Het begint met: "Heb jij ook in de gaten dat we steeds poeniger worden?" Clim
richt enigszins verontschuldigend het woord tot Jos; uiteindelijk was hij het
die er op stond om le klas te reizen. Achteroverleunend in de zachte kussens van
de nationale spoorwegen snellen we richting Antwerpen. We zijn om 11.00 uur in
Roermond vertrokken. Na drie keer overgestapt te hebben (in Eindhoven, Breda en
Roosendaal) komen we om half twee aan op de Middenstatie, puristische versie van
de Vlaamse benaming voor het Centraal Station van Antwerpen.
Allereerst wordt er een welkomsdronk genuttigd. Antwerps bier, De Koninck
genaamd, moet heerlijk en dorstlessend zijn. Staande aan een bar in de
monumentale hal nemen we de proef op de som, en jawel hoor, de fluitjes glijden
er soepel en smaakvol in. Een goed begin is het halve werk. Er zullen nog vele
Koninckskes (en andere...) volgen.
Het hotel ligt vlakbij het station aan het Koningin Astrid - plein. Als we
inchecken, Jos heeft een maand van te voren al voor vijf dagen gereserveerd,
moeten we een half uurtje wachten omdat de kamer nog niet gekuist is. Derhalve
maken we een ommetje, onder meer door de winkelgalerijen van het luxe Century
House. Clim heeft honger, want door tijdgebrek die ochtend kon hij geen
boterhammen voor onderweg meer smeren. Jos weigerde hem mee te laten eten van de
zijne. Hij koopt dan ook meteen een stokbrood, dicht belegd met hesp en
groenvoer.
Nadat we onze intrek hebben genomen in het hotel beginnen we aan een lange
wandeling naar en door het oude centrum van Antwerpen. We slenteren door de Meir,
de Groenplaats (alwaar een gigantische bouwput moet resulteren in meer
ondergrondse parkeerplaatsen), langs de Onze Lieve Vrouwe Kathedraal en over de
Grote Markt met het Brabo fontein. Brabo is de Romeinse officier die de
afgehakte hand van de reus Antigoon de Schelde inwerpt. Bij het Steen, een soort
kasteeltje aan de Schelde, keren we terug de stad in. Als het begint te regenen
duiken we een kroeg in, waar we maar direct de inwendige mens versterken met
Thaise loempia's (Jos) en gepekelde haring (Clim). Via een andere route keren we
terug naar het hotel.
We hebben ook een tv op de kamer, die uitgevoerd is in Scandinavische stijl,
ooit zeer populair in de jaren zeventig. Na Studio Sport gaan we weer op pad. We
blijven in de Statiebuurt, rondom ons hotel, waar het stikt van cafés en
etnische eettentjes. We eten bij een Argentijn en doen ons te goed aan een steak
van de pampa. Betalen doen we met de credit card. Ter bevordering van de
spijsvertering slenteren we wat rond, waarbij we in de tippelbuurt terechtkomen.
Af en toe wippen we een stamineeke binnen. Jos probeert dan allerlei soorten
bier uit, maar Clim houdt zich wijselijk bij de Koninckskes, daarvan kan hij
meer op. In een groot café met biljarttafels sluiten we de avond af. Dit wordt
onze vaste stek, besluiten we eensgezind. Op de kamer komt bij wijze van
slaapmutsje de fles Antwerpse Zuip te voorschijn. Het is niet zo'n sterk
spul, een veredeld soort wijn. De minibar op de kamer laten we met rust, ook al
zit hij propvol drank. De prijzen ervan liggen toch wel wat hoog!
dag 2
O P H E T K E R K E P A D
Monument voor
bouwmeester Appelmans
Clim voor biechtstoel
Paulus - kerk
Vandaag voert die verkenning ons langs een drietal fraaie kerken, vooral het
interieur ervan wekt onze bewondering met zijn schilder , maar vooral zijn
beeldhouw- en houtsnijkunst. Met name de preekstoelen en de biechtstoelen vinden
we overweldigend; wat hebben die oude ambachtslieden daar veel werk ingestoken!
We beginnen met de St. Jacobskerk waarin veel zwart en wit marmer is verwerkt.
Aan de wanden hangen schilderijen en er zijn tal van kapelletjes. Achter het
hoofdaltaar is het grafmonument van/voor P.P. Rubens gelegen. Het gebouw zelf is
sober. Vervolgens begeven we ons naar de Carolus Borromeus-kerk, een voormalige
Jezuïetenkerk die voor een groot gedeelte ontworpen schijnt te zijn door Rubens.
Het is een barokachtig bouwwerk dat opvalt door de goede lichtinval van buiten.
Andere oude kerken zijn meestal veel schemerachtiger. We krijgen tekst en uitleg
van een soort kerkenwacht, een koster.
De grootste en bekendste kerk is de Onze Lieve Vrouwe Kathedraal. Ze ligt
precies tussen de Groenplaats en de Grote Markt in en er wordt entree geheven;
alleen ingezetenen van Antwerpen hoeven niets te betalen. Het achterste gedeelte
van de kerk was voor bezichtiging afgesloten vanwege uitgebreide
renovatiewerkzaamheden. Er zijn veel renaissancekunstwerken te bewonderen. In
tegenstelling tot de voorgaande kerken zijn hier meer toeristen, soms hele
groepen o.l.v. een gids.
Op de Veemarkt, voor de Paulus - kerk die gesloten was, eten we belegde
stokbroden. Het is prima weer, het zonnetje straalt regelmatig. We wandelen
verder door het oude. middeleeuwse hart van de stad en proeven de sfeer. Op veel
plaatsen heeft men succesvolle pogingen gedaan om oude panden te herstellen in
oorspronkelijke stijl en met authentiek materiaal. Het Rubenshuis blijkt op
maandag eveneens dicht te zijn, waarop we een blokje omlopen langs de lelijke
Stadsschouwburg (modern...) en de tegenvallende
Kruidtuin (het is duidelijk niet
het seizoen voor een sprankelende flora!). Als alternatief duiken we De Slegte
in. Jos koopt voor 2.000 francs een dozijn thrillers. De boeken leveren we bij
het hotel af en we gaan naar de film. "City of Joy" heet ie, met Patrick Swayze
in de hoofdrol. De film speelt zich af in Calcutta en we vinden de Indiase
berusting erin goed getroffen. Het verhaal zelf kan beter en Swayze vinden we
ongeloofwaardig als gefrustreerd chirurg.
Recht tegenover de bioscoop ligt een Mexicaans restaurant dat we met een
bezoekje vereren. We bestellen er mixed grill dat boven een houtskoolvuurtje op
onze tafel wordt opgediend. Het vlees blijkt niet helemaal gaar en we moeten het
langer laten roosteren. Naar Belgische begrippen is de prijs hoog: f 75, voor 2
personen.
De rest van de avond besteden we als vanouds in de verschillende cafés in de
omringende buurt. Zoals afgesproken besluiten we onze rondgang in het
biljartcafé om de hoek. Er staan 2 tafels en er wordt goed gebiljart. Elke
speler heeft zijn eigen keu met foedraal bij zich. Het café bestaat uit een
hoge, open ruimte. De toog bevindt zich achter in de zaak. Langs de wanden zijn
zitjes, die voor een groot gedeelte zijn bezet door voornamelijk klanten van
middelbare en bejaarde leeftijd. Opvallend zijn de vele alleenstaande, oudere
vrouwen die zich onbekommerd in het openbare leven bewegen. Overal kom je ze
tegen, met name 's middags zitten de verwarmde terrassen en koffiecafés vol met
oude tantes. Ook in deze zaak vormen ze een niet gering bestanddeel van de
clientèle, die overigens uit een doorsnee van de normale Antwerpse bevolking
bestaat. We zijn er buitenstaanders, hoewel we er niet als zodanig behandeld
worden. De obers beheersen er hun vak prima; ze zijn oplettend, voorkomend en
beleefd.
In het hotel maken we het restant van de fles Zuip soldaat. Tot half twee kijken
we naar het debat op de televisie van de drie Amerikaanse presidentskandidaten.
