|
| |

BRETAGNE INFO I
Bretagne. Wie ruikt de zee niet als deze naam valt. Met een inwoneraantal van 4
miljoen mensen bestaat Bretagne uit de kuststreek (het Keltische Armor staat
voor ‘land van de zee') en het binnenland (Argaot, ‘land van het bos’). Langs de
stranden van de Cote d’Émeraude liggen verschillende badplaatsen. Lang voordat
toeristen dit deel van Bretagne fotografeerden voor de thuisblijvers, legden
kunstenaars hier de indrukwekkende schoonheid vast. Bretagne beslaat vier
departementen: Côtes -d' Armor, Finistère, Morbihan en Ille-et-Vilaine.
Ille-et-Vilaine
Ille-et-Vilaine is 'n gebied van 6.758 km2. Rennes is de hoofdstad. Op de grens
van De Morbihan en Ille-et-Vilaine ligt het Foret de Paimpont, een restant van
het bos dat vroeger het hele binnenland van Bretagne bedekte. Dol-de-Bretagne
hoort bij Ille-et-Vilaine, net als Cancale, en de volledig herbouwde stad St.-Malo
(die in WO II verwoest werd) zijn een bezoekje meer dan waard.
Religiebouw
Het geloof was altijd al sterk aanwezig in Bretagne en ook de lokale bouwers
konden er wat van: verschillende abdijen, negen kathedralen, grote kerken en
duizend dorpskapellen zijn het bewijs van hun liefde voor God. Voor Bretagne
waren de 16e en 17e eeuw de gouden eeuw van de religieuze architectuur.

Monumenten
De stranden van Bretagne zijn heel populair bij toeristen en ook is het een
gebied met geschiedenis, vol oude monumenten. De vakwerkhuizen in Vannes en
Dinan doen aan de Middeleeuwen denken, terwijl de woningen van reders in Nantes
en St. Malo laten zien hoe rijk ze in de 17e en 18e eeuw waren. Forten aan de
kust, zoals in St. Malo, hebben Bretagne in de afgelopen eeuwen fel verdedigd
tegen landaanvallen vanuit zee.
Zeevaarttraditie
Bretagne is de meest westelijke punt van Europa. De kustlijn telt 2863 km. Vanaf
de 11e en 12e eeuw onderscheidden de Bretonse zeevaarders zich op de
wereldzeeën. In de 15e en 16e eeuw bracht de handel over zee Bretagne grote
voorspoed. De eeuw hierna maakten de Bretons eenderde uit van de Franse marine
en eenderde van de Franse handelsvaart. Bretons zijn ook bekwame vissers.
Tegenwoordig komen in Brest en Douarnenez de meest uiteenlopende boten samen
voor grote (internationale) evenementen.
De vestingstad St.-Malo
St.-Malo was eind 17e eeuw de belangrijkste havenstad van Frankrijk. Dankzij hun
monopolie haalden de reders met hun handel met Oost - Indië veel rijkdommen binnen.
Na Engelse aanvallen in de 17e eeuw ontwierp de architect Siméon de Garangeau
een nieuwe versterkte stad. Tussen 1708 en 1742 groeide St.-Malo in rap tempo.
Helaas werd de stad tijdens gevechten aan het einde van de Tweede Wereldoorlog
voor zeker 80 procent verwoest. Bij de herbouw werd het historische karakter
gehandhaafd.


Kapers en Piraten
In de 17e en 18e eeuw was St. Malo als 'wespen- en piratennest' een bekende
kapershoofdstad. In november 1693 probeerden Engelse strijdkrachten de haven in
te nemen met een schip vol kruit, bommen en granaten dat uiteindelijk moest
ontploffen. Maar dit mislukte en St. Malo bleef in handen van de kaperkapiteinen,
waarvan de bekendste Duguay-Trouin, Surcouf en La Moinerie-Trochon zijn.
Duguay-Trouin was kapitein sinds zijn 18e en terroriseerde de zeeën rond
IJsland. In 1711 werd hij bij Rio de Janeiro gevangengenomen. Surcouf won veel
zeeslagen en werd een rijke stinkerd door de uitrusting van piraten en
handelsvaarders te verzorgen.
Stadswallen
Tot de oudste delen van de stad behoren de Cavalier des Champs Vauverts en de
Tour Bidouane die rond het laat-16e-eeuwse arsenaal werd gebouwd, dat ouder is
dan de in de 17e eeuw versterkte stad. Het mooiste uitzicht op St.-Malo heb je
vanaf badplaats Dinard, een plek die luxe villa's bergt en tuinen en
stadsparken. Dit doet minder 'oud' aan dan St. Malo.
Grand Aquarium
In dit moderne aquarium kun je meer dan 500 verschillende levende diersoorten
zien. De route door het aquarium loopt gelijk met de weg van de grote zeelieden
en bestrijkt een gebied van de Noord-Atlantische Oceaan tot de Caribische Zee.
