|
FOTOCOLLAGE
ANTWERPEN 1

Klik op een thumbnail voor een vergroting.
FOTOCOLLAGE ANTWERPEN 2

Klik op een thumbnail voor een vergroting.
De stad Antwerpen dankt waarschijnlijk haar oorsprong aan een vicus uit de
Romeinse tijd. Vanaf de 16e eeuw wordt een aantal vondsten uit de Romeinse tijd
gedaan. De belangrijkste daarvan is een grafveld, bij de voormalige St.
Michielsabdij, met brandgraven uit de 1ste en 2e eeuw, die werden ontdekt in
1610, 1774 en in het begin der 19e eeuw. Tijdens de opgravingen, die van 1952
tot 1961 werden gedaan bij het Steen en de voormalige St. Walburgiskerk, vond
men veel Romeins materiaal uit de 2e en 3e eeuw. Ook werd een Karolingische stad
onderzocht.
De naam Antwerpen wordt voor het eerst vermeld in een oorkonde uit 726. In 836
werd de plaats door de Noormannen verwoest. Herbouwd, werd zij een belangrijke
handelsnederzetting en hoofdplaats van een markgraafschap. Rond het jaar 1090 is
de stad zelfs nog in het bezit geweest van Godfried van Bouillon. Aan het einde
van de 12e eeuw werd de stad van wallen en poorten voorzien. In deze periode
kreeg Antwerpen ook stadsrechten. De stad groeide uit tot een van de vier
‘hoofdsteden’ van Brabant en werd een centrum van internationale handel. In 1296
kreeg zij het stapelrecht voor de Engelse wol, waarna zij een voorspoedige
economische ontwikkeling kende tot aan de dood van hertog Jan III, in 1355.
In 1357 werd de stad met Vlaanderen verenigd, door graaf Lodewijk van Male,
waarbij zij tot 1406 bleef. Intussen werd zij een geduchte concurrente voor
Brugge, dat langzamerhand werd uitgeschakeld. De afzet van Engels laken op de
jaarmarkten trok kooplieden aan uit heel Midden Europa. De Honte verving de
Oosterschelde als waterweg vanaf de 15e eeuw en daardoor verbeterde de toegang
tot Antwerpen. Na de dood van Karel de Stoute, in 1477, hadden opstanden met
sterk sociale inslag plaats. In maart maakten de ambachten zich meester van het
stadsbestuur, waardoor zij het toezicht op de stadsfinanciën kregen. Zijn
grootste bloei bereikte Antwerpen in het begin van de 16de eeuw. De stad was nu
het grootste handels- en financiële centrum van West Europa. De bevolking, in
1400 al ca. 10!.000 personen, werd in 1565 op 95!.000 geschat. De drie
voornaamste elementen in Antwerpens grote bloei waren de Engelse import van
laken, de handel van de Hoog - Duitsers in metaalproducten en de Portugese
specerijenhandel. De Antwerpse beurs gaat terug tot 1485 en was gevestigd in de
zgn. Oude Beurs aan de Hofstraat, die al in 1526 te klein werd, zodat de stad in
1531 de Nieuwe Beurs liet bouwen. Rond het midden van de 16e eeuw kwam het
calvinisme op. Bezorgd om de commerciële belangen van de havenstad, toonde de
magistraat zich vrij lankmoedig tegenover de nieuwe religie, zodat Antwerpen de
voornaamste schuilplaats werd van het protestantisme. Vele Antwerpse burgers
weken in het voorjaar van 1567, bij de dreigende komst van Alva, uit naar
Duitsland, o.a. stadspensionaris J. van Wesembeke. De Tachtigjarige Oorlog
betekende het einde van de bloei. De plundering door Spaanse muiters, niet voor
niets de Spaanse Furie genoemd, in 1576 was een zware slag. In hetzelfde jaar
sloot de stad zich aan bij de Pacificatie van Gent en koos zodoende partij voor
de Opstand. De Franse Furie werd afgeslagen, maar in augustus 1585 moest
Antwerpen zich aan Alexander Farnese overgeven. Nu sloten de Staatsen de Schelde
af, wat voor de ondergang van Antwerpens zeehandel zorgde en voor een grote
uittocht van hervormden naar de Noordelijke Nederlanden zorgde, in 1585 telde de
stad 80.000 inwoners tegen 4 jaar later nog amper ca. 42.000.
