|
INHOUD







REISFOTOSERIE:
(KINDEREN
MINDERHEDEN
MONUMENTEN)
Tientallen
landen!
Honderden
verhalen!
Duizenden
foto's!
| |
 |
 |
| Rode Leeuw |
Leonardus - Kerk |
Tien kilometer verderop ligt het plaatsje Zoutleeuw, ooit een welvarend
stadje in de late Middeleeuwen, maar inmiddels in belang gekelderd tot een
onaanzienlijk dorpje. De restanten uit de glorietijd zijn nog altijd prominent
aanwezig: de kerk, het stadhuis, een oude waterpomp, de lakenhal en enkele
patricierswoningen. De kerk is helaas dicht. We bezoeken wel het stadhuis (een
museum inmiddels) en drinken koffie in de lakenhal, die tot stemmig restaurant
is omgeturnd. Een groep Hollandse bejaarde toeristen zit er net te lunchen.
We rijden terug naar Zoutleeuw. Tussen half vijf en vijf (dan gaat de kerk
dicht) wandelen we bewonderend door de St. Leonardus - kerk die alleszins de
moeite waard is met zijn preekstoel, sacramentstoren, paaskandelaar, retabels,
vele beelden en andere kunstschatten. Alles is nog authentiek middeleeuws,
ontsnapt aan de beeldenstorm, vandaar. Niet voor niets wordt er (symbolisch)
entree geheven.
 |
 |
| Stadhuis 's nachts... |
...en overdag |
MEER INFO ZOUTLEEUW
DEEL I
Zoutleeuw is te situeren in het Hageland, dit is een oude, Vlaamse
plattelandsstreek in het oosten van de provincie Vlaams-Brabant. De Demer is de
meest noordelijke rivier in het Hageland; in het zuiden is het landschap zacht
golvend en liggen er rijke landbouwgronden en fruitaanplantingen, waartussen de
Grote en de Kleine Gete zich een weg banen. Langs de oevers van de Kleine Gete
duikt Zoutleeuw verrassend op tussen het Hagelands groen. Met zijn landelijke
ligging lijkt het stadje wel een dorp, maar het prachtig bouwkundig erfgoed
getuigt nog van een groots verleden. Het middeleeuwse Zoutleeuw was immers een
welvarende stad: dit wordt ondermeer weerspiegeld in de talrijke imposante
gebouwen op de Markt en de zeer rijke, religieuze kunstschatten in de Sint -
Leonarduskerk. Doordat de huidige bewoning zich nauwelijks verder uitstrekt dan
het oorspronkelijke stedelijk arsenaal heeft het stadsbeeld en het stratenplan
weinig van zijn middeleeuws karakter ingeboet, wat de Zoutleeuwse situatie uniek
maakt in Vlaanderen.
Dit verstilde stadje op de grens tussen het Hageland en Haspengouw behoorde in
de 13de en 14de eeuw tot de zeven grote Brabantse steden. Het ontsnapte aan de
beeldenstorm en de plunderingen in de 18de eeuw, zodat u nu kan proeven van
uniek historisch erfgoed. De Sint - Leonarduskerk op de Grote Markt is de enige
kerk in België waarvan het middeleeuwse interieur haast intact is gebleven.
DEEL II
Gewest Vlaanderen
Provincie Vlaams-Brabant
Oppervlakte 46,73 km²
Bevolking Inwoners 7.907 (01/07/2005)
Zoutleeuw (provincie Vlaams-Brabant, Léau in het Frans) is een schilderachtig
stadje in het heuvelachtige Hageland. De stad telt bijna 8.000 inwoners. Tot in
de 16e eeuw heette de stad eenvoudigweg Leeuw. De oudst overgeleverde vorm uit
980 luidt leuua. Hij komt uit het Germaans hlaiwa, een accusatief meervoud.