Met zijn ronde haaienbassin, een tropische ruimte, bassins waar de bezoekers de
vis kunnen aanraken en de reconstructie van het wrak van een galjoen trekt het
aquarium bezoekers van alle leeftijden.
Dol – de - Bretagne
De religieuze hoofdstad van Nominoë (genoemd naar de koning van Bretagne tijdens
de 9e eeuw) is Dol. Dit middeleeuwse stadje dankt zijn aanzien en welvaart aan
de mooie kathedraal, waarin je de gotische architectuur terugziet. Rond 548 werd
er een klooster gesticht en hieromheen ontstond een stad die zich verder
ontplooide. Zo vanzelfsprekend was dit niet, want Dol moest zware aanvallen
doorstaan van Normandië (dat door Engeland gecontroleerd werd) en Franse
koningen. In 1801 werd het bisdom afgeschaft.
Staande steen
De grootste en mooiste staande steen die uit een enkel stuk van 9,5 meter
granietblok is gevormd, dat is Menhir du Champ-Dolent. Volgens de legende viel
de steen uit de lucht en scheidde deze twee vechtende broers die elkaar
probeerden om te brengen. Aan deze legende dankt de steen zijn naam ‘Champ
Dolent’ dat ‘veld van de droefenis’ betekent.
BRETANGE INFO II
GEOGRAFIE
Als schiereiland heeft Bretagne drie kusten en een landgrens die in het noorden
begint bij Mont Saint Michel, dat langdurig de twistappel was tussen de
hertogdommen Normandië en Bretag-ne. Hier ligt een schilderachtig niemandsland -
een met verraderlijke zandgronden gevulde baai die het grootste getijverschil
van heel Europa kent: tot 14 m kan het water bij de Grandes Marées stijgen en
dalen.
Mont St Michel, vaak nog tot Bretagne gerekend, behoort sinds 933 toe aan
Normandië, maar zijn silhouet aan de horizon is nog tot in de Bretonse stad Cancale en de Pointe du Grouin te zien. Daar begint het rotsachtige Bretagne met
zijn kapen, steile kusten, eilanden en riffen, maar ook met zijn trechtervormige
mondingen die op de abers, de verzonken dalen uit de oertijd lijken, maar door
rivieren zijn uitgesleten. Vaak monden ze uit op één punt binnen het bereik van
het getij.
In de Rance, de belangrijkste onder deze rivieren, maakt men sinds 1966 gebruik
van de getijstroom in een 'door zee gestuwde krachtcentrale' - een stuwdam
waarin de turbines nu eens in de ene richting, dan weer in de andere draaien.
Ook andere - vaak ronduit onbeduidende - rivieren dan de Rance hebben
trechtervormige mondingen uitgesleten, en overal waar het voor schepen aan het
uiterste bereik van de vloed maar enigszins geschikt was, zijn haven- en
handelssteden verrezen die evenzeer gericht zijn op het binnenland als de zee:
St-Brieuc, Lezardrieux, Tréguier, Lannion en Morlaix.
Andere havensteden hebben zich vooral op de zee gericht, met name op de verre
gebieden van de Atlantische en Stille Oceaan. Saint-Malo teert nog steeds op de
roem van zijn ontdekkingsreizigers en zeerovers. Het tegenwoordig als 'groots'
bestempelde tijdperk van visserij in de wateren van IJsland en Newfoundland, was
daar in feite - net als in Paimpol, Ploubazlanek en andere kleinere plaatsen -
een periode van ellende en slavernij, die door rederijen en kapiteins werd
veroorzaakt. Zelfs elfjarigen werden gedwongen aan boord te gaan van schepen die
koers zetten naar de Noordelijke IJszee.

In het verlengde van de Côtes d'Armor ligt een zeer onherbergzame kust:
Finistère, begin en einde van Bretagne. Onzeker varen hier de zeelieden uit alle
landen van de wijde oceaan tussen het Britse Land’s End en het door vuurtorens
omringde Île d' Ouessant naar de zee-engte van Het Kanaal.
Finistère, Penn ar bed, de kop van Bretagne, heeft het allemaal: indrukwekkende
rotspieken en halvemaanvormige zandstranden; steile kapen met huizen die ankers
nodig hebben om te kunnen blijven staan; stille, smalle baaien waar zelden een
zuchtje wind de vijgen en klimrozen in beroering brengt; door wind en golven
uitgesleten rotspoorten en grotten; en heuvels die een werkelijk prachtig
uitzicht op dit geheel bieden.
Twee uitlopers in zee, de Cap Sizun met de Pointe du Raz en het Pays Bigouden
met de Pointe de Penmarc'h, vormen de overgang naar het zuiden. Hier ligt een
heel ander Armorica, met een bijna mediterraan klimaat. Armor, een door zee
gevormd landschap, omgeeft Argoat, het grote en veel minder bekende bosrijke
binnenland.
