|
| |


AKKERBOUW EN VEETEELT VORMEN
DE BELANGRIJKSTE INKOMSTENBRONNEN VAN DEZE STREEK
MEER INFO BRETAGNE
FOTOCOLLAGE
Het departement Côtes d' Armor, dat tot 1990 Côtes – du - Nord heette, valt
onder de regio Bretagne. Het is gelegen in het noorden van het Bretons
schiereiland en heeft een lange, zeer onregelmatig gevormde kust met veel
eilandjes langs Het Kanaal. Deze fysionomie is ontstaan door de eeuwenlange
inwerking van het zeewater op gesteenten van verschillende hardheid. Het
binnenland van het departement omvat een deel van de Monts d' Arrée en de Landes
du Méné. Deze hooglanden van Midden - Bretagne contrasteren met de kustplateaus.
Het Plateau du Trégorrois, dat geleidelijk afloopt in de richting van de zee, is
diep doorsneden door de valleien van verscheidene rivieren en eindigt bij Het
Kanaal met een steile rotskust.
Oostelijk van de Baai van Saint - Brieuc wisselen heuvels en inzinkingen elkaar
af. De hoge, langgerekte heuvels in het achterland, die vroeger met heide
begroeid waren, zijn nu in cultuur gebracht. In dit dunbevolkte departement
waaruit veel mensen wegtrekken spelen zeevaart en visserij een ondergeschikte
rol. De Bretonse kust in vooral in trek bij toeristen, die hier terechtkunnen in
veel badplaatsen. De bevolking zelf leeft hoofdzakelijk van de landbouw en
veeteelt en produceert gevogelte, varkens, eieren, melk, groenten en primeurs.
Dankzij de geweldige groei van de landbouwsector heeft ook de
voedingsmiddelenindustrie zich ontwikkeld.
KLIMAAT
Vrij zacht zeeklimaat onder invloed van de Golfstroom.
CIJFERS
Bevolking: 539.000 inwoners Oppervlakte: 6.878 km2 Hoogste punt: 340 m (Bel Air)
WETENSWAARDIGHEDEN
Departement in de regio Bretagne . Hoofdstad: Saint - Brieuc
Belangrijkste steden: Dinan, Guingamp, Lannion
FOTOGALERIJ KUSTEN
(Klik op een fotootje voor een vergroting.)
TROTS EN EIGENGEREID
Côtes - d' Armor, Bretons tot in de wortels, heeft net als de rest van de regio
altijd gestreden voor onafhankelijkheid, die het echter niet heeft weten te
behouden. De streek, die al vroeg in de geschiedenis bevolkt was zoals blijkt
uit vele archeologische overblijfselen, werd in de 4e eeuw v. Chr. bezet door de
Kelten. Dezen noemden het schiereiland Armorica en waren verdeeld in vijf grote
stammen, waarvan er een, die van de Curiosolieten, zich vestigde aan de
noordkust. De periode van welvaart die volgde werd verstoord door de komst van
de Romeinen in 56 v. Chr. De invoering van de Latijnse beschaving ging gepaard
met een sterke verstedelijking, maar ook met bodemverbetering en de aanleg van
havens. Vanaf het jaar 460 van onze jaartelling tot bijna twee eeuwen later
kwamen Kelten uit Groot-Brittannië zich vestigen in Armorica. Ze verdrongen de
geromaniseerde bevolking en stichtten drie koninkrijken, waaronder Domnonee in
het noorden. Gedurende de volgende eeuwen kwamen Bretons en Franken
herhaaldelijk met elkaar in conflict. De Bretons, die enige tijd werden
onderworpen door de Karolingers, riepen daarna snel de onafhankelijkheid uit.
Hun leider Noménoé verenigde het land, hervormde de Kerk en gaf Bretagne zijn
historische grenzen. Ondanks de verwoestingen aangericht door de invallen van de
Noormannen in de 9e eeuw kende de streek een zekere stabiliteit en, wat
belangrijker was, bleef volkomen onafhankelijk van het koninkrijk. In 1250 moest
het zich uiteindelijk onderwerpen aan het gezag van de Kroon, die het gebied
echter pas in 1532 inlijfde. Na een periode van grote welvaart dankzij de
opkomst van de overzeese handel, voornamelijk met de koloniën, raakte het gebied
economisch in verval. De crisis is in Côtes d' Armor nog meer voelbaar dan
elders in Bretagne.
BEZIENSWAARDIGHEDEN
De Côte d' Émeraude, Cap Fréhel, Trégastel en de Corniche Bretonne, Paimpol,
Tréguier. In Dinan: de oude binnenstad, de Rue du Jerzual (huis uit de 16e
eeuw), het kasteel, hotel Kératry, de Place des Merciers met houten huizen. In
Saint - Brieuc: de kathedraal, de oude huizen en het Historisch Museum van Côtes
d' Armor.


