|
|
|
|
FONTAINEBLEAUROUTE: FONTAINEBLEAU – LE MANS – RENNES - SAINT MALO
UIT ONS VERSLAG
|
![]() |
![]() |
PALEIS EN TUINEN FONTAINEBLEAUHet paleis bestaat uit een verzameling gebouwen uit de 16de en 17de eeuw, gelegen midden in de stad. Men komt het paleis binnen over de Cour du Cheval Blanc of Cour des Adieux (Napoleon nam hierin 1814 afscheid van de keizerlijke garde); hier is de trap 'Le Fer à Cheval' (hoefijzer). Het bezoek geschiedt in twee gedeelten: op de 1ste etage de ruime vertrekken van Napoleon I; die van Marie Antoinette (met verfijnde smaak ingericht), de galerij van Diane, de koninklijke appartementen van Frans 1, door Lodewijk XIV herschapen in weelderige ontvangstsalons, schitterende 30 m lange balzaal (gebouwd onder Frans I en Hendrik II), op bewonderens-waardige wijze gedecoreerd door Francesco Primaticcio; schitterend cassettenplafond van Philibert Delorme. De luisterrijke Galerie van Frans I heeft bewerkte houten lambriseringen met daarboven fresco's en ornamenten in stucwerk. Gelijkvloers: de kleine vertrekken van Napoleon I, Joséphine en Marie-Louise; galerie des Cerfs. In het paleis bevinden zich ook Chinese salons en het charmante theater van Napoleon III (gesloten). Een nieuw Napoleontisch museum werd ingericht in de Lodewijk XV - vleugel van de 'cour des Adieux'. Het biedt collecties rond medewerkers en verwanten van Napoleon, in vertrekken die met zorg voor authenticiteit werden ingericht. Bezoek ook de tuinen en het park (Engelse tuin, karpervijver, bloementuin, door de koning in 1730 geplante wijnstok enz.). |
HET KONINKLIJKE BOS VAN FONTAINEBLEAUHet beslaat 25.000 ha, waarvan 17.000 voor het publiek toegankelijk. Het wordt door verschillende routes doorsneden (parkeren alleen toegestaan bij de kruispunten, in de berm bij het begin van wandelroutes en op de parkeerterreinen). Er zijn 'stiltezones' afgebakend ten behoeve van wandelaars en ruiters. De bewegwijzerde voetgangerspaden, waarvan er 2 reeds in de 19de eeuw werden aangelegd door Dénecourt en Colinet, en andere van latere datum, sluiten aan op de rijwegen. In het bos enige alpinistenscholen. De 'route Ronde' voert langs de voornaamste plekjes van het boscomplex. Oppervlakte bossen 65.940 ha / Oppervlakte Fontainebleau 25.000 ha MEER INFO De bossen van Rambouillet, Fontainebleau en Orleans ten zuiden van de Franse hoofdstad waren ooit exclusief bestemd voor het koningshuis en werden gebruikt voor de jacht. Tegenwoordig zijn ze voor iedereen toegankelijk en worden ze beschermd. De bossen zijn op hun mooist in de herfst, als de bladeren van eiken, berken en andere bladverliezende bomen van kleur veranderen. De laagstaande zon baadt de bladeren in een warm herfstlicht en benadrukt de verbluffende, vurige tinten. Rambouillet is met zijn wildpark en talrijke wandelpaden het populairst. Fontainebleau herbergt 1300 soorten bloemen en is de belangrijkste plek was natuurbeheer betreft. Orléans (34.700 ha) is het grootste, maar minst natuurlijke van de parken en dreigt te worden overwoekerd door de pijnbomen die er in de 19e eeuw zijn geplant. De schoonheid wordt er echter met door aangetast. Kleine valleien, aparte rotsformaties, watervallen en meren komen in alle bossen voor en de fauna bestaat uit wilde zwijnen, dassen, vossen, bunzings en veel hertensoorten. Vogelwachters zien fazanten, buizerds, valken en uilen en horen het geroffel van het zwartespechtmannetje. |
We staan geparkeerd langs een drukke weg en het kost nogal wat moeite om daar weg te komen. Toch is er een Franse automobilist die galant stopt om ons vanuit de parkeerfile de weg op te laten draaien. Clim, in opperste verbazing: “Kijk, een Fransoos stopt voor ons! Dat moet in het verslag!” Eigenlijk overbodig op te merken dat Clim van de Fransen niet zo’n hoge pet op heeft.
We zetten koers naar Bretagne. We kiezen voor binnendoortjes via goed
geplaveide plattelandswegen met af en toe een stukje “route nationale”
ertussendoor. Dat schiet niet echt op, want om de vier, vijf kilometer moeten we
weer snelheid minderen om min of meer stapvoets door het zoveelste dorp te
tuffen. Soms stoppen we er even om een sigaretje te roken. Het vlakke landschap
is niet bijster interessant. Het wordt gedomineerd door het felle geel van de
uitgestrekte koolzaadvelden, afgewisseld met het jonge, frisse groen van de
korenvelden. Deze departementen horen al eeuwen tot de korenschuur van
Frankrijk.
Vlak boven Orléans slaan we af naar Le Mans, waar we de autoroute à péage
pakken. Clim kan daar weer uitgelaten gaan scheuren, maar zijn feestvreugde
wordt enigszins getemperd als hij beteuterd constateert dat zijn nieuwe Volvo S
40 bij hoge snelheden zuipt als een Maleier: hij heeft dan een brandstofgebruik
van om en nabij 1 op 7 en dat vindt zelfs de 'kapitaalkrachtige' Clim te gortig.
Enfin, achter Rennes volgt nog een stukje autoweg naar het noorden, waar we vlak
voor Saint-Malo in het dorpje St. Jouans onze gereserveerde Campanile -
hotelkamer opzoeken. De avond verloopt verder volgens het geijkte patroon: eten,
korte wandeling, televisie kijken en / of lezen, slapen.