KLIMAAT
De helft van alle winkels is gedurende tien maanden gesloten. Dat is echter geen
teken van een onherbergzaam klimaat, maar eerder het gevolg van starre
vakantieregels die door de overheid zijn ingesteld. De centralistische overheid
stuurt haar burgers - afgezien van de voorjaarsvakantie - allemaal tegelijk met
vakantie, tussen 10 juli en 20 augustus. Daarvóór en daarna - april, mei, juni,
en tot eind oktober - is Bretagne een waar paradijs voor vakantiegangers.
Vrijwel geen enkel hotel is dan volgeboekt en vakantiewoningen hebt u voor het
uitzoeken tegen gunstige prijzen. Ja, en waarom zou u niet eens een keer 's
winters de middeleeuwse steden bezoeken om tijdens lange wandelingen de gezonde
lucht op te snuiven en u daarna te goed te doen aan oesters en kreeft? De
snelweg en de TGV hebben Bretagne steeds beter bereikbaar gemaakt, met alleen
Parijs als tussenstop.
ETEN
Een ‘plateau de fruits de mer’ - een op wier en ijs opgehoopte berg oesters,
mosselen, gekookte zeeslakken, langoustines en krabben - dat is de overal
geserveerde, smakelijke schotel die uit de zee rond Bretagne werd geoogst.
Bovendien zijn er vers gevangen vis, zeekreeften en langoesten die de vorige dag
nog in de fuiken rondkropen. De Bretonse kookkunst is vooral bijzonder door de
versheid van haar ingrediënten. Dat geldt ook voor het kruidige vlees van de op
de zilte weiden grazende lammeren (agneau pré-salé), voor de vrij rondlopende
kippen en loopeenden van Nantes, voor de boter en melk van de vette koeien en
niet in de laatste plaats voor de groente en het fruit uit Léon. Van een geheel
eigen Bretonse keuken is eigenlijk geen sprake, afgezien van de creaties van de
beste chef-koks, die met de aroma's van armor en argoat - wier- of
schaaldiersappen - jongleren en de lokale gerechten een exotisch tintje geven.

HOOFDSTAD EN BELANGRIJKE STEDEN
RENNES (niet door ons bezocht)
Oude stad met tweede jeugd
De stad is meestal geen reisbestemming op zich. Veel reizigers rijden dan ook -
met het vooruitzicht op een vakantie aan zee - over de zuidelijke ringweg met
een grote boog om de Bretonse provinciehoofdstad heen. Wat ze daar te zien
krijgen, bevestigt alleen maar hun vooroordeel: een grijze, gezichtsloze
metropool met industrieterreinen en kale flatgebouwen die mooie kerktorens
vrijwel geheel aan het zicht onttrekken. Maar achter al dit lelijks ligt een
vitale kern rond de kathedraal. Sinds 1950 is de bevolking van Rennes verdubbeld
tot 205.000 inwoners; de drie-eenheid van onderwijs, onderzoek en praktische
toepassing heeft deze plaats aantrekkelijk gemaakt. Dankzij de drukbezochte
universiteit met centra voor elektrotechniek, communicatietechniek,
biowetenschappen, milieutechniek, en een op de toekomst gerichte industrie
beleeft de stad nu zijn tweede jeugd.
SAINT-MALO
Citadel van zeerovers en ontdekkingsreizigers
Zie hierboven.
QUIMPER (niet door ons bezocht)
Keramiek en Keltencultus
Als twee coiffes bigoudènes - de bijzonder hoge kanten mutsen van Cornouaille -
rijzen de rijk bewerkte torens van de kathedraal Saint - Corentin hoog op boven
Quimper (59.000 inwoners). De heremiet Kaourentin zou koning Gradlon bij de berg
Menez - Hom hebben ontmoet en samen met hem van een vis hebben gegeten waarvan
het vlees dagelijks weer aangroeide. Naar aanleiding van dit wonder benoemde de
vorst de vrome man tot bisschop van Kemper en schonk hem zijn paleis.

VANNES (niet door ons bezocht)
Droom van een koninkrijk
Begin en einde van een onafhankelijk Bretagne werden in deze niet direct aan zee
gelegen havenstad (45.500 inwoners) bekrachtigd. De naam is ontleend aan de
Gallische Venetes, die zich hardnekkig tegen Caesar bleven verzetten. De
Romeinen bouwden de eerste vestingmuren en legden ook een landweg aan - zo
ontstond de eerste handelsplaats van de zuidkust. Dankzij de gunstige ligging
aan de Golfe du Morbihan leeft de stad met zijn grote provinciale charme
voornamelijk van het toerisme.
