 |
 |
Dag 7
Het regent inderdaad de hele dag. Ik slenter wat rusteloos rond en maak mijn nog
ruimschoots aanwezige lira's op door stenen eieren en wat poppen te kopen. Onder
een boom schuil ik samen met een Koerdische simitbroodjes-verkoper van twaalf
jaar die een woordje Engels spreekt. We nemen de valutakoersen door. Ik leer hem
de peseta en de kroon en geef hem een echte harde gulden cadeau. Die is wel 5
simits waard. (Een simit is een sesambroodje in de vorm van een acht.)
Ik zit veel op overdekte terrasjes thee te drinken en te lezen. Mijn
allerlaatste geld gaat op aan fooi voor de hotelbedienden (waaronder Söner, de
jonge chef-de-restaurant die Istanbul ontvlucht is en redelijk Engels spreekt)
en aan worst. Als het even droog is speel ik buiten met de dartele hotelhond,
een allemansvriend. In mijn sleutelbakje eindelijk bericht van Hatice, de
Turkse reisbegeleidster die ik al die dagen niet ontmoet heb. (De eerste dag had
zij om 13.00 uur een bijeenkomst belegd, waarvoor ik had afgezegd. Een zeer
ongunstige tijd vond ik omdat ik dan verplicht was bijna de hele dag in het
hotel te blijven.)
Op het laatste moment word ik op deze manier in kennis gesteld van de
vertrektijden. Ik moet om vijf uur op. Dus, inpakken de handel en vroeg gaan
slapen.
 |
 |


|