Clim is duidelijk op de hand van Bush, omdat hij zich als zittende president zo
moeilijk kan verdedigen, beweert hij. Jos voelt meer voor Clinton en verklaart
hem favoriet. Ross Perot hoort in onze ogen niet op die plaats thuis.
dag 3
P A L I N G I N H E T G R O E N E N W O R T E L
S O E P
Jos baalt. Er is enkel koud water beschikbaar. Hij kan alleen provisorisch zijn
edele delen wassen. Als Clim daarna onder de waterstralen stapt is het water
aangenaam warm. Hier is sprake van een omgekeerde wereld. Normaal gesproken is
het warme water voorbehouden aan de vroege doucher, niet aan de late zoals hier.
België ....
De Pauluskerk is vandaag wel voor publiek geopend. Erom heen liggen nog de
resten en halve ruïnes van een oud klooster. De kerk is te vergelijken met de
andere die we gisteren bezochten. Jos maakt meerdere foto's, zonder flits op
1500 asa. Hij interesseert zich voor het houtsnijwerk, dat ook hier een
uitzonderlijke kracht uitstraalt. Opvallend aanwezig in de kerk is de Jubee, een
soort rijk versierde triomfboog ter ere van de Heilige Maagd in het middenschip.
Clim neemt plaats op het fris geboende priesterkoor. Alle kerken worden goed
onderhouden en gepoetst; dit zal wel in verband staan met het nakende jaar 1993,
waarin Antwerpen tot Culturele Hoofdstad van Europa gebombardeerd is. In 1992 is
dit Madrid. Tegen de zuidgevel van de kerk ligt een kunstmatige Calvarieberg uit
de 17de eeuw, maar de toegang daartoe blijkt stevig afgesloten, we kunnen er
niet bij.
Aan
de voet van het roomse bedehuis strekt zich de
Schipperswijk uit. Dit zeemanskwartier is de rosse wijk van Antwerpen. Er
bestaat raamprostitutie, warm ebbenhouten koopwaar uit Afrika ligt achter de
ruiten op potentiële kopers te wachten. Slechts hier en daar ontwaren we een
struise Vlaamse blondine tussen de gordijnen. De middenstand en het caféwezen is
er in Griekse handen.
In het Vleeschhuis werd vroeger geen menselijk vrouwenvlees verkocht, maar
eerlijk vlees van vee en gevogelte. Het was het gildenhuis van de vleeschhouwers.
Het gebouw is prachtig in stand gehouden. Het stamt uit de vroege 16de eeuw en
is gebouwd met bakstenen met dikke lagen cement ertussen. Het heeft een spits
zadeldak dat ondersteund wordt door machtige zolderbalken. Geëxposeerd worden
er: muziekinstrumenten, wapens, schilderijen, beeldhouwwerk en schilderijen,
meubilair etc. Het museum bestaat uit 3 "verdiepen". Helaas is de kelder vanwege
"werken" gesloten.
Onze volgende bestemming is de vesting "Het Steen" uit de 13e eeuw. Het is nu
het Nationale Scheepvaartmuseum. Jos heeft het al 2 keer eerder bezocht, maar
Clim gaat er helemaal in op. Er staan erg veel scheepsmodellen, tekeningen,
scheepsinstrumenten en dergelijke. Jos wacht in het kelderrestaurant tot Clim
klaar is met zijn minutieuze bezichtiging. In de kelder ligt een vergaarput met
potscherven, botten en dergelijke.
In een kroegje aan de kade eten we paling in het groen, wortelsoep en een croque
madam (dat is een croque monsieur, een tosti met een spiegelei erop). Tot nu toe
is het weer opnieuw prachtig zonnig geweest, maar inmiddels betrekt het. Dwalend
door binnenstraatjes en steegjes, erg sfeervol allemaal, bereiken we het
Museum Moretus Plantin aan de Vrijdagmarkt. We bezichtigen dit voormalige
patriciërshuis en wereldberoemde drukkerij. Men heeft met succes gepoogd zoveel
mogelijk in authentieke staat te bewaren. Je waant je er in de 17e eeuw. Veel
manuscripten en boeken hier natuurlijk. De binnenplaats is interessant, heel
evenwichtig met veel klimop. Sinds kort is in België de entreeprijs voor musea
ingevoerd, dus wij moesten ook hier de beurs trekken. (Zie foto's hieronder.)
Na een snelle mars dwars door de stad, waarin veel straten en pleinen liggen
opgebroken en waar koortsachtig wordt gewerkt om vóór maart 1993 klaar te zijn,
komen we om half vijf in ons hotel aan. Jos gaat rap onder de hete douche, toch
nog...
Onze volgende film staat op het programma: 1492 Christoffel Columbus ofwel ‘The conquest of a Paradise’ met Gerard Depardieu in de hoofdrol. Hier en daar
ontdekken we een historische onjuistheid. Wat blijft hangen van de film zijn de
stemmige beelden en de sfeervolle land-schappen. We zitten in bioscoop "Rubens",
nog een filmtempel in de ware zin des woords. Hij ziet er prachtig uit met zijn
pluche zetels en hoekloges. De entreeprijs ligt rond de f 12, .
We eten escalope met spaghetti bij een Italiaanse pizzeria, waarna we de
hoofduitvalsweg naar het oosten volgen. Na een kilometer treffen we een kroeg
met het onvermijdelijke biljart aan waar we enkele pinten nippen. Het is net
café Janssen, goedkoop en met een zelfde soort klantenkring, althans volgens
Clim. Een volkscafé waar de vette katers en honden los rondlopen.
dag 4
N O G E E N M U S E U M D A G
Het is woensdag. Er staat weer een aantal musea op het programma. We beginnen
bij het Rubenshuis, het gerestaureerde atelier en woonhuis van de schilder die
zo veel lillend vrouwelijk bloot in zijn schilderijen stopte. Veel hout en
kunstwerken vanzelfsprekend, met menig kamer in de oorspronkelijke toestand
geconserveerd. Erg veel houtwerk, hetgeen een bepaalde warmte geeft. In deze
tijd van het jaar is de nabijgelegen tuin niet erg spectaculair.
RUBENS -
HUIS
Nu een interessant
museum
Het Museum Mayer van den Bergh is een opbergplaats van een privé-verzameling van
vooral schilderijen. Pronkstuk: Dulle Griet van Brueghel de Oude. Ook "De
Kruisiging" van Quinten Matsijs hangt er. Jammer genoeg is de verzameling
beeldhouwwerk afgesloten. Verder is er nog een collectie meubelen, gobelins en
kantwerk. In dezelfde straat ligt ook nog het "Maagdenhuis", eveneens een museum
en voormalige residentie van Marnix van Sint Aldegonde, ooit burgemeester van
den Anvers.
We laten dit gebouw links liggen, want we hebben nog een lange wandeling voor de
boeg. Over de brede boulevards de Britse Lei en de Amerika Lei geheten en langs
het Monument van bovengenoemde Marnix lopen we naar het stedelijk
Museum voor
Schone Kunsten. We gaan niet direct naar binnen. Eerst wippen we "den Artist'
binnen, een Jugendstil café met een aardige inrichting. Daar lunchen we;
omeletten van 3 eieren, fritten en speciaal bier. Dat smaakt.
Het museum is gebouwd op het einde van de vorige eeuw en ziet er imposant uit
met zijn neoklassieke gevel. De entree is gratis! We snappen er niets van,
temeer daar een expositie van moderne kunst in hetzelfde gebouw meer dan een
tientje moet kosten! We bekijken er alle, maar dan ook álle Oude Vlaamse
Meesters: gebroeders van Eyck, de beide Brueghels, van der Weijden, Matsijs,
Jordaens en natuurlijk Rubens. We ontdekken er ook Titiaan, Frans Hals en een
enkele Rembrandt. De ansichtkaarten van al dit schoons zijn er echter beschamend
duur.