NORMANDIË
HET LAND VAN DE GROTE WIJNEN
Normandië strekt zich van de Atlantische, kust diep landinwaarts tot het Bekken
van Parijs uit. De Normandische kust zal in de historie vermaard blijven als de
plaats waar de geallieerden op Day 1944 hun landingen uitvoerden. Hoewel de
oorlogsschade nu grotendeels hersteld is, getuigen de tanks en kanonnen in de
duinen en de Duitse kerkhoven bij Caen nog altijd van de zware gevechten die
hier plaatsvonden. Heel anders dan Normandië met zijn drukke wegen, grote steden
en goed bewerkte grond is de provincie ten westen ervan, die scherp als een
scheepsboeg in zee uitsteekt. Bretagne, met zijn heel eigen sfeer, is nog altijd
ruig en ietwat primitief. De industrie is er niet veel verder doorgedrongen dan
tot Rennes, een mooie, maar in wezen niet-Bretonse stad.
In tegenstelling tot Normandië met zijn rustieke gebieden, is in Bretagne overal
de invloed van de zee merkbaar, zelfs in het binnenland waar vlaktes vol
goudgele brem en beboste heuvels elkaar afwisselen. Meer naar het westen, waar
de zeewind vrij spel heeft, is de bodem van graniet: de bouwstof der Bretonse
kerken. Typische uitingen van de volkskunst zijn de calvaires (kruisigingsgroepen),
waarvan die van Tronoën als oudste, en die van Guimiliau (met 200 figuren) en
van Plougastel - Daoulas en Pleyben als bekendste vermeld moeten worden. Deze
kunstwerken met hun plechtige heiligen getuigen van de vroomheid en de diepe,
Keltische melancholie van de Bretons.
BEZIENSWAARDIGHEDEN
De Normandiërs waren goede bouwmeesters, met veel gevoel voor krachtige,
spectaculairé lijnen. Zij konden zich veroorloven steen in plaats van hout te
gebruiken. Deze afstammelingen der Vikingen wisten hun nietige bezit met Rouen
als middelpunt namelijk uit te breiden tot een koninkrijk dat Engeland en
Sicilië omvatte. De prachtige kathedraal van Coutances, bijvoorbeeld, werd
gefinancierd met de opbrengst van een inval op Sicilië.

MONT SAINT MICHEL
Misschien was het wroeging waardoor de Normandische hertog en de Benedictijnen
steun verleenden, maar er zijn ware kunstwerken uit voortgekomen: de abdij van
Jumieges (nu een ruïne), de St. Steven en de Heilige Drievuldigheid in Caen en
de befaamde kloostercitadel van Mont Saint Michel. Uit de baai rijst als een
piramide een sprookjesstad met spitse torens en puntige daken op, bekroond door
de 1000 jaar oude abdij. Er omheen liggen de zoute weiden, de prés salés; de
hele Mont wordt beschermd door grimmige drijfzanden en verraderlijke getijden
(wel 14 meter verschil tussen eb en vloed). Er zijn ook nog fraaie kerken in
Evreux, Lisieux en Bayeux. In deze laatste bevindt zich het befaamde wandkleed
van koningin Mathilde die op dit 70 m lange, sublieme kunstwerk in '58 taferelen
de onderwerping van Engeland door haar man, Willem de Veroveraar, heeft
weergegeven. Het geeft ons een levensecht beeld van hoe men 900 jaar geleden
leefde.
Rouen, aan de Seine, is zeker een bezoek waard. Het is een grote havenstad met 8
musea. De meest navrant bezienswaardigheid is echter het mozaïek op de plaats
waar Jeanne d' Arc op de brandstapel in 1431 het leven liet. De toren waarin zij
gevangen zat kan nog bezichtigd worden.
Naast bouw en weefkunst hebben de Normandiërs zich ook aan het fokken van edele
paarden gewijd. Hun afstammelingen doen dit nog steeds, zoals blijkt uit de
stoeterijen langs de N12 naar Parijs.
MENHIRS EN KELTEN
Tweeduizend jaar voor de Normandiërs zich in hun gebied vestigden, werd in
Carnac in Bretagne de oudste menhir (megalithische steenzuil) opgericht.
Armorica, zoals de Romeinen het later noemden, was toen belangrijker dan het
daarna ooit zou worden. Bij Carnac staan meer prehistorische dolmens en menhirs
dan waar ook ter wereld. Oude Bretonse steden zoals Fougères, Vitré, Dol en
Redon zijn een bezoek stellig waard. Vannes is een ongerept middeleeuwse stad,
gelegen rond een kathedraal en een plein met 16e-eeuwse huizen. Op het laatste
weekend van augustus viert men er het Keltische Fête d' Arvor. Indrukwekkender
is het Feest van Cornouaille, in juli, in Quimper, een stad met oude wijken een
kathedraal en het Bretonse Museum. Typisch Bretons zijn de soms meer dan tien
eeuwen oude pardons, bedevaartachtige bijeenkomsten met vaak zeer
schilderachtige processies, zoals op 8 december in Paimpol .