De sluiting van de Schelde werd gelegaliseerd door de Vrede van Münster in 1648
en bleef tot het einde van de 18e eeuw bestaan. Toch wist Antwerpen zich
enigszins te herstellen en in de 17e en 18e eeuw bleef de stad het belangrijkste
handelscentrum van de Zuidelijke Nederlanden. Tijdens het Oostenrijkse bewind
stichtte keizer Karel VI in 1723 de Oostendse Compagnie met Oostende als
aanlegplaats, maar Antwerpen als zetel.
Door de vijandschap van de zeemogendheden moest deze helaas al in 1727 worden
geschorst. In 1784 deed keizer Jozef II nog een vergeefse poging de Schelde weer
te openen.
In 1792 werd Antwerpen veroverd door de Franse revolutionaire legers. Frankrijk
verklaarde nu de Schelde vrij. Dit kon pas effect hebben na de val van de
Republiek der Verenigde Nederlanden, in 1795. Door de Napoleontische oorlogen
bleven handel en zeevaart maar heel beperkt. Napoleon maakte van Antwerpen een
oorlogshaven “een pistool gericht op de borst van Engeland”.
De vereniging van Noord- en Zuid Nederland in 1814 maakte voor Antwerpen pas
weer ideale voorwaarden om zich te ontplooien. De haven werd een behoorlijke
concurrent, zowel voor Amsterdam als voor Rotterdam. Toen de stad zich in 1830
bij de Belgische Revolutie aansloot, werd de Schelde opnieuw gesloten en weer
kende Antwerpen verval. De vrede van 1839 maakte hier een einde aan, maar de
scheepvaart bleef belast met een Scheldetol. Deze werd in 1863 afgekocht en
vanaf dat moment dateert de grote bloei van het moderne Antwerpen. De bevolking
steeg van 75.!000 in 1830 tot 178.!000 in 1880, terwijl de voorsteden hun
landelijk karakter verloren en in het geheel van de stad werden opgenomen.
Van september 1944 tot maart 1945 had de stad erg te lijden onder bombardementen
met Duitse V-wapens, die vanuit de omgeving van Rotterdam, Den Haag en Trier
werden gelanceerd. Er werden duizenden ‘vliegende bommen’ op Antwerpen
afgevuurd, waarvan de meeste gelukkig door de luchtafweerartillerie werden
vernietigd. Duizenden burgers verloren het leven, maar de operationele
bevoorradingsactiviteiten konden zonder onderbreking worden voortgezet. Na de
Tweede Wereldoorlog kende de Antwerpse haven haar grootste uitbreiding en werd
een drieledige pluralistische Universitaire Instelling Antwerpen tot stand
gebracht.
Antwerpen is naar inwonertal de grootste en naar oppervlakte de tweede gemeente
van België; naar jaarlijks verscheepte tonnage goederen is Antwerpen de tweede
haven van Europa (na Rotterdam, maar voor Hamburg en Marseille) en de vijfde van
de wereld.
Antwerpen kent een sterk ontwikkeld dagtoerisme met als aantrekkingspunten de
havenrondvaarten, de dierentuin en de talrijke musea en historische gebouwen.
Ook heeft de binnenstad een uitzonderlijk uitgaansleven. Bijzonder in trek zijn
de wekelijkse beiaardconcerten op maandagavond, in de zomermaanden.
Het Steen kan gezien worden als een ingangspoort naar de oude stadskern, op de
kade van de Schelde. Het kasteen wordt Het Steen genoemd, omdat het vroeger niet
gebruikelijk was om een gebouw van steen te maken, maar van hout. Daarom werden
stenen gebouwen ook toepasselijk Steen genoemd. Het is ook het oudste gebouw van
Antwerpen, dat van steen gebouwd is. De naam Het Steen komt men in meerdere
steden tegen; het geeft altijd een oud, kasteelachtig gebouw aan, zoals het
kasteel van de graven van Vlaanderen heet ’s Gravensteen. |
 |
Het Antwerpse Steen is vele malen gerestaureerd en veranderd en werd pas in de
13e e eeuw echt tot een fort verbouwd om deel van de verdedigingswerken uit te
maken. In 1520, onder het bewind van Karel V, werd het weer gerenoveerd. De
kapel, die een loggia boven de ingang vormt, is van die periode. Deze draagt het
motto van Karel V: “Plus outre”, dat zoveel betekent als “meer, verder”.