Hlaiwa of Leeuw betekent "bij de grafheuvels". De tot heden oudst gevonden vorm
met "zout" dateert van 1533. In dit jaar werd Guilelmus van Ottenborch van
Soutleu ingeschreven aan de universiteit te Leuven. De betekenis van zout is
nooit afdoende verklaard. Lange tijd was Zoutleeuw de verst landinwaarts gelegen
havenstad, waar zout werd ingevoerd. Zoutleeuw ligt aan de rivier de Kleine Gete.
De inwoners van Zoutleeuw worden Leeuwenaars genoemd. Sint - Leonardus is hun
patroonheilige.
 |
LEONARDUS - KERK
Imposant bedehuis
vol met
kerkschatten
|
 |

Geschiedenis
De stad lag langs de belangrijke handelsweg die in het midden van de 12e eeuw
werd voltooid en die Keulen met Brugge verbond. Een eerste verdedigingsmuur werd
rond 1130 gebouwd. In 1312 werd Zoutleeuw een van de zeven vrije steden van het
hertogdom Brabant en was bekend om zijn lakenindustrie. Het Leeuwse laken werd
in het Maas- en Rijnland en in Engeland en Frankrijk verhandeld. De stad ontving
belangrijke privileges van de hertogen van Brabant maar moest in ruil het
grondgebied verdedigen tegen invallen van het nabijgelegen prinsbisdom Luik. Om
die reden werd volgens geschiedschrijver Gramaye rond 1330 een tweede ringmuur
gebouwd.
Venetiaanse en Genuese handelaars, op weg naar Brugge, openden er een bank.
Concurrentie van laken uit Engeland zorgde in de 15e eeuw voor de neergang van
het Leeuwse laken. Die neergang werd versterkt door de opkomst van Tienen als
handelscentrum toen de Gete in 1525 tot in die stad bevaarbaar werd.
De stad ontsnapte zowel aan de beeldenstorm in de 16e eeuw als aan de
godsdiensthaat van de Franse revolutie. Een overstroming (1573) bracht niet
alleen de pest in de stad maar berokkende ook veel materiële schade. De inwoners
hadden te lijden van een groot Spaans garnizoen dat in 1578 in de stad was
gelegerd.
De aan de zuidzijde van de stad gebouwde citadel kon de stad niet vrijwaren van
krijgsgeweld. Men ging gebieden onder water zetten om ze te beschermen maar het
verlies van weilanden en pachthoven bracht alleen maar armoede en ziekte. In de
17e eeuw kreeg men te maken met drie brandrampen waarbij die van 1676 meer dan
honderd huizen in de as legde.
Het stadje werd in 1678 en 1701 door de troepen van Lodewijk XIV geplunderd en
bezet. Na herovering door middel van zware beschietingen door de geallieerden in
1705 vond Zoutleeuw rust en vrede onder het Oostenrijks bewind alhoewel Jozef II
de talrijke kloosterorden die er zich gevestigd hadden niet spaarde.
Zoutleeuw verloor zijn betekenis als voorpost tegen de bedreiging van het
prinsbisdom Luik toen de Fransen Brabant en Luik annexeerden. De tijd onder het
Verenigd Koninkrijk der Nederlanden bracht opnieuw welvaart. Zoutleeuw verloor
dan wel zijn stadstitel bij de onafhankelijkheid van België en kreeg die pas in
1985 terug.
Zoutleeuw is een kleine stad in oppervlakte maar haar bouwkundig erfgoed
verraadt haar verleden als belangrijk centrum. Haar ligging op de grens tussen
Haspengouw en het Hageland maakt haar nu tot een druk bezochte plaats voor
toeristen.
 |
 |
| Collage Zoutleeuw |
Trouwkamer in stadhuis |
Bezienswaardigheden
De Sint-Leonarduskerk op de Grote Markt, zowat de enige kerk in België
met een intact gebleven laatgotisch interieur. Deze kerk met haar torens behoort
sinds 1999 tot het Werelderfgoed van de UNESCO.