BADPLAATSEN EN SPORT
Aan de Bretonse kant van de Mont Saint Michel liggen de kustplaatsen waar Franse
families graag vakantie houden met zonnebaden, garnalen vissen en jeu de boules.
Men kan er per boot dagtochten maken uit St. Lunaire, Dinard, het door wallen
omgeven St. Malo dat een theater en een casino heeft, of St. Brieuc waar men kan
zeilen en golfspelen. Hiermee vergeleken zijn de verder zuidwaarts gelegen
kustplaatsen vrij eenvoudig. Tot de bekendste behoren Bénodet en Belle Ile.
Camaret is de voornaamste plaats van heel Frankrijk voor de kreeftenvangst en
heeft wel 4,5 km zandstrand. De kust is rotsig, met scherpe, diepe inhammen. Met
de sterke zeestromingen en de ankerplaatsen aan de monding der riviertjes is het
een boeiend, maar niet ongevaarlijk gebied voor zeilsport.

ETEN EN DRINKEN
In Bretagne eet men eenvoudig en goed: knapperig stokbrood, lamsvlees, omelette
de la Mère Poulard, andouillettes, homard à l' armoricaine en crêpes dentelles.
In Normandië eet men evenmin slecht: garnalen uit Cherbourg, tripe à la mode de
Caen of caneton rouennais; bovendien is er een overweldigende keus aan kaas van
I Camembert tot Port Salut. En natuurlijk drinkt u er cider of calvados bij!

INFORMATIE ALGEMEEN
BRETAGNE INFO III
Door de lokale bewoners wordt de regio ook wel Armor genoemd (land van de zee).
De Kelten woonden hier vele duizenden jaren geleden en noemden de regio Armorica.
De Keltische invloeden zijn overal merkbaar. Het is het land van de Menhirs en
Dolmens. Het moet een genot zijn geweest voor Obelix om hier te mogen leven. Het
zuiden van Bretagne heeft in de omgeving van Carnac ruim 3000 van deze
gigantische stenen staan.
Het is tot op de dag van vandaag nog steeds een raadsel hoe ze hier geplaatst
zijn. Het is een wonderbaarlijk gezicht. Er liggen in de omgeving ook
grafkelders (dolmens) uit de prehistorie. Bij Carnac ligt de Tumulus St.
Michael. Deze ondergrondse grafkelder kun je ook bezoeken. Op de top van de
heuvel ligt een klein kerkje vanwaar je een mooi uitzicht hebt op de omgeving.
Bij Locmariaquer (vlak bij Carnac) vind je nog meer van deze grafkelders. Dit
plaatsje ligt aan de Golf – de Morbihan met zijn honderden kleine eilandjes
waarvan sommigen ook nog bewoond zijn. Je kunt hier vandaan boottochten maken in
de baai. Door de beschutte ligging is het klimaat hier wat milder dan elders in
Bretagne.
Deze regio heeft trouwens een kustlijn van ruim 1500 kilometer die garant staat
voor veel bijzondere plekjes. Lieflijke vissersplaatjes liggen rondgestrooid
langs de zee, en je zult er mooie baaien vinden, kleine en grote stranden maar
ook grillige rotsen en hoog opspattend zeewater dat op de rotsen beukt. In het
westen houdt Frankrijk op. Het departement Finistère betekent letterlijk einde (finis)
van de wereld (tère). Het is een ruig en indrukwekkend deel van Bretagne. In het
noorden liggen de grillige kusten van de Côtes d’Armor met beschutte strandjes
die spierwit tegen de zee afsteken. Hier kun je je in de voetsporen van de
smokkelaars begeven op een enerverend pad boven de roze granieten rotsen.
In het westen houdt de wereld op, althans volgens de Bretons. Het departement
Finistère kenmerkt zich door heide en hoog uit de oceaan oprijzende
rotsformaties waarop de golven onophoudend blijven losbeuken. Vooral bij een
stevige wind een indrukwekkend gezicht maar pas op!. Er zijn diverse
vogelreservaten met wel meer dan 150 soorten. Bij de Landtong van Raz is het een
spectaculair gevoel en gezicht om de kracht van wind en oceaan 72 meter in de
diepte waar te nemen.

De zee heeft een grote invloed op Bretagne waardoor het een zeeklimaat heeft.
“Het regent en waait altijd in Bretagne” zijn veel gehoorde woorden. Maar dat
moet je toch maar niet al te serieus nemen. De kans op minder weer is net zo
groot als in Nederland maar het kan ook heel lekker zijn in Bretagne. Wel is het
een feit dat het weer hier snel kan omslaan dus als je er op uitgaat kan het
geen kwaad je vooraf even op de hoogte te stellen van de weersverwachting van
die dag.