Bij de ingang staat een reliëfbeeld van de “Semini de Germaanse
vruchtbaarheidsgod” een man met gespreide benen en had oorspronkelijk een zeer
lange penis. Daardoor werd het beeld vereerd door veel vrouwen, die een kuur
zochten tegen onvruchtbaarheid. De Jezuïeten van de 17e eeuw vonden het beeld te
obsceen en de decoratie van het beeld verdween. Een legende vertelt, dat deze
“lang Wapper” ’s nachts over de daken van Antwerpen dwaalde en daarbij kinderen
en dronken mensen de stuipen op het lijf joeg.
Het Steen werd tussen 1549 en 1823 als gevangenis gebruikt. Vanaf 1862 was het
in gebruik als Archeologisch Museum. In 1889-1890 werd het weer gerenoveerd,
waarbij een Neogotische vleugel aan werd gebouwd. Sinds 1952 is het in gebruik
als Nationaal Scheepvaart Museum. Naast het gebouw vindt men de 19e eeuwse
opslaghallen van de haven. Hier kan men vele boten en schepen zien, die het
museum rijk is.
Ietwat verscholen in een gerenoveerd en lelijk residentieel gebied en de huizen
aan de kaden van Antwerpen staat het oude Vleeshuis. Het elegante gebouw in
Gotische stijl werd tussen 1501 en 1503 gebouwd met wisselde lagen rode baksteen
en witte zandsteen, door de Nederlanders ook wel speklagen genoemd. Het werd
gebouwd voor het Slagersgilde van Antwerpen. Na de Franse revolutie werden de
gilden afgeschaft en verloor Het Vleeshuis haar functie. Het is gebruikt als
theater en opslagplaats voor wijn. Aan het einde van de 19e eeuw kocht de
gemeente Antwerpen het gebouw en gebruikt het nu als Museum voor Archeologie en
Toegepaste Kunst.
Niet zo groot, als de Grote Markt in Brussel, maar zeker zo mooi is de Grote
Markt van Antwerpen. Het eerste wat opvalt op de Grote Markt is natuurlijk het
Stadhuis, een van de oudste Renaissance gebouwen van de Lage Landen. Het werd in
1564 voltooid door de architect Cornelis Floris de Vriendt.
Antwerpen was aan het begin van de 16e eeuw vastbesloten een nieuw stadhuis te
bouwen in Gotische stijl, zo ongeveer als in Leuven, Brussel en Oudenaarde. Maar
de Antwerpenaren moesten het bouwmateriaal voor hun nieuwe stadhuis gebruiken
voor hun eigen verdediging tegen de aanvallen van het leger van Maarten van
Rossum, van Gelre. Pas 20 jaar later was de financiële positie van de stad
zodanig verbeterd, dat de plannen voor een nieuw gebouw voor de burgemeester uit
de kast werden gehaald. Maar tegen die tijd was de mode veranderd; de Gotische
stijl had plaats gemaakt voor de Renaissance.
De huidige vorm van het stadhuis laat zien, dat het gebouwd is op de top van de
macht en rijkdom van de stad. De stijl van het gebouw laat duidelijk de
kenmerken van Renaissance zien met de Dorische en Ionische pilaren op
nadrukkelijke plaatsen, maar het midden gedeelte laat ook duidelijk de toren van
de Vlaams Gotische en Brabantse stadhuizen terug komen. Ook zien we het
middelste gedeelte bekroond met de standbeelden van Vrouwe Justitia en Vrouwe
Behoedzaamheid. De wapens zijn links die van het Hertogdom Brabant, een zwart
veld met een gouden leeuw, in het midden het wapen van de Spaanse Koning Filips
II, en rechts dat van Antwerpen. Boven de wapens staat een Madonnabeeld, die
blijkbaar te groot is voor de nis waar ze in staat. Het is daar geplaatst door
de Jezuïeten tijdens de ContraReformatie, als vervanging van een Brabobeeld,
dat, in die tijd van religieuze oorlogen een het eind van de 16e en het begin
van de 17e eeuw, te heidens gevonden werd.