In een motregen raken we bij de Vlaamse (en/of?) Waalse Kaai
verzeild. Daar is
een ontgroening van 1e-jaars studenten aan de gang. Ze liggen op de grond en
worden met allerlei rotzooi besmeurd: mayonaise, rauwe eieren, ketchup, noem
maar op. Opnieuw via de Ring (de bovengenoemde Lei’en) keren we terug naar het
hotel, met een klein ommetje door het driehoekige Stadspark. Clim wil persé over
de hangbrug boven de vijver heen. Als we op zoek naar bier zijn komen we terecht
in een Chinese supermarkt. Géén bier verkrijgbaar. Jos gaat alleen op zoek en
komt even later met 10 blikjes aanzetten, gekocht in de overdekte markthallen.
Om vijf uur zitten we voor de beeldbuis om de voetbalwedstrijd van PSV tegen het
Griekse AEK Athene te volgen. We hebben besloten om de avond in "huiselijke
kring" door te brengen, vandaar die biervoorraad. De hele avond bekijken we
voetbal. Tussendoor gaan we bij de Egyptenaar om de hoek, die eeuwig glimlacht,
een hoog opgetast bord shoarma met friet eten. We stillen onze honger tegen een
fractie van de prijs die we voorgaande avonden hebben moeten betalen in de zgn.
credit card restaurants.
Het voetbal die avond valt tegen. Alleen Ajax kan ons een beetje bekoren. Voor
het slapen gaan begint Jos nog eens in zijn nieuwe pil, een dik boek van
V.S.
Naipaul, "Terug naar India". Hij wil zich alvast opwarmen voor zijn verslag over
de reis naar India.
dag 5
B E E S T E N K IJ K E N
Onze laatste volle dag in Vlaamse land, hoewel Antwerpen eigenlijk een Brabantse
stad is. Hoeveel geld hebben we eigenlijk nog nodig? We hebben pas één keer
gewisseld, namelijk Clim in Roermond bij de Rabo voor f 500. Langzamerhand raakt
dat bedrag op.
Diners hebben we met de credit card betaald; ook de logieskosten van het hotel
zullen we op deze wijze voldoen. Beter te veel frankskes op zak dan te weinig,
denkt Jos en hij neemt met een Eurocheque 5.000 Belgische francs bij de
Europa-bank op.
ANTWERPER ZOO
Vanaf ons hotel hoeven we maar het plein over te steken en we zijn bij de
Zoo.
Deze dierentuin is een van de oudste van Europa, nog steeds is het een van de
betere in zijn soort. De entreeprijs is gigantisch, vijftien gulden is niet mis
hè, maar de kwaliteit en evenzo de kwantiteit van het gebodene is er dan ook
naar. Dieren te kust en te keur en allen even goed verzorgd. We hebben alle tijd
van de wereld en we bekijken alles op ons gemak, zeker Clim. Jos is over het
algemeen sneller uitgekeken op de attracties, ook in de musea is dat het geval.
Mooi apenhuis. Het noctuarium (tehuis voor nachtdieren, erg duister binnen) mag
er ook zijn. Opvallend veel roofvogels, onder meer uilen in alle soorten en
maten. Tot Clim's onuitsprekelijke vreugde ontbreken zijn vriendjes de dikhuiden
niet op het appél. In het aquarium zijn de bakken eigenlijk overbevolkt met
vissen. Pas na twee uur schuiven we aan voor de lunch in het plaatselijke self
service restaurant. Er is een buffet en beiden scheppen we een bord vol met koud
vlees, vis en andere lekkere dingen. Ook nemen we nog een bakkie soep.
De rest van de middag brengen we gezellig door in de
bioscoop. We kijken naar
een Vlaamse rolprent die in Cannes enkele prijsjes heeft gewonnen. Het is de
film “Daens”, naar het boek van Louis Paul Boon over een opstandige priester die
het 19e - eeuwse proletariaat van Aalst in zijn klassenstrijd steunt. Een epos
van een sociaal bewogen man die uiteindelijk alle tegenstand overwint en in het
parlement belandt.
Voor de laatste keer eten we nog eens etnisch. Onze keus is op de American Mexican Pedro gevallen. Onze ogen zijn groter dan onze magen, Jos bijvoorbeeld
krijgt niet alles op. Hij heeft iets te veel taco's, enchillado's en chorizo's
besteld. Clim houdt het bij ‘chili con carne’. We worden er fluks bediend door een
Chinese Antwerpse. Met een laatste rondgang door de cafés besluiten we de avond.
In de minibar liggen nog enkele flessen bier gekoeld op ons te wachten. Morgen
vertrekken we.
dag 6
T E R U G N A A R H U I S
We staan op de normale tijd op. Nog één keer laten we ons het ontbijt smaken.
Als Jos bij de balie afrekent blijkt de receptioniste uit Maastricht te komen.
We dachten al, die spreekt Nederlands zonder Vlaams accent. We moeten voor vijf
nachten alles bij elkaar (dus inclusief ontbijt, minibar, t.v., badkamer, toilet
dergelijke) 14.000 francs betalen. Dat komt neer op f 700, ofwel f 70 per
persoon per nacht. We hebben wel eens goedkoper gezeten.
We zijn véél te vroeg op het station. De trein vertrekt zeer stipt, moet wel
want hij gaat richting Nederland en daar gaat alles er veel georganiseerder aan
toe. Daarvan hebben we de laatste dagen genoeg voorbeelden gezien. De Belg leeft
over het algemeen veel losser. In het openbare leven neemt men het niet zo nauw.
Een stad als Antwerpen heeft dan ook een atmosfeer die je nergens in Nederland
terugvindt, nou ja, of het moet Maastricht zijn. De stad heeft al een
onmiskenbaar zuidelijk karakter, gemoedelijker en vrijer. Dat laatste zie je in
de manier van bouwen erg goed terug. Geen enkel huis is er hetzelfde. Natuurlijk
zijn er regels die een en ander aan banden leggen, maar die worden zelden
serieus genomen. Regels zijn er om overtreden te worden. Kijk maar naar de echt
grootschalige belastingontduiking, dat is in dit land een nationale sport
geworden.
In Roosendaal hebben we een mazzeltje. We kunnen overstappen in een vertraagde
trein die naar Venlo gaat zodat we een half uur eerder dan gepland in Roermond
zijn. Om kwart voor twee gaan we een ijskoud huis aan de Herderstraat binnen. De
verwarming doet het niet naar behoren. Schoonzus Mia is net voor wij aankomen
weggegaan vanwege die kou, ze had er willen poetsen. Clim begint direct met de
vuile was. Jos rekent uit wat het hele reisje uiteindelijk gekost heeft: f 1.000
op de kop af!
Nogmaals, we hebben dat wel eens goedkoper gedaan. Maar de stad Antwerpen is ons
goed bevallen en daar gaat het toch om.
MEER INFO ANTWERPEN
ANTWERPEN is de hoofdstad van de provincie Antwerpen, gelegen
aan de Schelde. Sinds 1958 de grootste gemeente van België. Na Rotterdam en
Hamburg de grootste haven van Europa. Het is de vijfde wereldhaven.
Het tijverschil buiten de haven is maar liefst 4.90 m. De haven wordt echter op
peil gehouden door zes sluizen, waarvan de zeesluis bij Zandvliet de grootste
ter wereld is.
Totale lengte van de kades is ongeveer 100 km. Sinds 1971 bestaat er een
oliepijpleiding tussen Antwerpen en Rotterdam.
Links het sportpaleis van Antwerpen, waar ook grote tentoonstellingen worden
gehouden. De befaamde wielerzesdaagse wordt tegenwoordig echter in het Kuipje
van Gent gehouden.
Rechts in de verte is de toren van de "Onze Lieve Vrouwe kathedraal" te zien. De
toren is met 123 m de hoogste van de lage landen, en de kerk is met zijn zeven
beuken de grootste van de Benelux.
Rond het jaar 1090 is de stad zelfs noch in het bezit geweest van Godfried van
Bouillon.
Antwerpen is verder noch bekend om z'n wekelijkse vogeltjesmarkt, een
toeristische attractie.Antwerpen dankt zijn naam aan de reus Brabo met het hand werpen”
Niet de reus Brabo, maar de reus Druoon Antigoon. Het is de Romeinse soldaat
Silvius Brabo die de reus Antigoon heeft verslagen, zijn hand afkapte en in de
Schelde wierp. Zo zou de naam Hand-werpen ontstaan zijn. ( is maar een legende )
Antwerpen dankt zeker niet zijn naam aan de legende, maar juist andersom. Men
weet niet zeker van waar de naam”Antwerpen” komt. Daarom werd die legende in het
leven geroepen. De oudste schrijfwijze van onze naam is “Antverpia” en
vermoedelijk komt het van “anda verpus” = Vooruitgeschoven of geworpen stuk
land.