HET KANAAL / LA MANCHE / THE CHANNEL
THE CHANNEL VOOR DE ENGELSEN / LA MANCHE VOOR DE FRANSEN
AAN DE ENGELSE KANT IS DE ZEE GASTVRIJ,
MAAR AAN DE FRANSE KANT KAN HET GOED
SPOKEN.
In het oosten eindigt Het Kanaal in de Straat van Dover, de westelijke
begrenzing valt samen met de lijn die van Lizard Point in Cornwall naar het
eiland Vierge loopt. De zee vormt een doorgang tussen het zuiden van
Groot-Brittannië en noordwest Frankrijk. Het Kanaal heeft de vorm van een brede
vallei waarvan de bodem van oost naar west geleidelijk afloopt. De Engelse kust
is minder gevaarlijk dan de Franse, waar eilandjes, rotsen en hoge zandplaten
van het eiland Ouessant tot aan de Calvados hinderlijke obstakels vormen. Ten
noorden van de Somme - baai belemmeren zandbanken de doorvaart. Het Kanaal kent
grote getijverschillen en de stroming is er buitengewoon sterk. Door al deze
bewegingen is het verschil in temperatuur aan de oppervlakte en op de bodem
uiterst klein.
WETENSWAARDIGHEDEN
Lengte: 500 km
Breedte: van 32 km (Straat van Dover) tot 250 km (tussen Mont Saint- Michel en
Devon)
Diepte: 30 tot 80 m (centrale geul: 180 m)
Getijdeverschil: 11,7 m bij Granville; 13,5 bij Mont Saint- Michel
Stroming: 6 tot 7 knopen bij Portland; 8 tot 10 knopen tussen La Hague en
Alderney . Gemiddeld zoutgehalte: 35%
Gemiddelde watertemperatuur aan de oppervlakte: 7º C in februari; 16º C in
augustus
Belangrijkste havens: La Havre, Dieppe, Boulogne, Cherbourg, Calais, Dover,
Newhaven, Southampton, Portsmouth
EEN SNELWEG OP ZEE
Door de toename van het vervoer over zee is Het Kanaal, de verbinding tussen de
Noordzee en de Atlantische Oceaan, een ware snelweg voor schepen geworden.
Het Kanaal, dat geheel binnen de zone van 200 zeemijl ligt, hoort voor de helft
bij Frankrijk en voor de andere helft bij Groot-Brittannië. Qua grootte is het
een volstrekt onbeduidende zee. Toch is het de laatste driehonderd jaar een van
de belangrijkste scheepvaartknooppunten van de ontwikkelde landen. Het Kanaal
behoort tot de drukst bevaren zeeën ter wereld en is een onvermijdelijke
doorgang voor het goederenverkeer tussen de westerse landen en de rest van de
wereld. Er is zoveel scheepvaartverkeer dat er voor elke richting (oost-west en
west-oost) een aparte vaarroute is uitgestippeld om aanvaringen te voorkomen.
Vanaf de Straat van Dover varen de vrachtschepen in een rij achter elkaar tot
Ouessant. Deze koerslijnen, zoals de stroken die het scheepvaartverkeer uit
elkaar moeten houden genoemd worden, lopen zo ver mogelijk van de kust af om
hulpverleners voldoende tijd te geven als een in nood verkerend schip dreigt af
te drijven. Het verkeer in dwarsrichting, dat in de vorige eeuw terugliep, is
sinds de toetreding van Groot-Brittannië tot de EU opnieuw toegenomen. De
inmiddels geopende spoorwegtunnel onder Het Kanaal is echter een geduchte
concurrent voor het vervoer over zee. Vanwege het gevaar van vervuiling van de
kust zouden sommigen graag zien dat Het Kanaal voor supertankers verboden zou
worden. Maar voor grote havens als Hamburg, Rotterdam en Antwerpen is deze zee
een onmisbare aanvoerroute.
BEZIENSWAARDIGHEDEN
De witte krijtrotsen van Zuid - Engeland, de Seine - baai (Pont de Normandië),
de kust van Cornwall, de stranden waar de geallieerden zijn geland, de baai van
Mont Saint Michel, de kust van de Cotentin, de Kanaaleilanden, de Somme - baai.


|