De 54 deuren op de begane grond werden gebouwd om kleine winkeltjes te
herbergen. De huur, die de winkeliers moesten betalen hielp het financieren van
het gebouw zelf. Ook het interieur is zeker een bezoek waard. De decoraties zijn
hoofdzakelijk 19e eeuws.
Gildenhuizen. Helaas zijn deze niet de originelen, want bij een grote brand in
1576, brandde de Grote Markt grotendeels af. De meeste Gildenhuizen zijn daarna
door de stadsarchitect Hans Vredeman in Vlaamse Renaissancestijl opnieuw
opgebouwd.
In de 19e eeuw werden de huizen opnieuw gerenoveerd. Het huis op nr 7 is een van
de mooiste. Het was het huis van het Kruisboogschuttersgilde en is gekroond met
een beeld van St. George.
Het huis op nr 25, een reconstructie van een huis, dat origineel aan de Meir
stond, staat op de plaats, waar een herberg was. Deze herberg werd genoemd in
het toneelstuk “Marieke van Nieumwhegen”.
Een kathedraal staat nooit alleen. Door verwereldlijking en moderne
verstedelijking vergeten we, dat vele maatschappelijke functies vroeger alleen
vanuit de kerk bediend werden. Er was de zorg voor studie, de ‘papenschool’ en
zang, het ‘Choraelhuys’, de zorg voor armen, de Tafel van de Heilige Geest,
zieken, O. L. Vrouweziekenhuis, en overledenen, de kerkhoven, nu o.m. de
Groenplaats. Later volgden nog het bisschoppelijk paleis, een openbare
bibliotheek en het diocesaan seminarie. Wanneer op een zomerse maandagavond de
beiaard speelt, beleef je, hoeveel deze kerk mee opgenomen blijft in haar
omgeving en in het echte stadsgewoel.
De geschiedenis van het grootste kerkgebouw der Nederlanden begint in 1124. Een
oude kapel hier werd toen parochiekerk, wat een respectabele kerk in Romaanse
stijl betekende. Op haar beurt zou die vanaf 1352 vervangen worden door de
huidige gotische kerk. 170 Jaar zou het duren, voordat deze in de huidige vorm
voltooid was. Maar in een tijd, toen Antwerpen dé stad van Europa was, dacht
keizer Karel V aan een never ending story. De kerk, die met een lengte van 119
m., een dak van meer dan 1 ha en 128 ramen toch al gerekend mag worden onder de
groten der aarde, wenste hij nog immens uit te breiden: een
wereldtentoonstelling waardig. Nu nog wordt het tracé van de straten aan de
oostkant van de kerk bepaald door die grandioze droom, die helaas in het water
viel door, o.a. het bluswater van een rampzalige brand in 1533.
Was het niet de ruimte van de kerk, die toenam, dan toch haar hiërarchische
positie, want een paar jaren later werd zij, bij de oprichting van het bisdom
Antwerpen, gekozen als kerk voor de bisschopszetel. Het is deze ‘katheder’, die
haar tot ‘kathedraal’ maakte; wat helaas weinig indruk maakte op de
calvinistische organisatoren van de beeldenstormen, in 1566 en 1581. Een nieuwe
kunstminnende wind kwam aanwaaien bij het katholieke herstel in 1585 in de geest
van de Contrareformatie: de barok.
In de Franse periode, einde 18e eeuw, werd de kerk compleet leeggehaald. Er
dreigde zelfs volledige afbraak! Gelukkig wist stadsbouwmeester J. Blom die
plannen op de lange baan te schuiven. In de 19e eeuw volgde een totale nieuwe
aankleding: oud meubilair werd aangekocht uit afgeschafte kloosterkerken, nieuwe
meubels werden besteld in neoclassicistische, daarna overvloedig in neogotische
stijl, zoals het monumentale koorgestoelte, meerdere zijaltaren en
tochtportalen. In 1961 werd Antwerpen weer een zelfstandig bisdom. Het Antwerpse
Provinciebestuur besloot tot grondige restauratie van de Kathedraal, een
gigantisch project, dat ook na 1993 verder bleef lopen. Een kans ook voor
archeologisch onderzoek. En wat er allemaal al niet opgegraven is!
De unieke elegante Onze-Lieve-Vrouwetoren is hét symbool van Antwerpen en blijft
de trots van alle Sinjoren. Een naam, die de Antwerpenaren hebben overgehouden
aan het Spaanse bewind. De Spaanse soldaten zouden de Antwerpenaren hebben
aangesproken met “Sinjoor”.