In het midden van de Grote Markt staat een fontein met daarop een beeld van de
reus die een hand wegwerpt. Op de grote markt staat niet het stambeeld van de
reus, maar van Brabo. Het is Brabo die de hand wegwerpt van de overwonnen reus.
Het Steen aan de Schelde dat tegenwoordig het Maritieme museum herbergt was
vroeger de gevangenis van de stad. Het steen is nooit een gevangenis geweest
maar een huis van voorarrest. Het opsluiten als straf bestond vroeger niet in de
rechtspraak. Het opsluiten is pas in de rechtspraak gekomen rond 1830. Pas vanaf
toen verschenen de eerste gevangenissen.
GESCHIEDENIS
Hoewel volgens historici vaststaat dat er omstreeks 650 al een nederzetting
Antwerpen bestond bij een burcht,is omtrent het prille begin van de stad niets
met zekerheid bekend. Wel zeker is dat dit oudste Antwerpen, samen met de burcht
die het moest beschermen,in 836 door de Noormannen werd verwoest. Na 836
ontstond een nieuwe nederzetting, de kern van het huidige Antwerpen,die in de
10de eeuw werd versterkt. Deze versterking werd gebouwd,in opdracht van de
Duitse keizer, ter verdediging van de Schelde. Antwerpen was inmiddels een
graafschap geworden van het Duitse rijk. In de 12de eeuw werd het
marktgraafschap Antwerpen deel van het hertogdom Brabant. Aan het begin van de
14de eeuw was Antwerpen een belangrijke havenstad geworden. Veranderende
stromingen en vloedgolven hadden de mond van de Schelde vergroot waardoor de
haven gemakkelijker bereikbaar was geworden voor de zeeschepen. Dat leverde de
stad onder meer het stapelrecht op van de Engelse wol,waar de Vlaamse
lakenindustrie afhankelijk van was. De neergang van Brugge was de opgang van
Antwerpen. Na de 16de eeuw begon de neergang van Antwerpen als handels- en
geldstad.
Van 1583 tot 1585 werd Antwerpen belegerd door Parma,de veldheer van koning
Filips II van Spanje. Deze sloot de Schelde, de levensader van Antwerpen af
waardoor de stad onbereikbaar was geworden en alles ging door naar Amsterdam dat
de roem van Antwerpen overnam. Burgemeester van Antwerpen was toen Filips van
Marnix, heer van Sint-Aldegonde, de dichter van het Wilhelmus. Dit gedicht werd
later het Nederlandse volkslied. De leider van de opstand Willem van Orange had
hier zijn hoofdkwartier tot hij in 1583 genoodzaakt was naar het veiliger Delft
uit te wijken. Na een beleg van meer dan twee jaar moest de stad tenslotte haar
poorten openen voor de Spanjaarden. Hollanders en Zeeuwen legden tussen de beide
oevers van de rivier de Schelde een schipbrug. Ondanks de sluiting van de Schelde
leefde de stad in de 17de eeuw weer op. De nijverheid floreerde weer evenals de
kunst. De beroemde schilder Rubens heeft daar natuurlijk het nodige aan
bijgedragen. In 1795 opende de Fransen de Schelde. De Franse keizer Napoleon I
liet een militaire scheepswerf en twee dokken aanleggen. Hij realiseerde daarmee
de eerste uitbreiding van de Antwerpse haven sinds de tweede helft van de 16de
eeuw.
Aan het einde van de 19de eeuw werd Antwerpen ook het grootste centrum van de
Diamanthandel en de bewerking daarvan.
Antwerpen is met zijn wereldhaven en industrieën een stad van nationale en
internationale betekenis. Het is de grootste stad van België,in oppervlakte ruim
een derde groter dan Parijs.
De gemoedelijkheid en de gezelligheid,vooral in de oude stadskern zijn een
wereldbegrip. De oude stad en de kilometers lange haven liggen aan de voet van
de O.L.V. Kathedraal,die sinds eeuwen het silhouet van de stad bepaalt. Tal van
cafés en terrassen en bars nodigen uit tot het nuttige van een Antwerps biertje.
Er bestaat zelfs een boekje over de kroegen in Antwerpen,een tocht die U
misschien zelf eens kunt maken. ook rond het Centraal Station zijn tal van
uitgaansmogelijkheden aanwezig. Als U daarvan dan honger hebt gekregen is de
"Paling in ‘t Groen" een Antwerpse specialiteit, een goede oplossing.
Museums en monumenten herinneren aan de bloeiperiode van de stad,begin 17de eeuw
toen de stad de belangrijkste zeehaven van West Europa was.
Door de eeuwen heen is Antwerpen altijd een tolerante stad geweest en ze is dat
nu nog. Respect voor de levensovertuiging van zijn medeburgers komt tot uiting
in de ruim 100 Rooms Katholieke kerken, 30 kerken van ander gezindten, 22
synagogen,16 moskeeën en 3 boeddhistische tempels, enz.
FOLKLORE
Voor liefhebbers van het poppenspel is er te Antwerpen de beroemde
POESJENELLEKELDER aan de repenstraat bij het Vleeshuis. In de eerste helft van
sept. heeft Antwerpen haar septemberfeesten die gepaard gaan met allerlei
feestelijkheden. De hoofdfiguur van de reuzenomgang is Antigoon. Volgens de
overleving hief de reus tol voor de Schelde en hakte ieders hand af die dit niet
wilde voldoen. Alleen de dappere romein Brabo durfde het tegen de reus op te
nemen en hakte op zijn beurt een hand van de reus en doodde hem. Na de dood van
de tolheffende tiran ontstonden Brabant en Antwerpen. de Reuzenomgang heeft een
lange traditie. In het volkskundige museum zijn de koppen te zien van 17de en
18de eeuwse exemplaren. Overigens is de Reuzenomgang geen typische Antwerpse
specialiteit. In tal van andere Belgische plaatsen worden van zulke optochten
gehouden.
BEZIENSWAARDIGHEDEN
DE HAVENS
Pas door de franse keizer Napoleon I werden de mogelijkheden van de Nieuwstad
ten volle benut. Hij realiseerde wat Gilbert van Schoonbeke in de 16de eeuw niet
tot ontplooiing kon brengen,een nieuw groot havengebied. In opdracht van
Napoleon werden in 1807 en 1808 het Klein Dok en het Groot Dok gegraven.Deze
eerste nieuwe havens werden onder Koning Willem I voltooid. Sinds 1903 heten ze
Bonapartedok en Willemsdok. Na de afkoop van de Scheldetol, in 1863 heeft de
Antwerpse Haven zich voortdurend in noordwestelijke richting uitgebreid. Aan het
graven van de Kattendijkdok en het Houtdok werd zelfs al eerder begonnen, dit
vooruitlopend op het welslagen van de onderhandelingen. Wie een tocht wil maken
door het boeiende havengebied kan dit beter per boot of per auto doen. Vanaf
Pasen tot September varen de Flandria - boten door havens voor een rondvaart.
HET BROUWERSHUIS
Het staat aan de Adriaan Brouwerstraat,de middelste van de drie vlieten die Van
Schoonbeke had laten graven,en aan de eerste vliet ,thans Brouwersvliet. In de
ingewanden van het Brouwershuis,bevindt zich de waterinstallatie,die bestaat
uit een rosmolen,een ophaalmechanisme en een aantal vergaarbakken. Het principe
is even ingenieus als simpel. Het water werd aangevoerd in de grote vergaarbak
en vervolgens overgebracht naar een hoger gelegen kleine vergaarbak. Vanuit deze
bak liep het naar de brouwerijen. De beweging is het zelfde als bij een
windwatermolen,met dit verschil dat de aandrijfkracht niet met wind werd
geleverd,maar door paarden die dag en nacht in de rosmolen liepen. In de 19de
eeuw werd het primitieve ophaal mechanisme vervangen door een pompinstallatie. De
rosmolen zelf bleef nog heel lang zijn werk doen.
