zwiept in zijn jachthaven van de vele masten, borrelt en bruist op de terrasjes
in de oude straten en imponeert als geen andere Bretonse stad door de
authenticiteit van zijn architectuur. Maar bovenal symboliseert het het contact
met de zee door zijn stranden, musea, havens en zijn geschiedenis.
GESCHIEDENIS
St-Malo heeft zich met handel en piraterij meer aan zee gebonden dan aan land.
De lijfspreuk van de Malouins luidde altijd: 'Malouin d' abord, Breton peut-être,
Français s'il en reste' (op de eerste plaats Malouin, wellicht dan Breton, en
Fransman als er nog iets over blijft). De zelfstandige geschiedenis van St- Malo
begon in St- Servan waar de monnik Malo bij het toenmalige Aleth aan land zou
zijn gegaan. Hij werd de bisschop van de nazaten van de Romeinen die hier hun
havenplaats hadden. Franken en later Vikingen overvielen Aleth. De bewoners
trokken zich terug op het granieten eiland waar St- Malo zou worden gebouwd.
Achter de eerste verdedigingswallen groeide een middeleeuwse vrijbuiterstad.
Met de kathedraal ontving St- Malo in de 12e eeuw enkele rechten die zijn
verzelfstandiging alleen maar bevorderden. Zo had St- Malo het recht zichzelf te
verdedigen en ook het asielrecht. De privileges pasten prima bij de trots en
zelf dunk van de inwoners. Hertog Jan IV liet in St -Servan de toren Solidor
(1382) bouwen om zijn macht op de stad te vergroten. Het had weinig invloed op
de eigengereidheid van de Malouins.
In de 16e eeuw, toen de houten zeekastelen naar Amerikaanse en Indische kusten
vertrokken, werd de stad zelfs een tijdje een onafhankelijke republiek. Een
stadstaat die vertegenwoordigers naar buitenlandse hoven zond, bijvoorbeeld die
van de toenmalige zeemacht Portugal. De 16e eeuw bracht St- Malo voorspoed.
Jacques Cartier legde handelscontacten met Canada. De haven van St- Malo werd de
belangrijkste van Frankrijk; meer dan 3000 schepen deden de stad jaarlijks aan.
Kabeljauwen bont waren twee voorname overslagproducten. Een felle brand woedde
in 1661 door de houten stad, waarna besloten werd het moeilijke graniet als
bouwmateriaal te gebruiken bij de nieuwe woningen. De stad kreeg een
classicistisch uiterlijk met een symmetrische strengheid.
Bij het omslaan van het Europese politieke klimaat in het laatste tijdvak van de
17e eeuw, verkommerde de handel in exotische producten en aluin (nodig voor de
textielindustrie) en snoerden de Malouins de wapengordel aan. De piratenvlag kon
gehesen worden. De Franse koning had een kapersbrief gegeven, waardoor
buitenlandse schepen aangevallen mochten worden zonder als zeerover aangemerkt
te worden. Vooral de Engelse schepen werden veelvuldig geënterd.
Piratenkapiteins als Duguay - Trouin en Surcouf verdienden fabelachtige sommen
met deze praktijken. St- Malo kende toen 20.000 inwoners. Reder of kaper? In elk
geval ontstellend rijk, zoals de reders Porée, Dancycan en Magon zich konden
noemen.
De opkomst van de Noordelijke Nederlanden als zeevarende macht, de Spaanse
Successieoorlog en het verlies van de Engelse markt betekenden klap na klap voor
St- Malo, dat in de 18e eeuw zijn handelspositie verloor aan Nantes. In de 19e
eeuw verviel St- Malo tot een naar vis stinkend oord. Aan het einde van de 19e
eeuw ontdekte een vroeg toerisme de oorspronkelijk gebleven schoonheid van de
classicistisch aangelegde granietstad. Tijdens de 'Belle Époque' vertrok men al
naar St- Malo. Ook de Duitsers zagen perspectieven in de nog nooit vanuit zee
veroverde stad. Ze verschansten zich er en werden mét 80% van alle huizen
gebombardeerd door de geallieerden. De Ville Close werd daarna zorgvuldig
gerestaureerd, zodat het nu een toeristische trekpleister van de eerste orde is.
|
FOTOGALERIJ SAINT MALO
(Klik op een fotootje voor een vergroting.)