Het Stadhuis, gebouwd door Rombout Keldermans II vanaf 1529. Het werd
ingewijd in 1538 .
Het Vleeshuis van Zoutleeuw, ten onrechte de Lakenhalle genoemd. Het
Vleeshuis bestond al in de 13de eeuw. In het Vleeshuis bevonden zich
vleesbanken, die erfelijk waren. Ze werden net als onroerend goed beschreven met
reengenoten. Over de bouwgeschiedenis is nog weinig geweten. Waarschijnlijk werd
het Vleeshuis herbouwd in de tijd dat het schitterende stadhuis tot stand kwam.
De 3 gilden en de Tafel van de H. Geest maakten van het Vleeshuis gebruik.
Het Lakenhuis, in het archief zelden Lakenhalle genoemd, grensde aan de
Spiegel en lag dus in de Bogaardenstraat. De naam Lakenhuis verdwijnt uit het
archief in de 17de eeuw. Het woord Lakenhalle duikt opnieuw op rond 1890 en
duidt dan verkeerdelijk het Vleeshuis aan naast het stadhuis. Op de plaats van
het voormalige Lakenhuis staat heden een grote boerderij.
De Bethaniënschuur, enig overblijfsel van het klooster van Bethaniën of
Sint-Maria-Magdalena. Dit klooster van de reguliere kanunnikessen van
Sint-Augustinus werd gesticht in 1478. In 1796 werd de priorij opgeheven. Op 26
september 1798 gingen de goederen van Bethania over naar Arnoldus Leonardus
Coenen. Enkel de ingevallen schuur blijft van het klooster over.

De Rode Leeuw, voormalige herberg naast het Stadhuis. De naam komt voor
in 1528. Dit huis had een lubbe, dit is een vooruitstekende verdieping, waarvoor
aan de hertog belasting moest worden betaald. In 1879 verdween de bouwvallige
hoekwoning, dat zijn naam toen al lang had verloren.
De Spiegel, op de Grote Markt 23, ten onrechte Spiegelhuis genoemd. De
bouwdatum is onbekend. Oude prentkaarten geven 1471. Recente publicaties houden
het op 1571, maar met voorbehoud. De oudst bekende eigenares van het hoekhuis
was Hildegund van Linter. In april 1358 droeg zij het vruchtgebruik op het huis
naast het Lakenhuis over aan haar kinderen. In 1600 komt de eerste keer de naam
Spiegel voor. De woning in bak- en zandsteenbouw met renaissance-elementen werd
in 1962 gerestaureerd. Boven een klein venster in het midden van de gevel
bestaat de versiering uit lelietjes van dalen. Om dit bloemmotief met de Leeuwse
Rederijkers te associëren, bestaat eigenlijk geen bewijsgrond.
Fout is zeker om de Spiegel te verbinden met de familie Helspieghel die een lid
van de rederijkerskamer "De Leliekens uit den Dael" was. Uit het archief blijkt
dat deze familie nooit in de Spiegel heeft gewoond. De Spiegel is trouwens een
huisnaam die in heel de Nederlanden en ver daarbuiten bekend was. De spiegel
werd algemeen als een afweringsmiddel beschouwd: boze geesten die in een spiegel
keken, doodden zichzelf. Huizen met de naam Spiegel waren meestal herbergen. Zo
ook in Zoutleeuw.
Huisnamen. Zoals elke stad had Zoutleeuw kleurrijke huisnamen. Veel
huizen in de Truderstraat werden afgebroken voor de bouw van de Citadel. Maar in
het centrum bestaan nog heel wat huizen die vroeger een eigen naam hadden. Op de
Grote Markt stonden: Prins van Luik (1), Drie Koningen (4), Huis van Santerein
of Walsbergehuis (Grote Markt 5-6-7 en Ridderstraat 2-4), Wildeman (8-9), Drie
Haringen (10), Wijnhuis of Stadswijnhuis (12), Klein Antwerpen (13-14), Spiegel
(23), Valk (26-27), Drie Kronen (28), Keizer of Ooievaar (29).