HET 16DE-EEUWSE VLEESHUIS
Het is een machtig laatgotisch gebouw,dat hoog boven zijn omgeving uitrijst. Het
Vleeshuis werd gebouwd door Herman De Waghemakere,een van de architecten van de
O.L.Vrouwekerk. Het diende als slachthuis en verkoophuis van vlees. Het
Vleeshuis staat met opzet dicht bij de Schelde. Het bloed van de geslachte
dieren liet men afvloeien naar de rivier. Thans is het gebouw een museum voor
toegepaste kunst en lokale geschiedenis. Het Vleeshuis is uitgevoerd in warmrode
baksteen,afgewisseld met banden natuursteen,die hier wel zeer toepasselijk
Speklagen worden genoemd.
HET SCHIPPERSKWARTIER
wordt zo genoemd naar de scheepslui en havenarbeiders die hier altijd al hebben
gewoond.
DE SINT-PAULUSKERK
Staat in het hart van deze ooit eens zeer kleurrijke buurt. Wie de kerk benadert
via de geblakerde poort aan de Nosestraat wordt geconfronteerd met een triest
toneel van verval,dat symbolisch lijkt voor het Schipperskwartier. Het
Dominicaane klooster waar de Sint Pauluskerk deel van uitmaakte,branden in 1968
tot de grond toe af,en werd nooit meer herbouwt. Kerk en klooster kwamen tot
stand tussen 1517 en 1571,op de plaats van een 13de-eeuws gebouwencomplex. De
architect zou Domein de Waghenmakere, de zoon Herman,die eveneens betrokken was
bij de bouw van de O.L.Vrouwekerk.In 1803 werd de kerk een parochiekerk.
Het meest curieuze religieuze monument bevindt zich in de tuin bij de kerk.
tegen het zuidertransept klimt een wonderlijke namaakrots op,een Calvarieberg, waarin
het lijden van Christus trapsgewijs is vervat. Alleen al de in hout verstarde
verschrikking van de hel maakt een tocht naar deze berg de moeite waard. De
Calvarieberg werd tussen 1697 en 1747 gerealiseerd door de belangrijke
beeldhouwers Kerrix en Brauscheidt de oude.
HENDRIK CONSCIENCE - PLEIN
Wie het kan opbrengen de lokkende Schelde nog even
links te laten liggen, gaat nog even naar de Conscienceplein. Het plein is een
buitengewoon fraai stukje Antwerpen. Het dankt zijn ontstaan aan de Jezuïeten die
hier een klooster bouwden. Tot dit klooster behoorde het plein,evenals de
Sint-Carolus Borromeuskerk, die tot stand kwam tussen 1615 en 1621.Het is een
juweel van barokkunst. Een vondst is de zwierige toren,ondanks zijn bescheiden
hoogte van 58 meter is het een echte blikvanger,die al van ver de aandacht trekt.
Imponerend is ook de rijk met beelden versierde voorgevel van de kerk. In
het Fronton troont een Madonna met Kind,die waarschijnlijk is vervaardigd door
de beeldhouwer Hans van Milder .De ereplaats in de gevel is natuurlijk voor
Ignatius van Loyola,de stichter van de Jezuiëtenorde, zijn door engelen omringde
borstbeeld prijkt groot boven het raam in de middenpartij. Het interieur van de
kerk is zeer rijk,al heeft het aan schoonheid ingeboet wegens een enorme brand
in 1718.Een uniek bezit ging toen verloren namelijk de 19de-0eeuwse
plafondschildering van de hand van Rubens,die de gang en de zijbeuken sierden.
Zeer vernuftig is het hoofdaltaar met zijn drie verwisselbare altaarstukken
Een vernuftig mechanisme maakt deze afwisseling mogelijk. Zo blijven ook de
trouwste kerkgangers nog geboeid. Het mooiste deel van de kerk is de O.L.Vrouw
kapel aan de zuidkant die bewaard is gebleven tijdens de brand in 1718, ze bezit
nog de oorspronkelijke inventaris.
Teruggaand naar de Grote Markt moet men af en toe eens omhoog kijken naar de
gevels die door de restauratie van achter pleisterwerk en verwaarlozing te
voorschijn zijn gekomen. Ze tonen de typische Antwerpse bouwwijze. De hoge
trapgevels zijn opgetrokken uit baksteen,de vensters worden omlijst door banden
van natuursteen.
HET STEEN
Staat op het Scheldeplein aan de Schelde. Het is een bouwwerk van
eerbiedwaardige ouderdom, dat is verbonden met het ontstaan van Antwerpen. Het
Steen is een overblijfsel van een Burcht, een versterkte plaats, waarbinnen in de
7de eeuw de oudste stadskern tot ontwikkeling kwam. De Burcht bevond zich immers
op de 'AANWORP' de opgeworpen grond bij de Schelde die de werkelijke verklaring
van de naam Antwerpen is. In de 13de eeuw werd de houten palissade die de
versterking omgaf,vervangen door een stenen muur. Delen van die muur zijn terug
te vinden in het Steen. Tot 1823 was het Steen de gevangenis van Antwerpen en in
die functie natuurlijk niet geliefd bij de Antwerpenaren. In 1864 werd het een
oudheidkundig museum. Zijn huidige kasteelachtige uiterlijk kreeg het tussen
1827 en 1890,toen het werd gerestaureerd en vergroot. Sinds 1952 herbergt het
Steen het Nationale Scheepvaartmuseum. Voor het steen staat het standbeeld van
Lange Wapper.
DE GROTE MARKT
Is een schitterend plein,en het middelpunt van de oude stadskern,met een 16e- eeuws stadhuis, gebouwd tussen 1542 en 1565,het stadhuis kreeg geen
belfort,maar de verhoogde middenpartij herinnerd nog aan het symbool van
stedelijke macht. De koperen adelaar,die het middengedeelte bekroont,vormt de
verbinding met het verleden. Hij is het symbool van het Duitse rijk waar
Antwerpen toen deel van uitmaakte.Tijdens de Spaanse Furie van 1576 die in
Antwerpen ongenadig huishield,werd het stadhuis verwoest. In 1579 was het van de
schade hersteld.Verder vindt men hier de prachtig Gildehuizen. De restauratie
stond onder leiding van de Noordnederlander Hans Vredeman de Vries
HET BRABO
(1887) Deze stelt de legendarische Romeinse veldheer Silvius Brabo voor. De
legende is zo. De schepen die hier over de schelde voorbijvoeren, moesten tol
betalen aan de reus Druoon Antigoon. Dit was een doorn in het oog van de
Romeinse Veldheer en kapte de hand van de reus af en wierp hem in de Schelde
vandaar Hand‑werpen en later vervangen door Antwerpen. De beeldhouwer Jef
Lambeaux bracht de legendarische figuur van Brabo, op een uitbundige manier in
beeld.
O.L.V.KATHEDRAAL
(1352‑1521) in Hoog‑Gotische stijl het is de grootste kerk van
België. Opmerkelijk is,dat de kerk volledig volgens plan is gebouwd meestal
wordt er nog wel eens van de originele bouwplannen afgeweken. Zowel de
architectuur als het interieur zijn een bezoek waard. Slechts een van de vijf
torens is voltooid geraakt Zij is 123m.hoog en bevat een beiaard van 47 klokken
en bezit ook een stormklok Carolus genaamd. Hoewel de kerk het recht heeft zich
kathedraal te noemen, is zij niet gebouwd als bisschopkerk. Pas in 1559 kreeg zij
deze status doordat het bisdom Antwerpen werd ingesteld.
Op de Handschoenmarkt,voor de O.L.V.kerk, staat een put met fraai smeedwerk. Deze
zou in 1490 vervaardigd zijn door de beroemde Antwerpse schilder Quinten
Metsijs, die zijn loopbaan begon als smid.