BEZIENSWAARDIGHEDEN
1. Remparts Eén wandeling in St- Malo is een must, de ongeveer één uur durende
voettocht over de bijna 2 km lange wallen rond de Ville Close. Met de bastions,
torens en poorten van St- Malo in de rug, ziet u in het blauwgroene water
versterkte eilandjes, de voorbuffers van de stad bij aanvallen. Het zuidelijke
bastion St- Philippe biedt een panorama van de Cbte d'Émeraude. De oudste delen
van de wallen dateren van de 12e eeuwen liggen tussen het Bastion de la Hollande
(1674) en de Tour Bidouane (1652). De gevelrij langs de Quai de Dinan (zuidkant)
is authentiek.
2. Le Château Hoe de wandeling over de muren ook wordt gelopen, begin- en
eindpunt blijft St. - Malo's kasteel op de Place Chateaubriand. Frans II en zijn
dochter Anne zijn verantwoordelijk voor de bouw van het hoekige slot, dat het
aanzien van een 15e-eeuwse vesting heeft, in de 17e eeuw in het oosten verrijkt
werd met een driehoekig complex (La Galère) en aan de stadskant verstevigd met
de Tour Quic-en-Groigne en La Générale. Het bolwerk is strategisch in die punt
van de Ville Close gebouwd, waar aanvallen over land de meeste kans van slagen
zouden hebben.
3. Musée d' Histoire de la Ville et d'Ethnographie du Pays Malouin De donjon van
het kasteel herbergt de verzamelingen van het stadsmuseum, een bescheiden
collectie die door de zalen van de slottoren cachet krijgt. De zeelieden Jacques
Cartier, Duguay - Trouin, La Bourdonnais en Surcouf krijgen naast schrijvers als
Chateaubriand en Lamennais aandacht. De maritieme historie van de stad is niet
vergeten.
4. Tour Quic-en-Groigne Anne van Bretagne liet deze toren aan het slot
vastzetten. De naam heeft een verhaal. In de toren liet Anne namelijk de
volgende tekst aanbrengen: 'Qui qu'en groigne ainsi sera car tel est mon plaisir'
(vrij vertaald: het doet er niet toe wie moppert, het werk - aan de toren - gaat
door omdat ik er plezier aan heb). Het gemopper kwam van het volk dat in de
toren een machtsbevestiging van het hertogdom Bretagne zag.
5. Aquarium (Place Vauban) In zo'n veertig waterbakken zwemmen Franse zeedieren
naast bewoners van koraaleilanden. Er is ook een exotarium met hagedissen,
kleine krokodillen, slangen en zelfs schorpioenen.
6. Fort National In 1689 werd dit fort door Vauban voor de kust gebouwd. Vooral
het uitzicht vanaf dit punt op St- Malo en Paramé is interessant. Tijdens de
Tweede Wereldoorlog gebruikten de Duitsers het kasteel als gevangenis. Veel
eerder, in 1692, werd de Hollands - Engelse vloot van hieruit bestookt.
7. Cathédrale St-Vincent In 1534 knielde Jacques Cartier voor het altaar van de St- Vincent voordat hij zich inscheepte om Canada
te ontdekken. De neoklassieke gevel was er toen nog niet. Zijn graftombe troont
samen met die van kaper René Duguay - Trouin en bisschop Jean de Châtillon in de
kerk. Een uiterst kleurrijk gezelschap. Diverse kapitelen zijn romaans, het
13e-eeuwse koor volgt laag de helling van de rots waar de kathedraal op gebouwd
is. Met bijzondere glas-in-loodramen van Jean le Moal.
8. Île du Grand-Bé Op dit woeste eilandje ligt het eenvoudige graf van
Chateaubriand (1848). Let op het tij bij bezoek aan dit eilandje! Wanneer de
vloed plotseling opkomt, kunt u beter enkele uren op het eilandje doorbrengen
dan de natte gevaarlijke tocht terug te ondernemen. Nog iets verder ligt eenzaam
op een rifpunt een van de zeekastelen van St- Malo.

|
SAINT - MALO II
Saint-Malo is een stad met haven aan de kust van Bretagne, in het departement
Ille-et-Vilaine. De stad werd in de 5e eeuw gesticht door een monnik. In de 12e
eeuw verhuisden de bewoners nog meer naar de kust en kozen voor het schiereiland
om strategische redenen. Nu nog is de muur om de oude stad aanwezig. Het
stadsdeel binnen de muur wordt Intra-Muros genoemd. Aan de grote toegangspoort
bevindt zich het kasteel, dat nu deels stadshuis en bibliotheek is, maar ook een
aantal musea bevat. In de oude stad is een bezoek aan de kathedraal
Saint- Vincent aan te bevelen. Voor de meesten zal een wandeling op de versterkte
muur van 1.8 km lengte wellicht de belangrijkste belevenis zijn.
Het Grand Aquarium bevindt zich net buiten de stadsgrenzen en is een
topattractie. Het werd volledig vernieuwd in 2001, het was toen nog maar 5 jaar
oud. Men maakt hier onder andere een reis met de onderzeeër 'Nautilus'.
Saint-Malo is niet altijd zo vredig geweest als het er nu uitziet. Het was
altijd de verblijfplaats van zeerovers die in de opdracht van de koning schepen
beroofden van landen die in staat van oorlog waren met Frankrijk. Hun
zeevaartkunde hebben ze ook op een nuttige manier aangewend, namelijk de
ontdekking van Canada in 1534 door Jacques Cartier (1491-1557). Deze ontdekking
bracht veel voorspoed voor Saint-Malo, dat hierdoor een bloeiende handel in
beverpelzen zag ontstaan. In 1661 maakte een grote brand hieraan een einde, de
stad werd geheel verwoest. Om zo'n grote brand in de toekomst te voorkomen, werd
de volledige stad herbouwd in graniet. In de Tweede Wereldoorlog werd de stad
echter opnieuw volledig vernield en daarna herbouwd zoals Vauban het had gedaan
na de grote brand van 1661.
Bezienswaardigheden
- Muur rond Saint-Malo / De stadsmuren
- Kasteel van Saint-Malo
- Graf van Chateaubriand op het eiland Ile de Grand Bé
- De Kathedraal Saint - Vincent
- Het Grand Aquarium
Bekende inwoners
- Jacques Cartier (1491-1557), ontdekker van Canada.
- Pierre Louis Moreau de Maupertuis (1698-1759), mathematicus en
astronoom.
- Bertrand - François Mahé de La Bourdonnais (1699-1753),
navigator,
administrator van La Réunion.
- François René de Chateaubriand (1768-1848), schrijver en diplomaat.
|

 |