|
|
|
INHOUD
REISFOTOSERIE:
SPANNENDE
|
Vandaag koersen we naar het noorden onder meer om enige abdijen
te bekijken. Clim lult me de oren van de kop over “den Abdij van Averbode”, dus
die mogen we beslist niet missen. Het is Eerste Paasdag, niet direct een dag om
volle kerken te gaan bezoeken vanwege al die erediensten die er dan gehouden
worden. Enfin, na een uiterst copieus ontbijt volgen we richting Herk-de-Stad
(gekke naam vindt Clim) en Diest. In Zichem wordt gestopt om op een pleintje met
kiosk een sigaretje te roken en de sfeer van de Witte te proeven. Alles verwijst
er naar de schrijver Ernest Claes en zijn boeken. De kerk is oud en plomp en kan
ons niet bekoren.
GESCHIEDENIS De abdij werd gesticht rond 1134 toen graaf Arnold van Loon
zich tot de St. Michielsabdij in Antwerpen wendde om een norbertijner klooster
op zijn leengoed te Averbode te vestigen. Ter plaatse bevond zich reeds een
kapel, toegewijd aan St. Jan de Doper, die door de abdij van St. Truiden aan de
norbertijnen werd afgestaan. Aanvankelijk was Averbode een dubbelklooster, maar
uiteindelijk verhuisden de zusters naar de priorij van Keizersbos bij Roermond,
op een domein van de abdij. Averbode bezat tientallen parochies, in de huidige
provincies Brabant, Antwerpen en Limburg, en in het Nederlandse Noord-Brabant en
Limburg.
De 17de en 18de eeuw waren een tijd van grote voorspoed. In 1654 werd begonnen
met de vernieuwing van de abdijgebouwen. Abt Servatius Vaes begon in 1664 met de
bouw van de huidige abdijkerk naar plannen van de Antwerpse bouwmeester Jan van
den Eynde. In 1672 was ze voltooid. In 1712 werden de prelaatsgebouwen aan het
voorplein en de conventsgebouwen opgetrokken. Veertig jaar later volgde een
ziekenhuis en bibiliotheek in een nieuwe vleugel, evenwijdig aan het koor van de
kerk.
In 1834 konden de overgebleven kloosterlingen de abdij terug verwerven. In de
tijd hierna groeide de uitstraling van de abdij. Missies werden gesticht in
Denemarken en Brazilië. Onder abt Leopold Nelo werd begonnen met het apostolaat
van De Goede Pers, waaruit de drukkerij en uitgeverij zich ontwikkelden. Zijn
opvolger abt Gummarus Cretz werd abt-generaal van de norbertijner orde.
|