DE VLAAIKENSGANG
In de gevelwand van de Oude Koornmarkt opent zich de allerliefste Vlaaikensgang,een
gedeeltelijk overdekt doorgang naar de Pelgrimsstraat die dateert uit de 16de
eeuw. In de ondiepe huisjes langs de knusse steeg zijn antiekwinkels en
restaurants gevestigd. De naam van de Vlaaikensmarkt is waarschijnlijk
afkomstig van een wafel- of vlaaienbakkerij die zich in deze gang zou hebben
bevonden.
De Pelgrimsstraat komt uit op de Reyndersstraat, waar men even stil moet staan
bij nummer 6, het Jordaenshuis. Deze paleisachtige woning in barok,werd in 1641
gebouwd door de schilder Jacob Jordean,een tijdgenoot van Rubens. De grootte
Witte Arend op nr 18,die zich kenbaar maakt door een feestelijk vlag, is een
voormalige nonnenklooster en is thans een café-restaurant en galerie. In de zomer
is het een plezierige plaats om er een pintje te pakken.
DE ST. JACOBSKERK en haar omgeving.
De familie Rubens ging hier steeds ter kerken. De laat-Gotische kerk uit de 15de
eeuw,werd gebouwd door Herman de Waghenmakere en zijn zonen Domein en
Herman,later was ook de befaamde bouwmeester Rombout Keldermans bij de bouw
betrokken. De toren die zo hoog had moeten worden als die van de O.L.V kerk
bereikte deze hoogte niet,en kwam niet verder dan deze bescheiden hoogte. Het is
een der rijkste kerken wat kunstschatten betreft,met o.a. schilderijen van
Rubens, Jordaen en Otto Venius. Rubens heeft er een sobere grafkapel,die werd
ingericht door de familie Fourment. Het schilderij boven het altaar (Onze Lieve
Vrouw met het kindje Jezus op de arm) werd door Rubens vlak voor zijn dood
aangewezen als stuk voor zijn grafkapel.
Op de hoek van de Lange Clarenstraat die uitloopt op de Lange Nieuwstraat,vraagt
een elegante Madonna met kind,om de blik even omhoog te werpen. Zij werd in 1686
vervaardigd door de beeldhouwer Pieter Verbrugge de Oude. Antwerpen is een groot
aantal van deze Mariabeelden rijk. De oudste dateren uit de 17de eeuw,nog oudere
exemplaren werden verwoest tijdens de beeldenstorm. De olielampjes voor de
beelden (ook de Madonna op de hoek bezat er een dienden als straatverlichting in
de tijd dat Antwerpen nog geen straatlantaarns rijk was.
Achter de Lange Nieuwstraat 32 bevindt zich een gotisch kleinood,nl. de
Bourgondische kapel. De kapel maakte deel uit van het SLOT VAN IMMERSEEL die
markgraaf was van Antwerpen. Hij bouwde de kapel in 1497.
HANDELSBEURS
Zij dateert uit 1531,maar werd na een brand in 1872 gerestaureerd. De Antwerpse
Handelsbeurs was de eerste in haar soort. Zij diende als voorbeeld voor
dergelijke beurzen in andere Europese steden,ondermeer in Amsterdam.
In westelijke richting biedt de Meir uitzicht op een toren in art-deco-stijl,met
een karakteristiek,maar niet zeer sierlijk silhouet. Hij werd gebouwd in opdracht
van de Algemene Bankvereniging. De ontwerpers waren onder ander Smolders en
Averbeke. De Antwerpenaren hebben deze toren de bijnaam BOERENTOREN
gegeven,omdat hij door boeren zou zijn gebouwd. De toren is 95 meter hoog en
heeft 26 verdiepingen,wat in 1928 toen hij werd gebouwd best een wolkenkrabber
mocht worden genoemd.
DE SUIKERRUI
Zij dankt haar naam aan een van de belangrijkste bronnen van de welvaart van
Antwerpen, nl. de suikerraffinaderij. Na de val van Antwerpen vestigden veel
Antwerpse 'Suikerbakkers' zich in Amsterdam. Op de Suikerrui herinnert niets
meer aan die tijd van weleer. Men vindt er nu restaurants met een veelheid aan
visgerechten.
WAALSE KAAI
Een mooi stukje havenkwartier wordt gevormd door de Waalse Kaai. De afgelopen
jaren is dit vergeten stukje stad een echt museumkwartier geworden. Aan de
Waalse Kaai staat het Zuiderpenshuis, een zeer indrukwekkend industrieel monument
uit het laatste kwart van de 19de eeuw. In het Zuiderpenshuis bevindt zich de
hydraulische installatie, waarmee de sluis aan de ingang van de haven kon worden
geopend. De installatie is nog helemaal intact. Het complex is nu gerestaureerd.
HET ZUID
De brede Nationalestraat vormt de verbinding tussen de oude stad, die wordt
begrensd door de Sint-Rochusstraat en door het 19de-eeuwse zuidelijke stadsdeel,
Het Zuid genoemd door de Antwerpenaren. Dit ontstond na afbraak van de
citadel, de gehate dwangburcht die de Antwerpenaren drie eeuwen in hun midden
hadden moeten dulden. De citadel werd in 1567 op last van Alva aangelegd door de
Italiaanse vestingbouwer Francesco Paciotto. De Citadel speelden een aantal keren
een belangrijke rol in de geschiedenis van Antwerpen. In 1576 trokken vanuit de
citadel muitende Spaanse soldaten plunderend en brand stichtend door de stad,
deSpaanse Furie genoemd. En
van 1830 tot 1832 was de citadel in handen van de Nederlandse troepen onder
leiding van de bevelhebber Chassé. Nadat de citadel nog een aantal jaren deel had
uitgemaakt van de vesting van Brialmont, werd zij in 1874 tot vreugde van de
Antwerpenaren afgebroken. Op de plaats van de citadel verrees een nieuwe
wijk,die in zijn plattegrond de herinnering aan de oude dwangburcht draagt. Wat
het binnenplein van de citadel was, heet nu de Leopold de Waelplaats.
HET KONINKLIJKE MUSEUM VOOR SCHONE KUNSTEN
Het plein wordt gedomineerd door het Koninklijk Museum, een witgepleisterd
gebouw, dat werd opgetrokken tussen 1884 en 1890 naar de plannen van de architect F.van Dijck en J.J. Winders. De beeldengroepen op de voorgevel, die de triomf van
kunst voorstellen, zijn het werk van de Brusselaar Thomas Vinçotte.
De straten die op de Leopold de Waelstraat uitkomen tonen een variëteit van laat
19de-eeuwse en vroeg 20ste-eeuwse bouwkunst. Bijzonder fraai is bv een huis aan
de schilderstraat, met een balkon in de vorm van een schip, dat wellicht het huis
was van een kapitein of een reder. De ontwerper was F. Smet - Verhal die ook elders
in Antwerpen huizen in Art Nouveau - stijl bouwde.
HET MARNIXPLEIN
Ligt in een stervormig stratenplan,dat in de plaat kwam van het
Kasteelplein, het grote exercitieplein van de citadel. Op het plein dat is
genoemd naar de Antwerpse Burgemeester Filips van Marnix, heer van Aldegonde, staat
een monument ter ere van het vrijkomen van de Schelde in 1863.
Voor de stroomgod van de Schelde hangen de verbroken ketenen van de Scheldetol.
De maker van dit grootse beeldhouwwerk was J. Winters.
DE VOGELTJESMARKT
Op zondagochtend is de Vogeltjesmarkt een van de meest bezochte plaatsen. De
markt wordt gehouden op het Blauwtorenplein en Oude Vaartplaats, vlak bij de Frankrijklei. Men noemt haar de Vogelmarkt uit traditie: Namelijk in de 17de en
18de eeuw werd er wild en gevogelte verkocht. Nu is de markt voornamelijk een
rommelmarkt, waar van alles te koop is, van rommel tot dieren. Liefhebbers van
antiek kunnen beter terecht op de Lijnwaadmarkt bij de O.L.Vrouwekerk.