Het Wijnhuis is het hoekhuis op de Grote Markt 12. In de week van Sinksen in
1526 vierden de burgemeester en de schepenen feest int wynhuys om de bouw van
het stadhuis te vieren. Het Wijnhuis was eigendom van de stad en heette daarom
in 1507 ook der stad wynhuys (Stadswijnhuis). Dit hoekhuis is heden het
KBC-hoofdkantoor. Het werd voorheen verkeerdelijk vereenzelvigd met de Rode
Leeuw. Bij de restauratie in 1974-1976 werden vier houten kuipen ontdekt, met
een doormeter van twee meter. Al in de 16de eeuw ging het Wijnhuis in
particuliere handen over. In 1787 was de eigenaar Jan Stiers, die het
"vermangeld" had met Jacobus Pluymers. Wellicht had deze, met een woordspeling,
het vroegere Wijnhuis bedacht met de naam Witte Pluim.
De kapel Onze-Lieve Vrouw van de Osseweg van 1538, een eeuwenoud
bedevaartsoord aan de Ossenwegstraat. In 1538 werd Gilis van der Hoeven, alferis
of vaandeldrager uit Antwerpen, van zijn krukken verlost. Onze-Lieve-Vrouw van
de Osseweg werd vooral aanbeden om van breuken te genezen. 1538 is ook de datum
van de stichting.
Provinciedomein Het Vinne
Dit is een uitgestrekt natuurgebied en enig natuurlijke meer
in Vlaanderen. Het Vinne ontstond door het uitsteken van turf door de monniken
van de Parkabdij. De eigenaar Henri de Pitteurs kreeg in 1841 de toestemming om
het meer droog te leggen. Sedert 1844 was het Vinne veranderd in weiland. De
Provincie Vlaams-Brabant besliste in 1999 om het Vinne gecontroleerd voor de
helft opnieuw te laten vollopen. In 2006 is een goed deel van deze opdracht
uitgevoerd. Als in de wijde omgeving de lichten uitgaan, staan sterrenkijkers in
het Vinne klaar.
acht bewegwijzerde wandelwegen en vier fietsroutes waarvan de Bietenroute over
de oude spoorweglijn Zoutleeuw -Tienen loopt. |
 |
Archeologen aan het werk in de stad
Bij de kanalisering van de rivier in 1994 werd interessant archeologisch
materiaal aangetroffen. In de vroegere binnenhaven werden restanten van
zeevissen zoals schelvis, pladijs en haring gevonden en schelpen van oester,
kokkel en mossel. Archeologen vonden grote hoeveelheden schoenzolen, ceramiek en
aardewerk uit vroegere tijden. Men kwam meer te weten over de constructie en het
traject van de twee verdedigingsmuren en over de ingeplante verdedigingstorens.
Men stootte op resten van een waterpoort die op dezelfde plaats werd
gereconstrueerd. Meer details hierover vindt u via de externe link beneden op
deze pagina.
Evenementen
- Stak-het-Oep, een folkloristisch Driekoningenfeest op 6 januari.
'Stak-het-Oep’ is een vervorming van
‘Steek- het-op’.
- Hiermee wordt een uitgeholde biet bedoeld die dient als
lantaarntje, soms met een mooi getande rand
in de vorm van een koningskroon.
- De Sint-Leonardusprocessie, een sacramentsprocessie op
Pinkstermaandag. Deze traditie gaat terug
tot 1274.
- Processie Lieve-Vrouw van de Osseweg (zondag na 8 september)
Gastronomie Zoutleeuw is gekend voor zijn Leeuwse kaastaart, Leeuws drupke, vlamkoekjes,
speculaas en boerenworst.


|