In Bretagne is het getijde verschil groot. Aan de noordzijde kan dit zelfs wel
oplopen tot 15 meter! Dat zorgt voor indrukwekkende schouwspelen in de vele
haventjes. Je ziet bij wijze van spreken het water omhoog en omlaag komen. Het
is een prachtig gezicht om in de havens de vele bootjes te zien droogvallen. In
diezelfde haventjes kun je ook heerlijk verse vis, mosselen en dergelijke kopen,
soms zelfs rechtstreeks vanaf de boot. Verser kan het niet! In het noorden ligt
ook de wereldberoemde Mont – Saint - Michel en de polders en baaien rond dit
toeristische trekpleister zijn voor wandelaars uitdagingen om van de omgeving te
genieten. Deze omgeving behoort niet voor niets tot het werelderfgoed van de
Unesco.

Het binnenland van Bretagne is echter ook niet te versmaden. Het is groen,
glooiend, bebost en afwisselend. Het doet een beetje Engels aan. Je zult hier
overigens ook veel Engelsen aantreffen want die vinden Bretagne een heerlijke
vakantieplek. De Engelsen hebben overigens ook een rijke historische band met
Bretagne. Het woud van Paimpont staat bekend als het bos van Koning Arthur en
zijn bekende tovenaar Merlijn. In het kasteel van Comper weten ze je alles over
dit illustere tweetal te vertellen. Het hart van Bretagne is groen en
gevarieerd. Het natuurpark Armorica nodigt uit tot wandelen. Er zijn talloze
paden en gidsen zijn overal bereid om je meer te laten zien van het binnenland.
Per fiets is een ontdekkingstocht in Bretagne ook zeker de moeite waard.
Je zou bijna vergeten dat er ook nog steden zijn in Bretagne. Deze vaak oude
steden hebben een rijke historie die of mooi gerestaureerd zijn of hun culturele
erfgoed in prima staat hebben weten te houden. De grotere plaatsen liggen ook
veelal aan rivieren die deze regio doorkruisen. Bijzonder om te zien is de brug
in Rohan, die samen met de Vecchio brug in Florence en die in Erfurt een van de
weinige bewoonde bruggen in Europa is. Dinan, Lannion, Quimper, Vannes, Rennes
en natuurlijk havenstad Brest zijn voorbeelden van steden die een bezoek
verdienen. Maar er zijn er nog veel meer die uitnodigen tot een
ontdekkingstocht.
Tenslotte vermelden we nog de eilanden. Belle-Ile-en-Mer is met ca 20 km het
grootste. Groix staat bekend om de grote hoeveelheid mineraalsoorten waaronder
de bijzondere blauwe glauconiet. Het echte einde van de westerse wereld is
volgens de meeste Bretons het eiland Ouessant. In het noorden ligt de
eilandengroep Bréhat. Hier blijkt het minder te regenen dan op het vasteland
door het bijzondere microklimaat dat er heerst. Het klimaat van Bretagne is
uiteraard een zeeklimaat. Het weer kan er wisselvallig zijn en het zuiden heeft
de meeste zonuren. ‘s Zomers ligt de gemiddelde temperatuur rond de 22 graden.

BRETAGNE INFO IV
Harel Dolmen, Camping
Mégalithe, Pension Menhir. Wanneer je dergelijke opschriften leest, weet je
onmiskenbaar dat je in Bretagne bent. Turend door de ramen van de trein,
waartegen de striemende regen bij vlagen naar beneden klettert, kunnen we
soortgelijke teksten bij elk stationnetje ontwaren. Uiteraard blijkt ook de
bron waaraan deze namen werden ontleend niet al te ver te zoeken: her en der
langs onze route zien we de kolossale rotsblokken in het landschap staan.
Hoog opgericht in groepjes bij elkaar of juist als soldaten in het gelid.
Duizenden jaren geleden
al, volgens de geleerden, moeten ze zijn opgericht. Maar over de precieze
beweegredenen ervoor tast men nog steeds in het duister. De één dicht hen
een religieuze betekenis toe, weer een ander ziet deze stenen als
grafmonumenten, zonnewijzers of zelfs als een primitief astrolabium.
Hoe dan ook, het
raadselachtige verleden draagt bij aan de mystieke sfeer die in dit ruige,
meest westelijke deel van Frankrijk hangt. Onderverdeeld in het land van
Argoat, waarmee het binnenland bedoeld wordt met zijn dichte bossen en vele
kronkelwegen, en het land van Armor oftewel Land-zee. De grillige,
gevarieerde kustlijn met zijn adembenemende vergezichten, gevormd en
gegeseld door weer en wind en vooral door de machtige branding van de
Atlantische Oceaan.