HET ROCKOXHUIS
Het mooiste pand aan de Keizerstraat 10 en 12 is toegankelijk. Het is het
zorgvuldig gerestaureerde huis van Nicolaas Rockox. De reconstructie van het huis
werd financieel mogelijk gemaakt door de kredietbank, de bank die aan de
Antwerpse torenreeks de plompe boerentoren toevoegde. De veelzijdige Rockox was
ook geïnteresseerd in kunst en wetenschap. Onder zijn vrienden waren veel
geleerden, zoals de rechtsgeleerde Hugo de Groot. Rubens was een van zijn meest
intieme vrienden. Na Rubens terugkeer uit Italië was de toen Burgemeester zijnde
Rockox een van de eerste die een schilderij bij hem bestelde, nl. de Aanbidding
der Wijzen, voor de statenkamer van het stadhuis. Dit beroemde schilderij hangt
thans in het Prado te Madrid. In opdracht van de Kloveniersgilde gaf hij Rubens
ook de opdracht voor de Kruisafneming, die bestemd was voor het altaar van de
gilde in de O.L. Vrouwe kerk. De Kruisafneming is nog altijd te bewonderen in
deze kerk. In 1970 werd het Rockoxhuis samen met de omringende panden gekocht
door de Kredietbank. Op die manier werd voorkomen dat het huis door hoogbouw zou
worden ingesloten. Het is een van de weinige plekken waar de slopers gelukkig
niet de hand hebben kunnen naar uitsteken.
HET PRINSENHOF
Uit de glorietijd van Antwerpen. Het Hof van Liere werd in 1516 gebouwd door
Domein de Waghenare, in opdracht van de rijke koopman en toen Burgemeester van
Antwerpen de heer Arnold van Liere. Nadat de toekomstige keizer Karel V, toen
nog prins, er had gelogeerd, werd het Hof van Liere het Prinsenhof genoemd. Na de
dood van Van Liere kreeg het Prinsenhof allerlei bestemmingen, tot de
Jezuïetenorde er aan het begin van de 17de eeuw hun intrek namen. Zij gaven haar
ook het renaissance uiterlijk dat ze nu nog heeft. Thans is er gevestigd De
Universitaire Faculteiten van Sint Ignatius. Het enorme complex dat toegankelijk
is door drie poorten,ligt rondom drie binnenplaatsen. De grootste van de drie
is de Cour d'Honneur waar hoge gasten werden ontvangen. De voorgevel is van
latere tijd.
HET BEGIJNHOF
Via de Pieter van Hobokenstraat en de Ossenmarkt komt men in de Rodenstraat.
Daar bevindt zich het allerliefste Begijnhof. Een blik op de platte grond leert
ons, dat het Begijnhof tussen de Rodenstraat en de Italiëlei ligt. Deze plaats is
niet toevallig. Tot de 2de helft van de 19de eeuw rees, waar nu de Italëlei
loopt, de omwalling,waar de begijntjes zich veilig voelden. Ze hadden deze plaats
met opzet gekozen, nadat het oude begijnhof, dat buiten de vesten lag,in 1542 was verwoest. In de tweede helft van de 18de eeuw bestond het begijnhof uit 81 huizen
die onderdak boden aan 150 begijntjes. Op het Begijnhof wonen nu geen Begijntjes
meer, maar oudere mensen voor wie de woningen zijn aangepast aan de eisen van
deze tijd. Het begijnhof ligt achter een monumentale barokke poort, waarop het
beeld troont van de H. Begga, de patrones van de begijntjes. Aan de noordkant van
het begijnhof staat de St.Catharinakerk. Ook de inventaris van de kerk dateert
uit de 16de eeuw en de 19de eeuw. Het meest kostbare stuk uit de 16de eeuw is
een schilderij uit omstreeks 1650 dat de Kruisafneming voorstelt. Het is van de
hand van de Antwerpse meester Jacob Jordean, die onder de begijntjes twee zusters
had. Een pikant detail, wanneer men weet dat Jordeans een overtuigend calvinist
was.
DE SCHOUWBURG Tussen de Graanmarkt en de Komedieplaats staat het fraai, maar jammer genoeg
verwaarloosd bouwwerk, de Oude Schouwburg of de Bourla - Schouwburg. Ooit was het "
Het Theater Royal",waar in het Frans voorstellingen werden gegeven en was het de
trots van de stad. De Schouwburg werd tussen 1829 en 1834 gebouwd naar plannen
van Pierre Bourla, de uit Frankrijk afkomstige stadsbouwmeester van Antwerpen. Bijzonder mooi is de halfronde voorzijde,die wordt bekroond door de
negen muzen. Tussen de pilasters van de Belle etage, waar zich de grote zaal
bevindt, zijn de busten aangebracht van de beroemde Vlaamse en Nederlandse
kunstenaars. Rubens en Vondel ontbreken niet in deze portretgalerij. De
Schouwburg heeft zijn functie grotendeels moeten afstaan aan het prozaïsche
bouwwerk, dat in 1980 aan de gloednieuwe Theaterplein verrees.
HET MAAGDENHUIS
De Arenbergstraat, opzij van de Komedieplaats,loopt uit op de Gasthuisstraat.
het grootse, uit bak- en natuursteen opgetrokken gebouw aan de Lange
gasthuisstraat 33 is het voormalige Maagdenhuis. De kinderlievende Antwerpse
koopman Jan van der Meeren richtte in 1552 elders in de stad een weeshuis voor
meisjes op. Het gebouw aan de Lange Gasthuisstr. kwam tot stand doordat zij de
weesmeisjes, na hun dood voorzagen van een flink bedrag, zodat hun verzorging werd
verzekerd. Het oudste deel van het Maagdenhuis,de ingangspartij en de
kapel, werd gebouwd tussen 1564 en 1568, de rest van het gebouw, waaronder de
binnenplaats dateert uit 1636. Het Maagdenhuis behield zijn oorspronkelijke
bestemming tot 1882. In 1952 betrok het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk
Welzijn het gerestaureerde complex. In de kapel en de benedenzalen werd een
museum ondergebracht. Voordat men er binnengaat moet men even omhoog kijken naar
het reliëf boven de ingangspartij,dat de weesmeisjes voorstelt alsmede God de
Vader die zijn armen uitstrekt. In het museum die er zijn ondergebracht zijn
ondermeer Antwerpse meubelen te zien.
Merkwaardig is ook de schuif,een soort hokje,dat was aangebracht aan de
voorgevel van het vondelingenhuis aan de St.Rochusstraat. Ongewenste kinderen
konden er ongezien te vondeling worden gelegd. De Schuif functioneerde tot 1860.
HET MUSEUM MAYER VAN DEN BERGH
In de Lange Gasthuisstraat 19 bevindt zich het museum Mayer,dat kunst van grote
klasse bevat. Het museum werd door Henriëtte Mayer van den Bergh opgericht ter
nagedachtenis van haar overleden zoon Fritz Mayer van den Bergh. Op haar
aanwijzing bouwden de Antwerpse architect J. Hertogs omstreeks 1900 naast het
woonhuis van de familie een museum voor de kunstverzameling van Fritz. Het
topstuk van de verzameling is ongetwijfeld DE DULLE GRIET van Pieter Brueghel de
Oude,een van de belangrijkste Zuid Nederlandse schilders van de 16de eeuw. Toen
Fritz het schilderij kocht op een veiling in Keulen,was de belangstelling voor
Brueghel nog zeer gering. Maar het bekende van Fritz was dat hij een neus had
voor kunst.
DE MEIR
De Meir is een brede allee,die dwars door het hart van Antwerpen loopt en
geleidelijk breder wordt. de bebouwing van de meir is nog grotendeels 19de eeuws.
Als je de drukke en veel bezochte Meir inloop,zou je niet zeggen dat dit vroeger
een Moeras is geweest. Zij ontstond uit een drooggelegd meer,en groeide bij
iedere stadsuitleg een stukje,tot zij aan het begin van de 14de eeuw haar
huidige lengte had bereikt. Zij werd een belangrijke verkeersader,waaraan
deftige lieden luxueuze huizen lieten bouwen. In de 19de eeuw veranderde zij in
een chique winkelstraat.
Aan het eerbiedwaardige verleden van de Meir herinneren nog twee indrukwekkende
18de eeuwse stadspaleizen: het Huis Osterrieth,op nr85 en het voormalige
Koninklijk Paleis,thans een cultureel centrum,op de hoek van de Meir en de
Wapper.