De bouw van de kerk bereikte er in 1518 echt zijn ‘hoogtepunt’ mee: 123 m. Je
houdt het niet voor mogelijk, hoe een stoere torenbasis zich zo kan laten
meeslepen om uiteindelijk in de lucht a.h.w. op te lossen: een echte wegwijzer
naar de hemel. Als volmaakte realisatie van het gotische torenideaal verdient
hij beslist veel meer bekendheid! Zij is dan ook de hoogste in de Lage Landen.
Binnen sta je in een uitzonderlijke wijde ruimte van 7 beuken met 48 pijlers:
een versteend bos. Het is dit ruimtelijk effect, dat de Kathedraal van Antwerpen
zo apart maakt. Hiermee is zij ook de grootste kathedraal in de Benelux.
In de Kathedraal vind je een groot stuk van de Antwerpse geschiedenis in beeld
gebracht, van de eerste missionarissen, die je aan het hoofdportaal verwelkomen,
tot de vorsten, die zichzelf probeerden te vereeuwigen in kleurrijke glasramen.
De gewone mens, die voor zijn dagelijkse broodwinning moet werken, herkent zich
het gemakkelijkst in de fierheid, waarmee de ambachten hun werktuigen op de
gewelfschilderingen lieten aanbrengen: een sublieme hulde aan de menselijke
arbeid, die de hemel wordt in geprezen!
De Kathedraal is vooral bekend om de schilderijen van Rubens, zoals ‘De
kruisoprichting’ en ‘De kruisafneming’, ‘de verrijzenis’, en ‘de hemelvaart van
Maria’, meeslepende toneelscènes, die de toeschouwer uitnodigen om het drama van
Jezus’ lijden en sterven opnieuw mee te beleven. Geen ‘l'art pour l’art’ dus deze
wereldberoemde creaties van Rubens met hun schitterend coloriet en typische
diagonale barokcompositie.
Daarnaast zijn er tal van bezienswaardigheden, waaronder de glasramen, waarvan
er 3 uit de 16e en 17e eeuw stammen en de verbluffende preekstoel uit 1713, die
de christelijke boodschap aan de vier werelddelen predikt. Zelfs vogels en
eekhoorntjes luisteren mee.
Al is de Grote Markt het mooiste plein van zowel het historische hart als de
stad zelf, het populairste plein is toch wel de Groenplaats, dat vroeger een
parkeerplein was en in de middeleeuwen was dit zelfs de begraafplaats van de O.
L. Vrouwekerk. Maar kort geleden heeft men het plein autovrij gemaakt en krijgt
de Groenplaats al gauw haar oude charme terug. Op een warme middag kan het plein
volgepakt zijn met zowel toeristen als Antwerpenaren zelf, die graag van een
lekker koud pintje genieten op de ontelbare terrasjes, waar ook beroemde
artiesten hun tijd doorbrengen. In het midden van het plein staat het standbeeld
van de beroemde Belgische schilder uit de 17e eeuw Rubens, dat in de 19e eeuw is
geplaatst. Uitzonderlijk mooi is de façade van het “Karbonkelhuis” op nr 33. Dit
voormalige “Diamantenhuis” is een voorbeeld van de Renaissancestijl. De naam van
het huis is afgeleid van de diamantenkop decoratie op de begane grond.
De rechterkant van het plein wordt gedomineerd door het imposante 19e eeuwse
gebouw van het Hilton Hotel. Vroeger was het de Grand Bazar, een van de
voornaamste Belgische warenhuizen. Achter het Hilton is tegenwoordig een
ruimtelijk en plezierige winkelgalerij.
Zoals in de meeste steden in België is ook in Antwerpen een groot contrast te
zien in architectuur, ook aan de Groenplaats. De Gotische toren van de O. L.
Vrouwekerk vindt zijn tegenpool in de “Boerentoren”. Deze toren is het kantoor
van de Kredietbank, een van de belangrijkste banken van België.
De Meir is de naam van de beroemdste winkelstraat van Antwerpen. Deze lange laan
is tegenwoordig zo goed als autovrij en nodigt duizenden mensen uit voor een
plezierige winkelwandeling, die toch binnen het historische hart ligt. Ruwweg
kan men zeggen, dat de Meir zich uitstrekt van de kathedraal tot het Centraal
Station.