Sagen en sprookjes
De Romeinen al, duidden
dit deel van hun uitgebreide rijk aan als finis terrae, het einde van de
wereld. Steeds op zoek naar mogelijkheden om hun toch al zo machtige
imperium nog verder te vergroten, vielen zij in 57 v. Chr. Gallië binnen;
een wapenfeit dat hen door de autochtonen bepaald niet in dank werd
afgenomen. Gemakshalve refereer ik hierbij maar even aan de populaire
stripverhalen van Astérix en Obelix, als helden van een volk dat, onder
leiding van hun druïden, taai verzet bood aan de nieuwe overheerser.
Desondanks bleven de Romeinen ruim 300 jaar lang de baas in - wat zij
noemden Armorika, waarna het laatste beetje oude Keltische taal en cultuur
dat de Galliërs nog restte, kans kreeg te herleven.
Gevoed door Keltische
monniken, die vanuit hun vaderland op de vlucht waren voor de horden der
Saksen en die in de 5e eeuw voet aan wal zetten op de noordkust van
Bretagne, verspreidde het christendom zich in dit gewest. Diverse nieuwe
steden en kloosters werden gesticht, zoals respectievelijk SaintMalo en de
beroemde abdij op de Mont-Saint-Michel.
Bretagne - een afgeleide van 'little
Brittany' - evenals de typische voor- en toevoegingen die je in dit deel van
Frankrijk veelvuldig tegenkomt, zoals plou (parochie of dorp) en lan (kerk of
klooster) en de vele woorden met harde k's, zoals in het Welsh. Ook de talloze
mythen en sagen uit het Britse eilandenrijk namen zij uiteraard met zich mee;
verhalen die er een welwillend oor vonden. Wie had ooit kunnen denken dat de
legendarische Engelse koning Arthur, zijn vazal Sir Lancelot en de tovenaar
Merlijn een hofhouding voerden op het Franse vasteland? In de geheimzinnig
fluisterende bossen van Paimpont, diep in het Bretonse binnenland, kun je de
sfeer van weleer bijna nog proeven.
Maritieme voorraadschuur
Ook de feeërieke rotskust in
het zuiden van Bretagne vormde het decor voor een veelbezongen sprookje,
namelijk de liefdesaffaire tussen Tristan en Isolde, die helaas zo tragisch
moest eindigen. Vandaag de dag doet nog maar weinig aan die sombere
middeleeuwse tragiek denken in dit juist zo lieflijk glooiende landschap,
bevolkt door schaapjes die de wol voor de stoere Bretonse truien leveren.
Omspoeld door de warme Golfstroom gedijen ook tal van bloemen en zelfs palmbomen
hier bovendien uitstekend. De granieten rotsen van de Cate Sauvage, als het ware
een gebeeldhouwde voortzetting van de onstuimig aanrollende golven, bevatten
onder meer mica en glinsteren daardoor in de zon alsof er miljoenen lovertjes
over uitgestrooid zijn. Aan de voet van de kliffen strekt zich een eindeloos
zandstrand uit, warm en wit, waarop menig bekendere Rivièra jaloers zou kunnen
zijn.
Nabij de smalle landtong, die
het schiereiland van Quiberon met het vasteland verbindt, heeft een natuurlijke
rotsboog zich gevormd tijdens het eeuwenlange spel van de elementen. Zeemeeuwen
scheren laag over, een visje verschalkend uit de rijk voorziene zee, die de
meeste kustbewoners in hun levensonderhoud voorziet. De kwaliteit van vis en
zeebanket uit Bretagne - met name oesters en kreeft - kent nauwelijks zijns
gelijke; 40% van alle in Frankrijk geconsumeerde vis komt hier vandaan en prijkt
dan ook op de menukaart van elk zichzelf respecterend restaurant.
Op daartoe geschikte plaatsen
langs vrijwel de gehele kustlijn worden de verfijnde belons en grillig gevormde
creuses gekweekt, liefdevol gevlijd op rijen oesterbedden die net iets boven de
zeebodem hangen, op traditionele wijze zoals bij de
oesterkwekers van Cancale in
het noordoosten, waar zelfs een heus oestermuseum te vinden is. Je kunt
bovendien geen kade passeren of de kreeftenfuiken staan er hoog opgetast, klaar
om te worden uitgezet voor hun zo begeerde, veelpotige bezoekers. De zeer
smakelijke Bretonse kreeften zijn goed te herkennen aan de mooie, diepblauwe
weerschijn op hun pantser. Overigens: blauw blijkt in heel Bretagne de meest
voorkomende kleur, niet alleen gezien de alomtegenwoordige zee onder de
(dikwijls) strakblauwe lucht, maar ook als geverfde omlijsting van ramen en
deuren, de kleur van de vissersbootjes, ja zelfs de hortensia's die overal zo
uitbundig bloeien. Niet voor niets wordt Bretagne ook wel Frankrijk's 'blauwe
provincie' genoemd.