HET RUBENS - HUIS
Aan de Wapper schuin tegenover het voormalige Koninklijk Paleis,staat het huis
van Rubens. De befaamde 17de-eeuwse schilder en diplomaat,liet het huis aan de
Herentalse Vaart op de Wapper(een op en neer bewegende waterinstallatie)die
tussen 1611 en 1615 werd gebouwd. Hij woonden er tot zijn dood in 1640, eerst
met de lieftallige Isabella Brant, met wie hij in 1609 was getrouwd en vanaf
1630 met de heel jonge en mooie blondine Helena Fourment.
Isabella was in 1626 overleden. Vier jaar na haar dood werd Helena zijn
echtgenote. Uit deze twee huwelijken kreeg hij zeven kinderen,die allemaal in
dit huis werden geboren. Na veel merkwaardigheden kwam het gehavende Rubenshuis
in 1937 in het bezit van de stad Antwerpen. Van 1939 tot 1947 werden het huis en
de tuin teruggebracht in de oorspronkelijke staat bij de reconstructie is men
met grote zorgvuldigheid te werk gegaan,een arbeid die grote bewondering
afdwingt. In het huis wordt dank zij authentieke meubelstukken en
kunstvoorwerpen de figuur van de meester weer opgeroepen. Let ook vooral op het
portiek tussen de twee paviljoenen op het binnenplein,die Rubens vaak op zijn
doeken heeft afgebeeld.
SINT-AUGUSTINUSKERK EN DE SINT-ANDRIESKERK
Ten westen van de Lange Gasthuisstraat zijn twee fraaie oude kerken te vinden,
de St.Augustuskerk aan de Kammenstraat,en de St.Andrieskerk aan de
Sint-Andriesstraat. Beide kerken maakten deel uit van het Augustijnenklooster.
De barokke St. Augustinuskerk werd tussen 1615 en 1618 gebouwd naar een ontwerp
van Wenceslas Coberger, de architect die onder meer de Bergen van Barmhartigheid
en de O.L.V. Basiliek in Scherpenheuvel op zijn naam heeft.
PLANTIN - MORETUS - MUSEUM
De vrijdagmarkt,die tussen de Reyndersstraat en de Steenhouwersvest ligt,werd
aan het einde van de 2de W.O door een bominslag verwoest. Ook het museum werd
beschadigd,maar gelukkig niet onherstelbaar. In 1951 was de schade hersteld en
kon het museum heropend worden. Thans lijkt het of het fraaie gebouwencomplex
onaangetast de eeuwen heeft doorstaan.
In het huis de Gulden Passer, was vanaf 1576 de befaamde drukkerij gevestigd. De
Officina Plantiniana,zoals de volledige naam van de drukkerij luide,werd
opgericht door de Fransman Christoffel Plantin,die zich in 1549 in Antwerpen had
gevestigd. De drukkerij werd na zijn dood overgedragen aan zijn zoon,Jan
Moerendorf,die zijn naam,naar de mode van de tijd verlatijnste tot Moretus. Het
eerste Nederlandse woordenboek,ontstond uit een initiatief van Plantin. Bijna
alle vertrekken zijn nog in hun oorspronkelijke staat. Vooral de werkplaatsen
zijn indrukwekkend. Het lijk of het drukke bedrijf,even is onderbroken en zo
direct weer verder gaat met zijn werk.
Zeer indrukwekkend zijn de bibliotheken, daar bevinden zich ruim 30.000 oude
drukken.
CENTRAAL STATION Het is een van de feestelijkste stations van West- Europa. Dit grootte bouwwerk,
de koepel is 75m hoog, is gebouwd tussen 1895 en 1905 door de Brugse architect L
de la Censerie. De plaats van het station is niet toevallig hier neergezet,zijn
voorganger een houten barak,stond net buiten de Spaanse vesten,en toen er in
1840 een spoorlijn Antwerpen - Brussel werd aangelegd moest men daar natuurlijk
rekening mee houden.
DE ZOO
Het is een van de meest beroemde attracties van Antwerpen. De stad dankt dit
kostelijke bezit aan een van zijn burgemeesters, nl. Frans Loos. Deze had in
1840 een bezoek gebracht aan Amsterdam,en was onder de indruk van de dierentuin
Artis,die twee jaar daarvoor was opgericht. In 1843 kocht de Maatschappij voor
Dierkunde,een stuk grond van 1 ha. vlak bij het station. Daaruit groeide de
huidige dierentuin,met een oppervlakte van circa 10 ha. De Zoo werd aangelegd
door de architecten A.Demairbaix en A.Lambeaux.De stichter van de zoo is in
steen vereeuwigd,gezeten op een kameel. Hij kijkt vanaf zijn hoog verheven
plaats naar zijn schepping.
Langs het Centraal Station loopt de Pelikaanstraat,een smalle,wat sombere
straat,die niet bepaald uitstraalt dat zij een wereldvermaard centrum is van de
diamanthandel. Men kan niet precies aangeven wanneer de diamant in Antwerpen is
gekomen,maar aan het begin van de 20ste eeuw,groeide Antwerpen uit tot het
belangrijkste centrum van de diamantcentrum van Europa. Alle transacties vonden
plaats in de omgeving van het Middenstation, nu centraal Station. De kopers
kwamen uit de hele wereld,en ontmoeten hun leveranciers in de cafés bij het
station. Dit verklaard waarom juist de Pelikaanstraat het centrum van de
Antwerpse diamanthandel is. De Diamanthandel is al van oudsher in handen van
Joodse families en is dat nog steeds. De meestal in het zwart geklede joden
verhogen de geheimzinnige sfeer van de Pelikaanstraat nog meer.
AAN DE ANDERE KANT VAN DE LEIEN
Het stadsdeel aan de andere kant van Leien kwam tot stand na de afbraak van de
Spaanse Vesten,in 1864. De lunetten (een vooruitgeschoven bastion)en
verdedigingswerken uit latere tijd die voor de Spaanse Vesten lagen,hebben hun
sporen achtergelaten op de platte grond. De militaire afkomst van het stadspark
is het meest herkenbaar.
HET PARK
Het werd in 1867 aangelegd op de vrij gekomen grond van de lunet Herentals en
heeft nog steeds de driehoekvorm die de lunet ook bezat. Het bezit veel
monumenten, waaronder het Monument voor de Gesneuvelden van E. Deckers uit 1935.
De Belgiëlei is een van de mooie brede lanen,die dit deel van de stad
doorsnijden. Er wonen veel welgestelde Joden. Dat is niet verwonderlijk want
de Pelikaanstraat is hier vlakbij. In het statige pand Belgiëlei 91 is het
museum Ridder Smidt van Gelder gevestigd,waar de verzameling kunstvoorwerpen van
de rijke Antwerpenaar Pieter Smidt van Gelder valt te bewonderen. Het huis doet
bedrieglijk 18de-eeuws aan, maar het dateert uit 1905. De architect Hertogs
bouwde het gewoon naar een voorbeeld van de 18de-eeuwse stijl.
DE LEIEN
Waar en op welke manier men de oude kern van Antwerpen ook nadert men passeert
altijd de brede boulevards die het stadshart in een halve cirkel omsluiten. De
Leien markeren het tracé van de omwalling, die vijandelijke legers tot het
midden van de 19de eeuw moesten afschrikken.
In het midden van de 16de eeuw toen ze werden aangelegd was Antwerpen in op het
hoogtepunt van haar bloei. De Spaanse Vesten zoals de Antwerpenaren ze
noemen,werden in 1542 aangelegd door de Italiaanse vestingbouwer Donate Buoni,
in opdracht van keizer Karel V. Op de gedempte omgrachting van de Spaanse Vesten
legde men boulevards aan,die van noord naar zuid Handelslei,Kunstlei, Nijverheidslei
en Zuiderlei werden gedoopt. Na de 1ste W.O werden ze Italiëlei, Frankrijklei,
Britselei en Amerikalei genoemd, als eerbetoon aan de geallieerden van
1914-1918.