Al winkelend zal het weinig mensen opvallen, dat deze straat bulkt van de
historische gebouwen. Een van de belangrijkste is het “Osterrieth”huis op nr 85.
Dit huis werd in 1745 gebouwd in Rococostijl. Het middelste gedeelte is bijna
letterlijk gegraveerd met een beitel en gedecoreerd met een monumentaal fronton.
Het is nu de zetel van de Paribas Belgium Bank en heeft een opmerkelijke
collectie Belgische schilderijen.
Nog zo’n historisch gebouw vindt men op nr 50. Dit is de voormalige Koninklijke
Residentie van de Belgische Koningen in Antwerpen. Net zoals het
“Osterrieth”huis, is dit gebouwd in Rococostijl rond 1745. Nu wordt het gebruikt
voor exposities en het Filmmuseum. Het is een mooie nalatenschap van de laatste
golf van Barokkunst, de sierlijke decoratieve Rococo Stijl.
Midden in de Meir is een zijstraat, die de “Wapper” heet. Hier staat het huis
van Peter Paul Rubens, de grootste en beroemdste van alle Antwerpse schilders.
Hier kocht Rubens een bestaand 16e eeuws huis, nadat hij was terg gekomen uit
Italië in 1608. Hij woonde in dit huis van 1616 tot zijn dood in 1640.
Rubens liet het verfraaien en omtoveren tot het mooiste, meest elegante
Renaissance-Barok huis van de Lage Landen met een prachtige gestileerde tuin en
een indrukwekkende entree. Hier was het, waar hij zijn mooiste Barok
schilderijen maakte. Diplomaten, artiesten, kunstliefhebbers en verzamelaren,
wetenschappers en zelfs de Spaanse Kerkvorsten Albert en Isabella bezochten hem
hier. Ook hier stierven zijn vrouw Isabella Brant en zijn dochter.
Na zijn dood werd het verkocht anderen, die het, in de loop van de tijd,
behoorlijk veranderden. In 1937 kocht de stad Antwerpen het ernstig beschadigde
pand, dankzij burgemeester Camille Huysmans. Twee oude tekeningen de oudste
bekende uit 1680, werden gebruikt als basis voor de restauratie.
Nu is dit het Rubens Huis Museum. Tegenwoordig moeten de bezoekers van dit huis
zich realiseren, dat het hier niet gaat om een huis, dat de beroemde schilder
bewoonde, maar een reconstructie van hoe het er moet hebben uitgezien. In de 1e
helft van de 17e eeuw.
De collectie schilderijen van de meester zelf en zijn tijdgenoten, maakt het
betalen van de toegangsprijs voor een bezoek aan dit museum meer dan waard. Bij
zo’n bezoek kan men ook door de gereconstrueerde tuin wandelen, het atelier van
Rubens en zijn privé ruimten bezoeken.
In het sportpaleis van Antwerpen worden ook grote tentoonstellingen worden
gehouden. Maar de befaamde wielerzesdaagse wordt tegenwoordig in het Kuipje van
Gent gehouden.
Antwerpen is de belangrijkste havenstad van België en wordt door de rivier de
Schelde verbonden met de Noordzee.
Antwerpen dankt zijn naam aan de reus Brabo met het hand werpen. In het midden
van de Grote Markt staat een fontein met daarop een beeld van de reus die een
hand wegwerpt. Verder op de Grote Markt zijn vele mooie oude gildenhuizen en
oude stadhuis. Het Steen aan de Schelde dat tegenwoordig het Maritieme museum
herbergt was vroeger de gevangenis van de stad. De mooie kathedraal van Onze
Lieve Vrouwe werd gebouwd tussen 1352 en 1584.De toren is 123 m hoog.
De kerk heeft een prachtig interieur en vele mooie schilderijen van de bekende
schilder Rubens. Rubens is geboren in Keulen in 1577 maar is op 12 jarige
leeftijd verhuisd naar Antwerpen waar hij gewoond en gewerkt heeft tot zijn dood
in 1640.
De Zoo van Antwerpen werd in 1850 aangelegd buiten de stadsgrenzen maar de stad
is zo groot geworden dat deze tegenwoordig midden in de stad ligt.


|