Fata
Morgana
De baai van Mont-Saint-Michel
vormt een prima uitgangspunt voor een tocht langs de duizelingwekkend mooie
Noordkust van Bretagne die aanvankelijk groen glooiend en vruchtbaar begint en
dus adequaat 'de groentetuin van Frankrijk' wordt genoemd. Naarmate je dan
westelijker trekt wordt de kustlijn geleidelijk steeds ruiger en grilliger.
Technisch gesproken behoort
hij niet (meer) tot Bretagne, maar je kunt geen boek over deze provincie
openslaan of hij wordt erin vermeld: de Mont-Saint-Michel. Het magnifieke
vergezicht op wat Victor Hugo eens eerbiedig 'de piramide van Frankrijk' noemde,
mág je eigenlijk niet overslaan. Als een fata morgana verrijst deze berg
plotseling uit het vlakke landschap, een sprookje, een Disney - kasteel met
spitse daken, op een basis die boven de heiige weilanden lijkt te zweven.
Eeuwenlang was Mont-Saint-Michel onderdeel van Bretagne en oeverloos is er om de
rechten tussen de twee buurprovincies gevochten. Het pleit lijkt nu uiteindelijk
te zijn beslecht in het voordeel van Normandië, aangezien het riviertje de
Couesnon, dat als grens werd gezien, spontaan zijn bedding heeft verlegd.
Probeer Mont-Saint-Michel eens te benaderen vanaf de smalle polderweggetjes,
links van de hoofdroute. De eerste indruk die je daar krijgt is beslist
feeëriek. Pas daarna kun je je veilig overgeven aan het toeristische 'geweld'
langs de voornaamste toegangsweg, met een overdaad aan crêperies, cidreries en
restaurants tot aan de - vaak overvolle - parkeerplaats aan de voet van de berg.
Extra waarschuwing: een wandeling door de smalle straatjes van Mont-Saint-Michel
zul je - zeker overdag nooit alleen kunnen maken. Niettemin is een rondleiding
door dit intrigerende labyrint de moeite waard.
We strijken nadien neer in het
nabije vissersplaatsje Cancale, beroemd vanwege zijn eerder genoemde
oesterkwekerijen. Aangelokt door de verhalen over de sublieme keuken van
sterrenkok Olivier Roellinger, maken we daar onze opwachting. Maar helaas is
het toevallig woensdag, een sluitingsdag voor zijn relais gourmand Le Château
Richeux, een 18e eeuwse 'malouinière' op een duintop, waar Roellinger ooit
opgroeide. Gelukkig is er nog plaats in zijn bistrot Le Coquillage met uitzicht
over de baai en oesterbedden. De keuken heeft bovendien eenzelfde, zij het wat
eenvoudiger uitstraling als het toprestaurant. Tevoren doen we wijselijk gezonde
trek op tijdens een wandeling langs de boulevard van Cancale, omspoeld door de
tintelende zilte zeewind, die maling heeft aan je coiffure. En achteraf bevalt
alles ons zo goed, dat we besluiten er nog een dagje extra aan vast te knopen om
toch ook van die ándere toppen te kunnen genieten: die der duinen en hogere
gastronomie.
Roze
tegen blauw
Luce Daubé is net zo
beweeglijk als de wervelwinden die rond haar prachtige, gastvrije Manoir de Lan
Kerellec spelen. Gelegen in Trébeurden, aan de onvergelijkelijk mooie Cate de
Granit Rose, vormt deze omstreeks 1900 door de schilder Gervais gebouwde villa
onze volgende stop en een prima startpunt voor lange wandelingen in de omgeving
en bijvoorbeeld auto- of zeiltochten langs de warm - roze gekleurde kustlijn.
La
Côte du Granite Rose
Deze spectaculair ogende
Corniche Bretonne houdt tal van verborgen verrassingen in, met name de
zogenoemde sentiers de douaniers, voormalige smokkelpaden, die vlak onder de met
enorme, rond afgesleten keien 'bestrooide' kustlijn lopen. Het rozerode
gesteente contrasteert prachtig met het aquamarijnblauwe water van de zee,
gevlekt met helderwitte schuimkoppen waarop kleurige scheepjes dobberen. Aan te
bevelen is vooral het pad van Pors Kamor, dat langs de vuurtoren voert. Rondom
plaatsjes als Trégastel Plage, Sainte-Anne, Saint-Guirec en Ploumanach richting
Perros-Guirec, kun je ze gemakkelijk vinden, met steevast een parkeerplaatsje
aan het begin (of eind). De paden zijn nooit overdreven lang of moeilijk te
belopen, dus ook geschikt voor kinderen of tamelijk onervaren wandelaars. Het
werkt echt als een tonicum om hier even - geestelijk - uit te waaien.
(Uit: het tijdschrift ARTE,
2006)


|